Raadselachtige narren en marionetten

schilderkunst | De meningen over Werner Tübke zijn verdeeld. Was hij een propagandist of nam hij in zijn schilderijen ook afstand van het DDR-regime?

Een tentoonstelling over Werner Tübke? Dat is controversieel, merkt directeur Ralph Keuning van Museum de Fundatie in Zwolle. Hij wordt 'omarmd' door de aanhangers van deze DDR-kunstenaar (1929-2004). Maar er zijn ook negatieve reacties van collega-directeuren en kunstenaars. Ze vragen wat hem bezielt om bijna het hele museum en ook de dependance in Heino leeg te ruimen voor deze schilder van de 'Leipziger Schule'.


Tübke is omstreden vanwege zijn DDR-verleden. Als 'hofleverancier' van het regime in het voormalige Oost-Duitsland kreeg hij grote staatsopdrachten en genoot hij privileges. Sinds de val van de Muur in 1989 w0rdt hij verguisd en geboycot door veel musea. Hij is zelfs een 'collaborateur' genoemd door Oost-Duitse kunstenaars die wel gevlucht waren uit de DDR, omdat ze daar niet vrijuit konden werken. Abstracte kunst bijvoorbeeld gold als een decadente westerse uitwas en werd niet geduld.


Het is niet voor het eerst dat De Fundatie de aandacht trekt met een tentoonstelling die wenkbrauwen doet fronsen. Keuning: "Hoe polariserender, hoe liever het me is." Musea móeten in zijn visie debatten aanzwengelen en reuring veroorzaken. Ze moeten midden in de wereld staan en niet 'een soort van rare niche zijn'.


Werner Tübke past in die strategie want hij is bij uitstek een kunstenaar die discussies uitlokt. Dat heeft niet alleen met zijn banden met het DDR-regime te maken, maar ook met zijn historiserende, soms haast groteske schilderstijl, die doet denken aan die van vijftiende-eeuwse schilders als Albrecht Dürer en Jeroen Bosch.


Met een groot overzicht wil Keuning laten zien dat Tübke een van de meest 'opzienbarende' schilders van de afgelopen eeuw is. En dat hij zich juist wist los te maken 'uit het keurslijf van de propagandakunst'. Keuning hoopt dat de expositie ook leidt tot een bredere discussie over kunstenaars die in opdracht van de machthebbers werken. "Over Tübke maken we ons nu wel druk, maar waarom niet over beroemde kunstenaars uit het verleden? Hoe verliepen bijvoorbeeld de contacten tussen Michelangelo en Paus Paulus III over zijn beroemde meesterwerk Het Laatste Oordeel? Die brandende protestanten moest Michelangelo er waarschijnlijk in schilderen van de paus, maar daar hoor je niemand meer over. En hoe vaak heeft Rembrandt moeten dealen met de Amsterdamse burgemeester Frans Bannink Cocq over De Nachtwacht?" Grote kunst overstijgt de ideologie van de opdrachtgever, zeker als de tijd eroverheen is gegaan, zegt Keuning. Hij is ervan overtuigd dat dat ook geldt voor het werk van Tübke. "Het wordt daarom tijd dat Nederland hem leert kennen."


Tübke groeit op in Saksen-Anhalt, dat in 1945 wordt bezet door het Sovjetleger, waarna in 1949 de oprichting van de DDR volgt. Op 16-jarige leeftijd wordt hij (net als veel andere Duitse burgers) opgepakt door de Russen op verdenking lid te zijn van Werwolf, een geheime nazi-guerillaorganisatie. Na acht maanden wordt hij vrijgelaten. Volgens Annika Michalski, die onderzoek deed naar zijn leven, heeft die gebeurtenis veel invloed gehad op zijn werk. Onrecht, leed, martelingen, geweld en apocalyptische taferelen komen daarin veelvuldig voor. Net als marionetten en narren. Zelf beeldt hij zich ook zo af.


Na zijn kunstopleiding komt hij herhaaldelijk in aanvaring met de autoriteiten, omdat zijn werk niet strookt met hun kunstopvatting. De staatsleer schrijft het socialistisch realisme van de Sovjet-Unie voor. Na twee jaar lesgeven wordt hij ontslagen en op studiereis naar Rusland gestuurd om hem bij te sturen. Met zijn grote talent moet hij hét rolmodel worden voor DDR-kunst.


Tübke ontwikkelt echter niet de realistische stijl waarin glashelder is wie goed is en wie fout, die het regime zo graag ziet. Hij maakt overvolle, raadselachtige schilderijen vol metaforen en parabels. Ook snijdt hij actuele thema's aan, zoals het Auschwitzproces en het bericht dat vroegere nazi-rechters nog gewoon werkzaam zijn in West-Duitsland. Genoeg munitie voor anti-westerse propagandakunst, maar Tübke geeft er een heel eigen draai aan met zijn serie 'Mémoires van Dr. jur. Schulze' over een fictieve rechter, afgebeeld als een robot, omgeven door horrorbeelden vol dood en verderf.


Dat valt niet goed bij de cultuurfunctionarissen, maar hij komt er toch mee weg. Na het aftreden van staatshoofd Walter Ulbricht geeft diens opvolger Erich Honecker meer ruimte voor experimenten in de kunst. Wat ook helpt is dat Tübke internationaal doorbreekt met tentoonstellingen in Italië. Het succes maakt hem minder omstreden in eigen land, wat leidt tot grote staatsopdrachten. Voor de universiteit in Leipzig maakt hij de muurschildering 'Arbeidersklasse en intelligentsia'. Die wordt zo goed ontvangen, dat hij meer armslag krijgt. In 1977 doet hij mee aan de Documenta in Kassel.


Rond die tijd begint hij ook aan de grootste opdracht van zijn leven: het monumentale panorama (123 m breed en 14 m hoog) in Bad Frankenhausen. In De Fundatie is de bijna veertien meter brede voorstudie te zien. In dit werk moest hij de Duitse Boerenoorlog (1524-1526) verbeelden. In deze opstand van het volk tegen de gevestigde orde, zag het DDR-regime een voorloper van de communistische heilstaat.


Ruim tien jaar werkt hij eraan, met een legertje door hem opgeleide assistenten. Ook hier trekt hij zijn eigen plan. De boerenveldslag komt er nog wel in voor, maar Tübke maakt er een universeel menselijk drama van. De scènes spelen zich af tegen de achtergrond van de vier seizoenen. Daarmee laat Tübke zien dat de geschiedenis zich herhaalt in een eindeloze cyclus van onheil, geweld en dood en dat de mens niets leert van het verleden. Het panorama is een kolkende opeenstapeling van bizarre wezens en taferelen en zit vol allegorieën en verwijzingen - naar historische gebeurtenissen, de kunstgeschiedenis, het scheppingsverhaal, het laatste oordeel. Het moet Tübke's opdrachtgevers geduizeld hebben voor de ogen toen ze dit imponerende werk voor het eerst zagen.


Daardoor is hun misschien ontgaan dat in al dat spektakel de apotheose van de communististisch heilstaat ontbreekt. In plaats daarvan verbeeldt Tübke de onvermijdelijke teloorgang van een utopisch ideaal. Het is alsof hij het voorvoelde: een paar weken na de inwijding van het panorama op 14 september 1989, stort de DDR ineen..


Keuning: "Tübke was inderdaad een propagandakunstenaar, dat zie je af aan zijn werk. Je kunt ook zeggen dat hij niet deugde, omdat hij in de DDR gebleven is. En dat hij geen kunst heeft gemaakt over mensen die hun vlucht over de Muur met de dood moesten bekopen. Maar in het zelfgekozen keurslijf van de DDR heeft hij zijn kunst ook boven de politieke situatie uit getild."


Zelf schreef Tübke in 1991 dat zijn belangrijkste werken pas na zijn dood beoordeeld zouden kunnen worden. "Momenteel worden ze nog te veel met mijn persoon geassocieerd."


Werner Tübke - Meesterschilder tussen Oost en West, t/m 14 mei in Museum de Fundatie Zwolle (schilderijen) en Kasteel het Nijenhuis Heino (tekeningen en aquarellen).


'Mémoires van Dr. jur. Schulze', 1965. kunstmuseum moritzburg Halle

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden