Quo vadis Domine?

Het feest van Petrus en Paulus, de Apostelvorsten, wordt in de roomskatholieke kerk al heel lang gevierd. Dit is niet exceptioneel. Ook Ignatius, bisschop van Antiochie, die onder keizer Trajanus naar Rome werd vervoerd en daar voor de wilde dieren geworpen, werd reeds aan het begin van de tweede eeuw vereerd door de vroege christengemeenschap. Hij schreef op zijn reis door Klein-Azie enthousiaste brieven over zijn naderend einde, dus dat sprak nogal tot de verbeelding!.

Ook Polycarpus werd al vroeg bijzonder herdacht. Deze heilige, door de apostel Johannes aangesteld tot bisschop van Smyrna, was kort voor zijn dood in Rome om ruzie te maken met paus Anicetus over de juiste datum van het paasfeest. Hij werd doodgemarteld, op 86-jarige leeftijd, niet door de paus hoor; een brief uit het jaar 156 beschrijft nogal plastisch dit gruwelijk verscheiden.

Zo stonden zonder twijfel ook Petrus en Paulus, zeker met hun staat van dienst die eveneens werd gecompleteerd door een akelig einde, in grote ere. De eerste liturgische bewijzen zijn van iets latere datum: de gedenkdag, 29 juni, duikt op in het midden van de derde eeuw, getuige de homilies van de heilige kerkvader Gregorius van Narianze (330-390), de heilige kerkvader Gregorius van Nyssa (335-394), de staatsman-bisschop Ambrosius (333-397), de heilige paus Leo de Grote, opperherder van 440-461 en anderen.

Zij hielden allen feestpreken ter ere van Petrus en Paulus op de 29e juni. De verbinding van de beide apostelfeesten is zo oud als de viering zelf. De traditie wil dat beide leiders op dezelfde dag ter dood werden gebracht, maar dat is historisch aanvechtbaar.

Men dateert de dood van Petrus in het jaar 65, die van Paulus in 66. Zij zijn ook op verschillende manieren geexecuteerd. Petrus zou verzocht hebben om met het hoofd omlaag gekruisigd te mogen worden, omdat hij zich niet waardig genoeg achtte om op dezelfde manier te sterven als Jezus. Paulus werd onthoofd. Hij bezat het Romeinse burgerrecht en die waardigheid stond geen kruisiging toe.

Bij de onthoofding, zo verhaalt de legende, stuiterde het hoofd van Paulus drie keer op de grond, waarna op elke plek een fontein ontsprong. Natuurlijk werd op het snijpunt later een kerk gebouwd!

Ook Petrus had iets met bronnen: hij zou in de Mamertijnse gevangenis te Rome, waar hij werd vastgehouden voor zijn terechtstelling, een bron hebben doen ontspringen teneinde zijn bewaker te kunnen dopen. Een ander, wat gedetailleerder verhaal, laat Petrus en Paulus samen (!) in die Carcer Mamertinus zuchten. Er was daar inderdaad een bron en de gevangenis was van oorsprong dan ook een waterreservoir, doch de boel viel al in 300 v. Chr. droog. Maar. . . miracolo! De apostelvorsten hebben even zo vrolijk twee bewakers, Processus en Martinianus, plus nog 47 andere gevangenen gedoopt!

Nu heb ik de ruimte met eigen ogen aanschouwd en dat moet indertijd een krappe bedoening zijn geweest, met zo'n vijftig man in die kerker. Het is uiterst onwaarschijnlijk dat de beide apostelen er hebben gebromd, ook dat Petrus er afzonderlijk verbleef. Toch heeft het kerkje erboven, de San Giuseppe de Falegnami, twee deuren naast elkaar die worden bekroond door de beeltenissen van de illustere gevangenen. Ik ga er maar van uit dat in hen menige christen-martelaar die er wel heeft geleden, wordt herdacht.

Hoe dan ook, het feest van Petrus en Paulus is heel belangrijk. Petrus had toch al voorrang op de collega's en dat Paulus wel heel bijzondere werken verrichtte, zal niemand afstrijden. Terecht worden zij in een adem genoemd. Op de alleroudste schilderingen staan ze ook altijd samen. Paulus met een weelderige haardos, terwijl hij in de apocriefe Acta Pauli et Thecla uit het einde der tweede eeuw wordt beschreven als kaal en klein van gestalte, en Petrus naar waarheid kaal, of tenminste met een kale kruin, de zogenaamde tonsura Petri.

Eertijds placht de paus op 29 juni twee missen te lezen: eentje in een Petrus-, de andere in een Pauluskerk. Deze gewoonte raakte echter al spoedig in onbruik, in elk geval al voor de 12e eeuw, en het oorspronkelijk op een dag gevierde dubbelfeest beslaat nu in feite twee dagen.

Op 29 juni gaat de voorkeur uit naar Petrus, een dag later is Paulus aan de beurt. Maar de kerk bepaalde wel dat de eenheid van het feest op de 29e niet mocht worden ondergraven. Waarom makkelijk doen als het moeilijk kan, zou je zeggen.

Gispe tongen beweren dat Petrus, zeker te Rome, wel degelijk het lievelingetje is, als stichter van de kerk, de eerste paus en vanwege de 'sleutelmacht', aan hem door Jezus zelf geschonken. Maar dan neem ik het toch een beetje op voor Paulus, de grote heidenapostel. Hij heeft in zoveel steden bisschoppen aangesteld dat hij in zekere zin synoniem is geworden aan het episcopaat.

Ook zijn eerdere bekering van boef tot braaf spreekt me aan, maar daartoe kreeg hij dan ook een visioen dat menigeen zal moeten ontberen. Op weg naar Damascus werd hij door de genade getroffen, met het bekende resultaat.

Net als met die bronnen doen de beide heren wat visioenen betreft trouwens niet voor elkaar onder: ook Petrus kon ervan meepraten. De gevaarlijk-gekke keizer Nero, woedend op Petrus omdat deze des keizers geliefde magier, Simon de Tovenaar, in het hemd zette, stond de apostel zo naar het leven dat die uit pure angst de stad wilde verlaten. Bij de wegsplitsing van de Via Appia en de Via Ardeatina kwam de vluchteling Jezus tegen, die op Petrus' vraag 'Quo vadis Domine?' ('Waar gaat u heen, Heer?') antwoordde: 'Venio iterum crucifigi' ('Ik kom om opnieuw gekruisigd te worden!'). Petrus ging als de bliksem terug omdat hij toen begreep dat zijn plaats in Rome was.

In de San Sebastiano, niet ver van de splitsing, wordt de rechter voetafdruk van Christus bewaard. In marmer, dus niet echt, want de Via Appia was geplaveid met bazaltklinkers. Waarschijnlijk is het een votiefsteen, dankbaarheid uitdrukkend aan Romeinse goden, na een geslaagde reis.

'Quo vadis' is ook de titel van een beroemde roman, geschreven door Henryk Sienkiewicz. In het 67e hoofdstuk staat de legende vermeld en Petrus is daar in gezelschap van de jonge Nazarius. Een en ander berust op de (weer apocriefe) Acta Petri, maar voor ons modernen in de huidige kerk ontstijgt er toch een fraai tikje op de vingers aan: wij denken immers ook vaak 'ik hou het voor gezien!' En als we dan vluchten, komen we toch, vandaag of morgen, een meneer uit Nazareth tegen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden