Quinoa, zegen en ramp

Boeren in Bolivia profiteren van de populariteit van quinoa. Maar voor de inheemse bevolking is dit basisvoedsel nu te duur en de massale verbouw tast het milieu aan.

REPORTAGE | EDWIN KOOPMAN

Zand, steen en lage, bremachtige struiken domineren de hoogvlaktes rond het stadje Uyuni in het zuiden van Bolivia. Onverharde modderwegen vol kuilen en plassen slingeren zich door een soort duinlandschap. In de verte grazen lama's, daarachter steken de besneeuwde toppen van de Andes kilometers de lucht in. Het barre klimaat, de zoutrijke grond en het felle zonlicht op 4000 meter hoogte vormen de ideale omstandigheden voor quinoa. Dat de arme boeren in deze streek zich er al eeuwen mee voeden, was een kwestie van noodzaak; iets anders groeit er niet.

De lichtgroene quinoaplanten links en rechts van de weg steken fris af tegen de grauwe omgeving. Toch ogen de veldjes niet florissant. Sommige zijn maar half begroeid. De productie per hectare is laag. "Ze hebben hun terreinen nooit bemest", verklaart Digno Huanca. Hij werkt bij de organisatie Fautapo, die boeren begeleidt bij de verbouw van quinoa. De teelt gaat nog op de traditionele manier, zoals in de tijd dat de bewoners het alleen nog zelf aten. "Als ze meer willen verbouwen, zaaien ze gewoon een extra akkertje bij." Bolivia is overvallen door het internationale succes van zijn oervoedsel. Het land is 's werelds grootste producent van quinoa; 44.000 ton in 2012, een verdubbeling in twee jaar en iets minder dan de helft van de wereldproductie. De export steeg in drie jaar tijd van 8000 naar 26.000 ton. Maar de omslag naar grootschaliger teelt voor de wereldmarkt is nog niet gemaakt. De vraag overtreft al tien keer het aanbod, wat de prijs voor quinoa enorm heeft opgedreven.

De vervallen huizen in Chacala, een dorp op twee uur rijden van Uyuni, duiden op allesbehalve een bonanza. Zodra de buitenlandse pers arriveert, klautert een jongen in een lemen kerktoren om de klokken te luiden. Als vanuit het niets komen de boeren uit de zijstraten en verzamelen zich op het plein. Er wonen hier honderd families en de gemiddelde leeftijd is hoog. De jeugd is naar de stad gevlucht voor het leven op de barre hoogvlakte, het geploeter op het land, de kou in onverwarmde hutten. Ze komen alleen nog om te zaaien en oogsten. De oudjes passen hier op het land. Ze hebben geen idee van de internationale quinoahausse. Het enige wat ze weten is dat hun oude vertrouwde zaadjes ineens kapitalen opbrengen.

"Vroeger moesten we het zelf naar de markt brengen", zegt Luisa Condor, een vrolijke boerin met een grote hoed. "Sinds een paar jaar komen de handelaars hier." En ze betalen goed. "Vroeger deed een zak quinoa 40 bolivianos, nu soms wel 800", zegt de 67-jarige Andrés López tevreden. Dat is omgerekend bijna 100 euro voor 45 kilo. "Ik heb nu een bestelwagen kunnen kopen, vroeger had ik nog niet eens een fiets." Bijna iedereen in het dorp heeft ervan geprofiteerd. Mensen laten hun huis opknappen. "Veel van onze kinderen kunnen nu studeren. Sommigen zijn nu ingenieurs. Dankzij de quinoa."

Ecologisch evenwicht
Het succes van de quinoa biedt het straatarme Bolivia enorme kansen, maar vormt ook een bedreiging. De ongebreidelde toename van het aantal akkertjes is desastreus voor het kwetsbare ecosysteem van de hooglanden. "Uitputting van de bodem, erosie en een verstoorde waterhuishouding bedreigen traditionele graasgebieden van de lama's en leiden tot verwoestijning", zegt Huanca. "Om zich aan de quinoa te kunnen wijden, fokken de boeren geen lama's meer. Ze zien hen als een vijand die de oogst opeet." Die lama's zijn essentieel voor een ecologisch evenwicht, zegt Huanca, die de boeren leert juist meer lama's fokken, in omheind grasland, en hun mest te gebruiken om de quinoaproductie per hectare te verhogen. "Ze kunnen dan meer oogsten zonder areaal uit te breiden. Ecologische, intensieve landbouw is goed voor de export en voor het milieu."

Een minstens zo wrange schaduwzijde van de quinoahausse is - paradoxaal genoeg - de voedselzekerheid. Voor de producenten is de hoge marktprijs een zegen, maar voor anderen is het een ramp. Het voormalige armenvoedsel is zo duur geworden dat arme families het niet meer kunnen betalen. Het internationale succes maakt een einde aan het traditionele, evenwichtige voedingspatroon en kan leiden tot ondervoeding. "Vroeger aten we 's morgens, 's middags en 's avonds quinoa", zegt de 40-jarige María López Mamani. "Nu eten de mensen goedkope pasta." Mamani woont in El Alto, de grote indianenstad op de hoogvlakte naast La Paz. Op de uitgebreide zondagsmarkt ligt van alles, maar quinoa is onvindbaar. "Niemand koopt het meer, het is te duur geworden", bevestigt een verkoopster. Voor haar staan grote zakken met rijst en noodles voor een derde van de prijs.

De oplossing moet komen van productievergroting, vindt de Boliviaanse econoom Roger Cortez Hurtado, die pleit voor ontwikkeling van nu onvruchtbare gebieden tot quinoaplantages. Bolivia geeft 12 miljoen dollar subsidie aan 70.000 producenten. Dit jaar moet het areaal met 50 procent groeien, maar dat is te weinig om de groeiende vraag bij te benen.

Bolivia heeft haast door concurrentie uit Peru, Chili, Frankrijk, China en de VS. 'Alleen door snel te investeren kan Bolivia profijt hebben van de unieke omstandigheden in de hooglanden die de teelt van quinoa mogelijk maken', schreef Cortez in een opiniestuk. Het kan een einde maken aan de ontvolking van het platteland. En: "Als we de komende tien jaar drie miljard dollar investeren, dan kan quinoa het land net zoveel opbrengen als de export van gas."

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden