Quasi-Jezus

Wie denkt dat Coetzees zojuist verschenen roman 'De schooldagen van Jezus' over de schooldagen van Jezus gaat, komt bedrogen uit. Net zomin als trouwens het vorige deel 'De kinderjaren van Jezus' over de kinderjaren van Jezus ging. Ze gaan over het jongetje David en zijn pleegouders Simón en Inés, die hun land met de boot ontvlucht zijn en in een ander land (ik denk Chili) een thuis hebben gevonden. Ze lijken wel wat op Jezus en zijn ouders, vandaar natuurlijk, Coetzee geeft het Jezusmotief gewoon weg, gratis en voor niks.

Meestal gaat het andersom en moet je er als lezer zelf achter komen: hé, in de 'Max Havelaar' zit het Messiasmotief. In 'Ulysses' ontdek je de wandelende Jood. Doordat Coetzee het gewoon benoemt, ga je als lezer min of meer verplicht op zoek naar de parallellen in plaats van dat je ze met je spitse brein zelf ontdekt. Op die manier ontneemt Coetzee je een soort trots lezerspleziertje 'kijk eens, ik heb iets ontdekt' en heel in de verte zegt hij eigenlijk 'literatuur is geen spelletje'.

Enfin, natuurlijk toch op zoek gegaan naar de overeenkomsten tussen die David en Jezus. En die zijn er zat. Zo zijn Davids ouders niet zijn echte ouders en heeft hij het gevoel, gelijk Jezus in de tempel, dat ze hem niet begrijpen: 'Jullie weten niet wie ik ben', nadat hij eerder al gezegd heeft op de vraag wiens zoon hij is: 'van niemand'. Ook is er ergens sprake van een visser die koning wil zijn en wordt David 'integraal' genoemd. Zijn dansleraar zegt: 'Hij is integraal zoals andere kinderen dat niet zijn. Niets kan hem worden ontnomen. Niets kan worden toegevoegd.' Soort volmaaktheid dus.

En dansleraar? Ja, David wil letterlijk de sterren van de hemel dansen, terwijl zijn pleegouders gewoon willen dat hij op school taal en rekenen leert. Hij is kortom anders dan zijn leeftijdgenoten, geen Dik Trom maar een jonge Jezus in de tempel, luisterend naar anderen. Maar het interessantst zijn toch de ideeën die hij verkondigt. Zo meent hij dat het beter is te nemen dan te geven, want tijgers en leeuwen geven ook niet. Niks 'het is zaliger te geven dan te ontvangen' dus.

Ook leert hij van zijn discutabele vriend Dmitri, een oude man met vieze blaadjes die het hoofd van de school heeft vermoord, 'laat ze je nooit vergeven, en luister niet als ze je een nieuw leven beloven. Het nieuwe leven is een leugen, mijn jongen.' Deze quasi-Jezus leert dus precies het tegenovergestelde van de echte.

Wat zou Coetzee, de ongelovige, met deze omkering van zaken hebben bedoeld? Dat het evangelie, de boodschap van verlossing, de mens op het verkeerde been zet? Dat de natuur sterker is dan de beschaving? Dat het verhaal van de Bijbel niet deugt? Wil hij zijn lezers gewoon opschudden om eens wat dieper en kritischer over al die humanistische waarden na te denken? Of suggereert hij dat kinderen dichter bij de waarheid staan dan volwassenen?

Ik heb het boek inmiddels uit maar ik bén er nog niet uit. Beter kun je het niet hebben: literatuur met nasleep in je hoofd. Maar goed, van Coetzee had ik ook niet anders verwacht.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden