Q-mail

Zo mediagericht als de liberaal Rudolf de Korte, die in zijn parlementaire jaren persoonlijk zijn toespraken op onze redactie kwam afleveren, als het even kon een dag van tevoren en na een telefonische aankondiging dat hij er op zijn rijwiel aan kwam, heb je ze tegenwoordig niet meer.

Hoewel, er zijn nog altijd kamerleden die zonder moeite de lessen tot zich nemen die garanderen dat zij bijna dagelijks in de kranten, de ether, of op het scherm present zijn. Les één is dat je in recessen niet met vakantie gaat en via het stellen van schriftelijke vragen aan de media kenbaar maakt dat je aanwezig bent en, belangrijker, beschikbaar voor commentaar op welke kwestie dan ook.

Het is helemaal niet erg dat kamerleden mediagericht zijn - je vertegenwoordigt het volk niet stilletjes - maar volgens de mores van het Binnenhof moet je oppassen voor overdrijving. Les twee is dat je je van deze wijsheid geen bal aantrekt. Dat houdt ook in dat je, als je onverhoopt niet zelf voor een camera wordt geïnterviewd, zo veel mogelijk door het beeld scharrelt. Bij debatten of enqûeteverhoren kies je een positie die permanente aanwezigheid in het beeld verzekert.

Hans Gualthérie van Weezel, het oud-CDA-kamerlid, handelde als vanzelf volgens deze regel toen hij tijdens de IRT-enquête in 1996 een dagje verhoren wilde bijwonen. Van tevoren had hij zijn auto bij een garage afgeleverd, want er moest een klein mankementje worden gerepareerd voor hij die avond weer zou afreizen naar Straatsburg, waar hij ambassadeur bij het Europese parlement was. Terwijl Van Weezel op zijn uitgekiende plaats, in het verlengde van een camera, plaatsnam, boog de Haagse garagist zich over zijn kapotte auto. De man was nog vloekend en tierend met de reparatie bezig, toen mevrouw Van Weezel binnenkwam met de mededeling dat ze de auto graag wilde meenemen. 'Dat zal niet gaan', zei de man, en terwijl hij boos naar het tv-scherm gebaarde waarop Van Weezels tronie duidelijk zichtbaar was: 'Deze wagen is van die hufter daar.'

De Korte en Van Weezel zijn weg van het Binnenhof, maar hebben wel navolgers. Volledig subjectief volgen hier de tien sterkst mediagerichte kamerleden. Hierbij gaat het alleen om parlementariërs die langer dan een jaar in de Kamer zitten.

1 Boris Dittrich, D66

2 Rob Oudkerk, PvdA

3 Frans Weisglas, VVD

4 Gerd Leers, CDA

5 Peter Rehwinkel, PvdA

6 Rob van Gijzel, PvdA

7 Jan Hoekema, D66

8 Adri Duivesteijn, PvdA

9 Marjet van Zuijlen, PvdA

10 Erica Terpstra, VVD

Het is jammer dat onze collega's van Intermediair niet hebben uitgezocht hoe frequent deze ervaren kamerleden in de media optreden. Dat had hun onderzoek naar de mediagerichtheid van de zestig nieuwe kamerleden nog iets meer reliëf gegeven.

In dat onderzoek draaide het niet om goed of slecht, maar louter om de frequentie. De journalisten zijn domweg aan het turven geslagen. Hoe vaak werden de nieuwkomers met citaten opgevoerd in een landelijke krant en hoe vaak verschenen zij bij de publieke omroepen op het scherm?

De redactie liet zich inspireren door de manier waarop voor wetenschappers de citation-index wordt samengesteld. Een hoge plaats op deze index, die in Nederland nog maar een jaar of tien bestaat, geeft veel status, maar is tegelijk onbarmhartig voor degenen die laag scoren. In de angelsaksische academische wereld, waar deze cultuur al veel langer bestaat, geldt niet voor niets publish or perish, publiceer of ga ten onder!

Met dat perspectief voor ogen is het dus zaak de publiciteits-index van de kamerleden een beetje voorzichtig te bekijken, zeker omdat de onderzochte periode erg kort is. De journalisten turfden van mei '98 tot half maart '99. Dat is ruim negen maanden, maar als de kabinetsformatie er nog van wordt afgetrokken, blijft er goed een half jaar over.

In zo'n kort tijdsbestek ontstaat wel een onevenredig voordeel voor de kamerleden die min of meer toevallig met een grote kwestie te maken krijgen. Maar vermoedelijk zegt de uitkomst wel iets over de concurrentie die de Dittrichs en Oudkerken te wachten staat. Met afstand nummer één op de index staat Femke Halsema, die de mediagerichtheid ooit terugvoerde op de meest existentiële vraag voor kamerleden: 'Je bestaat niet als je niet in de pers aanwezig bent'. Hierbij de volledige index van Intermediair, met tussen haakjes het aantal 'treffers' in de media:

1 Femke Halsema, GroenLinks (114)

2 Geert Wilders, VVD (90)

3 Marleen Barth, PvdA (79)

4 Atzo Nicolaï, VVD (78)

5 Jan Peter Balkenende, CDA (73)

6 Siem Buijs, CDA (70)

7 José Smits, PvdA (60)

8 Hugo van der Steenhoven, GroenLinks (59)

9 Camiel Eurlings, CDA (55)

Willibrord van Beek, VVD (55)

Gert Jan Oplaat, VVD (55)

Jacques Niederer, VVD (55)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden