Raad voor de kunst let niet genoeg op pluriformiteit

De auteur is bestuurder bij de vakcentrale CNV.

Wanneer de Raad voor de kunst in de huidige vorm en samenstelling niet op korte termijn zijn beleid kan wijzigen mag hij wat het CNV betreft worden opgeheven. En gelet op de ondoorzichtigheid van de selectienormen bij benoemingen in de Raad en de adviesgroepen lijkt een radicale verandering van werkwijze binnenkort niet te verwachten.

De Raad voor de kunst is op dit moment de belangrijkste adviseur van de minister van WVC. De Raad bestaat uit zestig leden en adviseert over alle kunstdisciplines. Daarnaast zijn er honderdvijftig leden die zitting hebben in afdelingen. De Raad laat zich adviseren door afzonderlijke adviesgroepen per discipline.

Het CNV erkent en aanvaardt dat de overheid een taak heeft in het bevorderen van kunst als cultuurdrager en cultuurvernieuwer. Het is daarbij echter van belang dat de overheid zich niet bezighoudt met de inhoud maar dat zij randvoorwaarden schept. Die randvoorwaarden zijn nodig voor pluriforme kunstuitingen. De overheid heeft in dat opzicht zowel een taak ten opzichte van kunstenaars als ten opzichte van de samenleving als afneemster van kunst. De overheid dient middelen beschikbaar te stellen om een pluriform kunstaanbod te verzekeren.

Scheiding

In het beoordelen van de inhoud van de kunst laat de verantwoordelijke minister van WVC zich adviseren door 'onafhankelijke colleges', zoals de Raad voor de kunst. Deze principiele scheiding van taken is reeds meer dan een eeuw oud en dient er toe, te vermijden dat er sprake is van een eenzijdig kunstaanbod.

Het CNV is van mening dat de Raad voor de kunst in zijn taak niet slaagt. Naast de kritiek op de ingewikkelde procedures en besluitvormingsprocessen, constateert de vakcentrale dat bij de Raad voor de kunst de neiging is gegroeid 'vernieuwing' en 'kwaliteit' zodanig centraal te stellen dat er te weinig oog is voor de kunstafnemer, de 'vraag-zijde'. Daardoor krijgt kunst slechts bij een klein publiek erkenning en creeert een kleiner wordende kring kunstenaars voor een steeds afnemende kring kunst.

Hier zijn twee oorzaken voor aan te wijzen. De eerste oorzaak heeft betrekking op een ver doorgeschoten vernieuwings- en/of kwaliteitsdogma, waardoor de aanspreekbaarheid nog slechts minimaal ter discussie staat. De tweede oorzaak vloeit voort uit de eerste: de groep potentiele afnemers in een aantal kunstsectoren krimpt steeds verder.

Verwerpelijk

Deze ontwikkeling is uit het oogpunt van pluriformiteit verwerpelijk. Het CNV verzet zich tegen deze trend. Nederland is immers rijk aan een diversiteit in culturen. Culturen die het waard zijn beschermd te worden indien zij in hun voortbestaan worden bedreigd. Veelkleurigheid in cultuur - en dus ook kunst - vormt een broodnodige tegenhanger van het economische marktdenken dat voortdurend het risico met zich brengt dat alles wordt vertaald in kosten en baten waarmee ruimte voor kleur en spiritualiteit ernstig in het gedrang kan komen.

Een daarmee samenhangend punt van zorg is de selectie en samenstelling van de Raad voor de kunst en zijn adviesgroepen.

De selectie-criteria mogen dan bekend zijn, de selectie-normen zijn nogal ondoorzichtig. Hierdoor ontstaat tenminste de schijn dat 'de elite zich elite kiest'.

Een dergelijk probleem doet zich eveneens voor bij de advisering van de Raad. De selectie-criteria zijn aan papier toevertrouwd. De selectie-normen zijn echter moeilijk te controleren. Dit komt noch de pluriformiteit, noch het vertrouwen in het opereren van de Raad voor de kunst ten goede.

Schijnoplossing

Het CNV en de aangesloten kunstenbonden zoeken dan ook in toenemende mate naar wegen die de Raad vermijden. Omdat dit niet meer dan een schijnoplossing oplevert, vinden CNV en bonden het tijd om het functioneren van de Raad voor de kunst ter discussie te stellen en zo nodig tot opheffing over te gaan. Hierdoor ontstaat in elk geval de mogelijkheid om nieuw beleid en een nieuwe cultuur in de advisering te realiseren.

Het CNV is het niet met de Federatie van kunstenaarsverenigingen eens, dat er meer uitvoerende kunstenaars in de Raad benoemd zouden moeten worden. Integendeel. CNV en Kunstenbonden pleiten voor een raad die vanuit een breed spectrum kan opereren en die in staat is de gewenste pluriformiteit in de advisering herkenbaar tot uitdrukking te brengen.

Een goed pluriform kunstbeleid biedt zowel professionele als amateuristische kunst in hun vele verschijningsvormen gelijkwaardige kansen. Hierbij wordt zowel op de pluriformiteit van kunstaanbod als kunstafname gelet. Natuurlijk mag daarbij ook gekeken worden naar de positie van kunstenaars, maar niet in enge zin. Niet uitsluitend op deelbelangen.

Om die reden zou het goed zijn sociale partners in bedoelde adviesraad op te nemen. Vertegenwoordigers van de bij CNV en FNV aangesloten bonden kunnen het zich niet permitteren daarbij te opereren vanuit deelbelangen. Zij zijn van harte bereid mee te denken over nieuwe vormen van ondersteuning aan kunstenaars en kunstprojecten. Bovendien laten zij zich graag aanspreken op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden