Quarterlife crisis / Generatie die niet kiezen kan

Ze zijn rond de dertig, hebben hun leven prima op orde, maar gelukkig zijn ze niet. Want ze weten niet wat ze willen of het is het in hun ogen allemaal nét niet.

Het zijn twintigers en begin dertigers die het goed voor elkaar hebben. Leuke, aardig betalende baan, fijn huis, druk sociaal leven, een relatie die lekker loopt, dan wel succesvol vrijgezel. Of op z’n minst een paar van deze ingrediënten voor een rijk leven. Niets te klagen dus. Maar dat doen ze nu juist wel. Over dat ze niet weten wat ze willen, of dat het ’t allemaal net niet is. Welkom in de wondere wereld van de quarterlife crisis.

Een soort midlife crisis? Zoiets. De levensvragen komen alleen niet rond het veertigste jaar, maar eerder. En ze luiden anders. Niet: ’heb ik nou wel de juiste keuzes gemaakt, kan het roer nog om?’ Maar: ’hoe maak ik nú de goede keuzes en hoe zorg ik dat ik later geen spijt krijg van de keuzes die ik nu maak’.

Gerard Breeuwsma is universitair docent ontwikkelingspsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij legt de quarterlife crisis onder tobbende twintigers en dolende dertigers uit als een verlate adolescente crisis, ofwel: lekker laat puberen. „Het is een mengvorm tussen late adolescentie en een vroege midlife. Enerzijds worstelen deze mensen met de vraag ’wie ben ik?’ Dat zoeken naar identiteit is typisch voor de puberteit. Het andere element van de quarterlife crisis is terugkijken en dat gebeurt juist eerder.”

Hoewel het begrip pas in de jaren negentig bekend werd, bestaat de term al veel langer. Psychoanalyticus Elliot Jaques – dezelfde man die de midlife crisis bedacht – introduceerde de quarterlife crisis al in 1965. Het is destijds nooit opgepikt. Ook toen werd de doelgroep gedefinieerd tussen de 25 en 35 jaar en ook toen al was er kritiek op de naam. Die suggereert immers dat je op die leeftijd pas op een kwart van je leven zou zijn. Wat levensverwachting betreft is de term thirdlife crisis accurater, maar quarterlife klonk nou eenmaal beter, zo redeneerde Jaques.

Oudere generaties zijn geneigd te denken dat het om verwend gedrag en een luxeprobleem gaat. De jonge mensen van nu hebben meestal alle kansen om iets moois van hun leven te maken. Maar volgens Breeuwsma zijn die ouders juist een van de oorzaken. „De ouders van nu hechten sterk aan waarden als vrijheid en eigen keuzes maken. Zij passen niet meer in het patroon van hun eigen ouders, voor wie er na de oorlog weinig te kiezen viel. De vrijheid die zij hun kinderen nu meegeven, neemt de noodzaak voor pubers weg om zich af te zetten.”

Ouders van nu verbieden weinig, ziet Breeuwsma; ze adviseren en begeleiden vooral. „Ze stellen dat het vooral belangrijk is dat je ergens plezier in moet hebben. Dat geldt voor relaties, werk, studie. ”

De norm is dus dat je moet doen wat je leuk vindt. De studiekeuze, de eisen aan een baan en het verlanglijstje van de ideale partner worden daarop gebaseerd. Dat strookt lang niet altijd met wat de realiteit te bieden heeft. En dat levert keuzestress op.

Met al die vrijheid die ze van hun ouders krijgen hoeven jongeren in hun tienerjaren ook niet meer te puberen. Breeuwsma: „Als je op je zestiende, zeventiende verkeerde keuzes maakt, is er nog geen man overboord. Nu moet je een heel eind terug als je de gekozen richting wilt bijstellen of terugdraaien. Een studie doe je niet zomaar opnieuw.”

Het ontbreekt deze generatie in bepaalde mate aan realiteitszin. Het streven naar een op alle vlakken ideaal leven wordt op een zeker moment ingehaald door de werkelijkheid. Moeten we dat dan een crisis noemen? Volgens Breeuwsma komt er in de quarterlife crisis iets samen. „De term suggereert een ernstig probleem, maar dat hoeft niet het geval te zijn. Feit is wel dat iemand even niet weet hoe hij verder moet.”

De enige manier om uit die impasse te komen, is te doen waar de quarterlifer nou net moeite mee heeft: keuzes maken. „Het is nou eenmaal niet vol te houden om alleen maar leuke dingen te kiezen en je kunt niet overal op terugkomen. Vroeger werd je geleerd om af te maken waar je aan begon. Nu mogen kinderen gerust iets anders gaan doen, als de pianolessen na zes keer vervelen.”

Bovendien: „Het leven is per definitie een aaneenschakeling van crises. Vrijwel alle levenslooptheorieën laten dat beeld zien.” De Duits-Amerikaanse psycholoog Erik Erikson bijvoorbeeld, deelt het leven op in acht fases. Elke fase biedt kansen maar ook risico’s. Erikson stelt dat overal conflicten en crises aan verbonden zijn en dat die doorlopen moeten worden om verder te komen. Het leven als een computerspel; honderd keer tegen dezelfde muur aanlopen voor je een level verder bent.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden