Q-mail

Premier Kok verzette zich tegen de suggestie uit de Kamer om de bevolking in nationale tv-zendtijd over de Balkanoorlog bij te praten met argumenten die de Kamer zelf een halve eeuw terug gebruikte. Toen greep het parlement in om juist dit soort toespraakjes van de premier de nek om te draaien. Het was 1945, de premier heette Willem Schermerhorn en zijn wekelijkse radiotoespraak op vrijdagavond droeg de titel Praatje op de brug. Schermerhorn vertelde daarin over de wederopbouw, zoals dat ook gebeurde in de dagelijkse radiorubriek van de rijksvoorlichtingdienst We zijn er nog niet, maar we komen er wel.

De optredens van Schermerhorn waren geïnspireerd op de radiopraatjes bij de haard die de Amerikaanse president Franklin Roosevelt hield. Bovendien had Radio Oranje in de oorlog laten zien hoe belangrijk dit nieuwe medium was om met de bevolking te communiceren. Niettemin maakte het noodparlement korte mettten met de Amerikaanse stijl van Schermerhorn. Hij vond het een taak van de premier het beleid van het kabinet uit te dragen. Daarmee liep hij veel te ver voor de muziek uit. Het (nood) parlement moest niets hebben van propaganda, de partijen wilden geen premier die de vakministers in de schaduw stelde. Kok huldigt dat standpunt nog steeds. Zendtijd vorderen past volgens hem ook niet in onze pluriforme cultuur.

Na Schermerhorn kwam Beel die de zaak volledig op slot gooide. Hij sprak als premier nimmer het volk toe via de radio en gaf nooit een persconferentie. Niet voor niets kreeg hij als bijnaam de Sfinx van Wassenaar. Diende zich een uitzonderlijk belangrijke kwestie aan, dan belegde hij een besloten bijeenkomst voor persoonlijk uitgenodigde hoofdredacteuren. Drees deed het niet anders. Onder De Quay, die in 1959 kwam, leek er iets te veranderen. Oud-RVD-topman Gijs van der Wiel herinnerde zich later hoe Jan de Quay bij de oprichtingsvergadering van zijn kabinet in het Kurhaus in Scheveningen vlak voor aanvang plotseling naarbuiten liep en zomaar met de verzamelde journalisten begon te praten. 'Ja, mijne heren, wat u zegt, we zijn nog niet begonnen. Ja, we missen er nog een paar. De heren van de CHU zijn er nog niet. Dat heeft u goed opgemerkt. Wij weten ook niet waarom. Ze zullen de weg toch wel weten? Met de CHU weet je het nooit, zeggen de heren binnen.' De aspirant-ministers van de CHU begrepen het signaal en schoven een paar uur later alsnog aan.

Op een soortgelijke omzichtige manier openbaarde deze premier een naderende politieke doorbraak in de Nieuw Guinea-kwestie. Volgens Van der Wiel liet hij zich tijdens een ontvangst van journalisten in de tuin van de RVD-directeur quasi-argeloos ontvallen dat we Nieuw-Guinea niet zouden kunnen behouden. 'Realiseert u zich', hield een oudere journalist hem voor, 'dat dit een totale ommezwaai van het Nederlandse standpunt betekent?' Jazeker, antwoordde De Quay, en dat moet ook snel gebeuren.

Welke na-oorlogse premiers hadden de openbaarheid van bestuur hoog in het vaandel en welke verscholen zich bewust voor pers en publiek? Het is moeilijk dit in een rangorde te plaatsen. Er zijn geen kampioenen openbaarheid aan te wijzen, omdat ieder gebonden was aan de normen van de tijd. Ze zijn slecht tegen elkaar af te meten. Wel is een lijstje te maken met tien typeringen van minister-presidenten en hun contacten met pers en publiek:

1 Schermerhorn radiopraatjes op de brug

2 Beel gesloten als een sfinx

3 Drees alles vertrouwelijk

4 De Quay quasi-argeloos

5 Cals praatte journalisten telefonisch bij

6 De Jong eerste wekelijkse persconferentie

7 Biesheuvel openBarend, weg met de titel 'excellentie'

8 Den Uyl van gewone mensen voor gewone mensen

9 Lubbers lange betogen op persconferenties

10 Kok kort van stof, vordert niet graag zendtijd

D66-fractieleider Thom de Graaf beklaagde zich vorige week in Vrij Nederland over de terughoudende aanpak van Kok in de publiciteit over de Kosovo-crisis. 'Hij had het wat mij betreft anders mogen aanpakken dan Den Uyl, die in 1973 - ernstig over de rand van zijn bril kijkend - de oliecrisis aankondigde. Ik vind het belangrijk dat de minister-president in moeilijke tijden er staat. Zichtbaar, dus voor en achter zijn minister.' Het valt op dat het rationele D66 een vaderlijk, zo niet paternalistisch optreden van de premier verlangt.

In Nederland houden we daar niet zo van sinds Colijn in 1936, toen Hitler troepen in het Rijnland legerde, de natie in een radiopraatje op het verkeerde been zette met de vaderlijke raad 'Gaat u maar rustig slapen.' Sindsdien kunnen die gevleugelde woorden niet meer zonder zware ironie worden uitgesproken. Colijn zei letterlijk echter iets anders: 'Ik verzoek de luisteraars dan ook, wanneer zij straks hun legersteden opzoeken, even rustig te gaan slapen als zij dat ook andere nachten doen. Er is voorshands geen enkele reden om ongerust te zijn.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden