Raadsverkiezingen 2006 / Rotterdam wordt veiliger

Na de machtsgreep van Pim Fortuyn bij de raadsverkiezingen in 2002 kreeg veiligheid topprioriteit in Rotterdam. In ooit beruchte delen van de stad gaat het sindsdien duidelijk beter. Vandaag worden nieuwe cijfers bekend. Als de PvdA maar niet terugkomt, zeggen winkeliers.

Edo Sturm

’Het is een verschil van dag en nacht’, vertelt John Jagt van Ahoy’ Hengelsport aan de Dordtselaan. „In 2002 kon je als vrouw hier zelfs ’s ochtends niet veilig over straat lopen. We hebben toen ook wel gehad dat mensen met bebloed hoofd binnen kwamen lopen. Nu staan er alleen in het weekend wel eens jongens hier op de stoep te dealen. Het uitschot woont hier ook niet meer.”

De Dordtselaan is de thermometer van de zuidoever van de Maas in Rotterdam (op 1 januari 2005 236551 inwoners). Ooit woonde de gegoede middenklasse aan deze groene brede laan tussen de Maashaven en het Zuidplein, het winkelhart van Rotterdam-Zuid waar ook pop- en sporthal Ahoy’ ligt.

De laatste decennia verviel de Dordtselaan van kwaad tot erger. Ernstig achterstallig onderhoud, illegale pensions, drugshandel, prostitutie, criminaliteit, zwerfafval, de witte vlucht: alle grotestadsproblemen balden zich hier samen.

Maar onder het huidige college voltrekt zich aan de Dordtselaan een voorzichtige renaissance. Het ene na het andere woonblok uit 1900 wordt gezandstraald en gerenoveerd en woningen worden samengevoegd voor de vaak grote gezinnen. In de winkelpanden vestigt zich nieuwe middenstand, waaronder opvallend veel restaurantjes en traiteries. In de Rotterdamse volksmond, altijd groots en een tikje overdreven, gaat de Dordtselaan al door voor de ’Boulevard Culinair’.

Bakkerij Arkesteijn ziet de vishallen en exotische restaurantjes graag komen. „Het motto van de gemeente is”, giechelt bakker Hans Arkesteijn met gevoel voor zelfrelativering, „de Dordtselaan moet de Kalverstraat van Rotterdam-Zuid worden.”

Vorige week opende burgemeester Ivo Opstelten naast zijn winkel een bloemenzaak die profiteert van de nieuwe subsidie voor startende ondernemers in de buurt. „Ik hoop dat-ie het redt”, verzucht de bakker in zijn witte voorschoot leunend op de toonbank. „Maar Turken en Marokkanen kopen geen verse bloemen.”

En het aantal beruchte belwinkels mag dan fors zijn teruggebracht, nu schieten de afro-kapsalons als paddestoelen uit de grond. „Vooraan zitten nu zes kappers, zés! Hoe verzin je het?!” De hengelsportzaak heeft er minder moeite mee. „Ze zitten allemaal vol”, zegt John Jagt. „Dan zullen mensen er wel behoefte aan hebben. Kijk, je kunt hier wel een Hollandse slager neerzetten, maar wat moet die hier doen met zijn varkenspootjes naast de kip?”

Qua veiligheid vindt bakker Arkesteijn de Dordtselaan er met sprongen op vooruitgegaan onder dit college. „Het was hier gewoon het wilde westen. Toen het preventief fouilleren begon, had één op de drie een steekwapen, een pistool of iets anders wat niet hoorde op zak. En als ik ’s nachts hier aankwam, stonden er altijd jongens op de straathoek te dealen. Nu zie ik nooit meer wat. De laatste paar jaar zijn toch 450 man weggestuurd die hier niet thuishoorden.

Maar het is fragiel, er lopen toch een aantal tippelaars, dealers en verslaafden rond, al zie je die wel veel minder. Laatst kregen we een partij Somaliërs hier waarvan je denkt: waar komen die nou weer vandaan? Ze sloegen elkaar twee maanden geleden op het pleintje de hersens in. Ja, het gaat hartstikke goed, maar het blijft erg breekbaar hier.”

Murw geslagen door de overlast op straat en in de portieken stemde Rotterdam-Zuid vier jaar geleden met de voeten. In de Dordtselaan ging bij de lokale verkiezingen zo’n kwart van de stemmen naar Leefbaar Rotterdam.

De electorale aardverschuiving werd door de nieuwe coalitie van Leefbaren, christen-democraten en liberalen uitgelegd als een roep om meer toezicht op straat. Ruim honderd miljoen euro zetten de partijen op de begroting om Rotterdam in 2006 veilig te maken. Door middel van een onnavolgbare ’veiligheidsindex’, een meetinstrument gebaseerd op criminaliteitscijfers, binnengekomen klachten en het regelmatig gepeilde veiligheidsgevoel onder bewoners, brachten korpsbeheerder Ivo Opstelten en de Leefbaar-wethouder voor veiligheid ieder halfjaar verslag uit van de vorderingen in de 62 Rotterdamse wijken.

De onorthodoxe aanpak blijkt succesvol. De vijf Rotterdamse wijken die in 2002 de diagnose ’onveilig’ kregen, zijn veiliger geworden zonder dat de criminaliteit en overlast zich noemenswaardig hebben verplaatst naar andere buurten.

René Eldering is sinds twee jaar stadsmarinier in deelgemeente Feijenoord, waarbinnen een paar beruchte stukjes Rotterdam liggen: de halve Dordtselaan, de Strevelsweg, de Beijerlandselaan (vorig jaar goed voor twee dodelijke schietpartijen) en het schiereiland Katendrecht.

Volgens de Rotterdamse veiligheidsmeter is ook Feijenoord erop vooruitgegaan: van ’probleemgebied’ is het gepromoveerd tot ’bedreigd gebied’. Eldering, zelf geen lid van Leefbaar, vindt dat de partij ontegenzeggelijk Feijenoord een zet in de goede richting heeft gegeven. „Mensen durven weer naar buiten”, constateert hij achter een dampende koffie in de Cruiseterminal op de Kop van Zuid. Laatst hoorde hij zelfs een bewoner mopperen over hondenpoep. „Als we het over hondenpoep gaan hebben, zijn we goed bezig zeg ik altijd”, en hij lacht.

De stadsmarinier is een van de gouden vondsten van de Rotterdamse veiligheidsaanpak. Eind 2002 stelde het college er negen aan, voor elke onveilige plek in de stad één. De topambtenaren, die rechtstreeks onder burgemeester Opstelten vielen, moesten de bureaucratische belemmeringen opruimen voor een daadkrachtige aanpak in probleemwijken als Spangen, Tarwewijk en het Oude Noorden.

Begin dit jaar riep minister Pechtold van grote-stedenbeleid andere grote steden op ook zulke stadsmariniers aan te stellen. En de altijd kritische Rotterdamse Rekenkamer stelde in een evaluatie van de veiligheidsaanpak dat de stadsmariniers werken als smeerolie op het trage gemeenteapparaat.

Ook in de Dordtselaan remt de bureaucratie de keer ten goede af, vertelt Eldering. De laan ligt op de grens tussen de deelgemeenten Charlois en Feijenoord. Dat zorgt voor hilarische toestanden. Zo mogen aan Feijenoordzijde de winkels ’s zondags open, wat voor scheve ogen zorgt bij de winkeliers aan de overkant. Daarentegen mogen honden niet poepen aan de Charloise kant van de groene middenberm, maar aan Feijenoordkant weer wel.

Eldering laat de details maar zitten, over het oeverloos overleg en gecoördineer dat nodig is voordat aan weerszijden van de Dordtselaan gelijktijdig controleacties plaatsvinden op illegale pensions of de bouwkundige staat van woningen. Onder tijdsdruk van de naderende verkiezingen hebben hij en zijn collega van Charlois nu beide deelgemeentebesturen om de tafel gezet. Doel: de hele Dordtselaan vanaf volgende maand onder één bestuur.

Net als de Dordtselaan is heel Feijenoord de laatste drieënhalf jaar ’schoner, heler en veiliger’ geworden, de heilige trits waar elke achterstandsbuurt in Nederland naar streeft. Maar daarmee begint het echte werk pas, zegt Eldering; hoe herstel je de sociale samenhang in zo’n anoniem grotestadsgebied als Feijenoord (ruim 73000 bewoners, 63 procent allochtoon, 11 procent leeft van een uitkering, 8 procent vertrekt jaarlijks), waarin iedereen vooral bezig is met overleven?

„Mensen moeten veel meer hun verantwoordelijkheid nemen voor hun straat en hun buurt”, schetst Eldering waar hij naar toe wil. „Maar daarvoor moeten ze eerst perspectief hebben in hun eigen leven: een baan, een goede woning, goed onderwijs voor hun kinderen, genoeg groen in de dichtbebouwde buurt.”

Eldering voorspelt dat Feijenoord de komende jaren een ingrijpende sloop- en nieuwbouwoperatie zal ondergaan, vergelijkbaar met de metamorfose van de enkele jaren terug nog landelijk beruchte Tarwewijk en Millinxbuurt aan de overkant van de Dordtselaan. „Zo kun je zorgen dat mensen in Feijenoord blijven in plaats van door te verhuizen naar randgemeenten als Barendrecht of nieuwbouwwijken aan de rand van de stad.”

De Millinxbuurt is een zuinige taartpunt van straten direct achter de Dordtselaan. Overal wordt er getimmerd, geschilderd, geschuurd en gezandstraald. Eigenaren die niet willen meewerken, worden aangeschreven waardoor ze wel moeten. Op veel van de gerenoveerde woningen prijkt het bordje ’te koop’, want kopers zijn meer betrokken bij hun buurt, weet de deelgemeente.

Janneke Lokerse koos vijf jaar geleden bewust voor de Millinxbuurt. „Omdat het een multiculturele buurt is, mijn vriend is Indo.” Met hun zoontje wonen ze in een benedenwoning aan de Millinxstraat.

„Tot nu toe wordt het alleen maar beter”, zegt ze met haar ongeduldig trekkende kroost aan de hand. „Dit zijn allemaal koopwoningen geworden. Ook de straten hierachter worden opgeknapt.” Haar woning kijkt uit op het Millinx Parkhuis 2003, een kinderopvang annex christelijke basisschool met ervoor een parkje en een enorme glijbaan.

Het is het pièce de résistance van de opgeknapte Millinxbuurt, waar de buitenlandse delegaties steevast langs worden gevoerd die studie komen maken van de Rotterdamse aanpak.

De bouw van het Parkhuis was echter al begonnen voor de politieke omwenteling, zegt Lokerse. „De PvdA gaf de aanzet om de buurt te veranderen, Leefbaar heeft het afgemaakt, weliswaar op een heel harde manier maar ook sneller. Het zou wat dat betreft interessant zijn als de PvdA en Leefbaar samen het volgende college zouden vormen: streng maar socialer.”

De Millinxbuurt is er hoe dan ook veiliger op geworden, zegt ze: „Er is veel meer blauw op straat, er rijdt hier elk halfuur een politiewagen door de straat. De probleembewoners zijn wegverhuisd naar Oud- Charlois en Pendrecht. Daar zie je nu de problemen de kop opsteken.”

In wijken als Feijenoord kampt het gemeentebestuur met een gezagscrisis doordat het jaren achtereen niet naar de mensen heeft geluisterd, schetst Eldering. Als eerste aanzet tot herstel van de sociale controle in de buurt nodigde hij onlangs Turkse ouders van de wijk Bloemhof uit voor een gesprek. „Ik woon hier al twintig jaar. Het is voor het eerst dat er met mij wordt gesproken”, kreeg de verbijsterde stadsmarinier te horen. „De band tussen bewoners en de overheid was bar slecht”, merkte Eldering. „De bewoners hadden het vertrouwen in de overheid verloren. Ze hadden het idee dat ze al die jaren niet serieus zijn genomen. Dat gold voor allochtone Rotterdammers, maar ook voor autochtone Rotterdammers, die erdoor verzuurd waren en het geloof hadden verloren dat het nog goed kon komen. Dat krabbelt nu langzaam op.”

Aan de Dordtselaan ontmoeten winkeliers, bewoners en ambtenaren van de deelgemeente elkaar sinds een jaar maandelijks bij de mediterrane traiterie Cazuela om onder leiding van de stadsmariniers te praten over wat er speelt in de laan. Regelmatig schuiven ook collegeleden aan en niet alleen dan, zegt bakker Hans Arkesteijn: „Alle wethouders en de burgemeester posten hier regelmatig op de Dordtselaan en komen naar je toe om te vragen hoe het gaat. Terwijl ik Bram Peper, Kombrink of Simons hier nooit heb gezien hoor! En Peter van Heemst (de PvdA-lijsttrekker, red.) heb ik hier ook nog nooit gezien.”

Het voedt zijn angst dat de Dordtselaan weer terug zal vallen als de PvdA weer almachtig wordt aan de Coolsingel. De bakker heeft zijn hoop gevestigd op de burgemeester. „Als ik Opstelten moet geloven, wil hij het beleid hier echt volhouden.”

Vissportwinkelier John Jagt houdt de peilingen voor de raadsverkiezingen met een schuin oog in de gaten. „Ik ben bang dat de ellende terug gaat komen als de PvdA wint. Dan begint het weer van voren af aan.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden