Raad is wegbereider in plaats van autonoom adviseur

In het advies 'Van de schaarste ende overvloed' zegt de Raad voor Cultuur vooral op kwaliteit te hebben geselecteerd. Maar wie de adviezen over de kleinere theatergezelschappen naast elkaar legt, komt tot een heel andere conclusie.

Toegankelijk voor een groot en breed, overwegend jong publiek.

Open voor jonge theatermakers.

Podium voor multiculturele theatermakers en allochtone acteurs.

Dit soort zinnetjes heeft de Raad voor Cultuur te pas en te onpas door zijn pas gepresenteerde advies voor de Cultuurnota 2001/2004 gestrooid. Vrijwel geen 'nieuwe aanvrager', althans de positief beoordeelden, doet het zonder minstens één zo'n kwalificatie. En het zijn er nogal wat.

Zowat de helft van de positieve adviezen -en dan heb ik het hier over de toneelsector, waar de hakbijl het meest rigoureus is gehanteerd- betreft nieuwe aanvragers. De Raad heeft zich niet gestoord aan gevestigde reputaties, maar de armen wijdgeopend voor jeugdiger, minder gevormd en zelfs volstrekt onbekend talent. Verfrissend en moedig, meent de een, beledigend en desastreus, roept een ander.

Een globale lezing van het advies wekt de indruk, dat de Raad gedegen en zorgvuldig tewerk is gegaan. Situatie, beoordeling en conclusie per gezelschap zijn helder en ferm beschreven. Overtuigend ook, tot je je realiseert hoe vaak niet artistiek-inhoudelijke, maar zogenaamd meetbare argumenten als smaakmakertje worden gehanteerd en dat in verschillende gevallen min of meer dezelfde criteria tot een andere uitslag leiden. Niet kwaliteit is de norm, zoals de Raad heeft beweerd, maar de luidruchtige richtlijnen van staatssecretaris Van der Ploeg, mogen wij vrezen. Het gevolg is een onevenwichtig en inconsistent advies.

Noemt de Raad bij Orkater een toenemende oppervlakkigheid als een reden om de groep van de subsidiekaart te gummen, bij Growing up in Public is het in de buitenkant blijven hangen juist aanleiding om het subsidie te verhogen, opdat ruimte voor reflectie en verdieping ontstaat. De pre voor Growing up zit in een zinnetje als: ,,De producties voor jongeren zijn uniek.'' Vandaar het verschil. Kennelijk. Dus. 'Jong' en 'allochtoon' zijn de toverformules. En een 'groot' publieksbereik. 'Breed', schrijft de Raad vaak, want daar kan je meer kanten mee op met jonge groepjes die de grote zaal nog nooit hebben gehaald. Of, in het geval van De Wetten van Keppler, heet het een 'trouw' Brabants publiek van 'vooral jongeren'. Het trouwe publiek dat Bonheur zich vooral in Rotterdam heeft verworven, acht de Raad echter te gering als publieksbereik. Terwijl Het Oranjehotel juist weer verweten wordt zich niet in de stad Groningen te hebben geworteld. Bij Het Oranjehotel gluurt nog een ander valsigheidje. Op afkeurende toon constateert de Raad dat het gezelschap 'geen specifiek publieksbeleid op het gebied van de interculturaliteit' heeft ontwikkeld. Alsof dat een criterium is. In positieve adviezen over bijvoorbeeld 't Barre Land of Dood Paard ('breed publiek [-] vooral jongeren') wordt daar met geen woord over gerept. Tja, je moet wat verzinnen, als je niet alle jonge groepjes kunt honoreren.

Als het gaat om specifiek jongeren of allochtonen lijkt de Raad zelfs elke kritische zin en kwaliteitseis aan de laars te lappen. Een (amateuristisch) clubje als Het Witte Vuur krijgt een subsidie van twee ton in het vooruitzicht gesteld, al twijfelt de Raad aan de artistieke kwaliteit van de producties. Maar ja, het treedt op 'dance-party's' op voor jongeren van tussen de 16 en 25 jaar, door de Raad slim vertaald in 'onderzoek naar vernieuwing in het theater en naar de opbouw van een nieuw publiek'.

De productiekern Multi Arts Producties krijgt het groene licht voor de ontwikkeling van allochtone acteurs en regisseurs, hoewel ,,aantrekkelijke ideeën vaak op een teleurstellend niveau worden uitgewerkt''.

Nog bonter maakt de Raad het in het advies over Mug met de Gouden Tand ('groot, overwegend jong publiek') dat, sinds het in het lopende kunstenplan is opgenomen, op een enkel mini-programmaatje na van de toneelbodem lijkt verdwenen en vrijwel alle energie in televisiewerk steekt. Volgens de Raad kan de daardoor verworven grotere bekendheid positieve gevolgen hebben voor het bereiken van een divers en nieuw publiek bij de theaterproducties (hoewel het onzeker is of de Mug nog naar het toneel terugkeert) en stelt een fikse verhoging van het subsidie voor. Zo'n broddelredenering moet haast wel ingegeven zijn door de wetenschap dat Van der Ploeg bestuurslid bij de Mug is geweest.

De staatssecretaris voor het hoofd stoten is wel het laatste wat de Raad wil. Bij de voorgenomen toneelfusies, waaraan vanzelf het nodige handjeklap in Den Haag vooraf is gegaan, waagt de Raad ten minste al evenmin kanttekeningen te plaatsen. Integendeel. Kruipend van bewondering gaat de Raad klakkeloos akkoord met een dubbel subsidiebudget voor Het Zuidelijk Toneel/Theatergroep Hollandia, dat met ongeveer fl7000000,- in één klap het zwaarst gesubsidieerde toneelgezelschap van Nederland wordt, en wil hij het samengevoegde bedrag van De Trust/Art & Pro zelfs nog verhogen. Theater van het Oosten, waar De Federatie de artistieke leiding gaat overnemen, wordt daarentegen als een nieuw gezelschap beschouwd, dat bescheiden moet beginnen met een aangepast (is: verlaagd) subsidiebedrag. Is niet het enige verschil met Johan Simons & Paul Koek die Ivo van Hove in het zuiden opvolgen, dat de opvolging door Rob Ligthert & Peer Wittenbols in het oosten niet via Den Haag maar in een gewone procedure is geregeld? Dat het met twee kapiteinsfiguren als Theu Boermans en Frans Strijards weleens flink hommeles zou kunnen worden bij De Trust/Art & Pro, daar hoor je de Raad evenmin over.

Behalve de Raad, hebben natuurlijk de theatermakers zelf ook boter op hun hoofd. Nog maar anderhalf jaar geleden behoorden Theu Boermans en Johan Simons tot de ondertekenaars van een pamflet, 'De toekomst van het toneelbestel', dat het bestaansrecht van maximaal twee grote landelijke gezelschappen en een betere doorstroming van jonge theatermakers bepleitte. En heel wat, zo niet de meeste, gezelschappen hebben hun beleidsplannen handig gevoegd naar de wensen van de staatssecretaris om maar in de prijzen te vallen. Neem hen hun opportunisme eens kwalijk, als het om overleven gaat -al gaat De Appel wel erg ver door een (niet ijzersterke?) voorstelling af te gelasten om beter te kunnen lobbyen- als ze straks maar weer gewoon mooie en eigenzinnige producties maken.

De Raad echter had dat duivelse systeem van beleidswillekeur en aanklevend opportunisme kunnen doorbreken door zich niet als wegbereider maar als autonoom adviseur op te stellen en de groepen op puur artistieke merites te beoordelen. Maar in het verlengde van Van der Ploeg toont de Raad nu een voorkeur voor spectaculair, fysiek theater (Alex d'Electrique, De Paardenkathedraal), want dat spreekt 'een breed en voornamelijk jong publiek' aan, en heeft hij geen oog voor het belang van kleinschaliger, literaire inspiratiebronnen (Bonheur, Carrousel), behalve in het geval van Keesen & Co, maar die wil dan ook werk van jonge en niet-Europese auteurs gaan spelen. Een wisselende kwaliteit van voorstellingen wordt intussen wel Bonheur als negatief punt nagedragen, maar niet Dogtroep, want die weet immers met grootschalig locatietheater grote, uiteenlopende groepen publiek te trekken.

Met keuzes kun je het eens of oneens zijn, maar aanvechtbaar is het gegoochel met trendy motieven. Die zijn een belediging van de werkelijke intenties van de kunstenaars. De Cultuurnota dwingt geen gezag af door onafhankelijke standpunten en inzichten. Wellicht in de hoop dat het advies integraal zal worden overgenomen en zich aldus een ooit, toen hij nog Raad voor de Kunst heette, verloren gegaan prestige te herverwerven, heeft de Raad de oren laten hangen naar de ad-hoc-macht van een staatsecretaris/econoom. Of Van der Ploeg het advies zal volgen, is vervolgens maar de vraag. Diens onberekenbare eigenwijsheid zou de Raad diezelfde oren nog weleens flink kunnen wassen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden