Q-mail

Tot de stervende oude vormen in de politieke cultuur behoort, naast de sigaar, de pijp en de knot, nu ook het lied. De 'Internationale', het strijdlied van de socialisten, is gisteren slechts nog zo hier en daar gezongen. In de Willem-Dreeshuizen, waar de oude rank and file van SDAP en PvdA de laatste levensdagen doorbrengt, kennen ze de tekst nog wel. Maar elk jaar klinkt het lied Ontwaakt verworpenen der aarde! Ontwaakt verdoemden in hongers sfeer! wat ijler. Op PvdA-congressen zingen ze het lied niet meer. Afgeschaft onder het bewind van Felix Rottenberg, toen bleek dat het congres de melodie alleen nog maar meeneuriede.

In de jaren zeventig leek er sprake van een opleving, toen Jaap van der Merwe met een nieuwe vertaling op de proppen kwam Hé joh! Ze houen je d'r onder! Hé joh! Ze houen je te kort!. Maar wie in die dagen op PvdA-leider Joop den Uyl lette, kon zien dat hij de tekst niet kende. Hij bromde maar wat mee. Niet dat hij zo weinig tekstvast was, je kon hem midden in de nacht wakker maken voor de woorden van psalm 86 De Heer zal opstaan tot de strijd, hij zal zijn haters wijd en zijd, verjaagd, verstrooid, doen zuchten. Hij kwam dan ook uit een gereformeerd nest. In die kring wisten ze wel raad met de psalm in de politiek. Toen Aantjes in 1973 als leider van de gereformeerde ARP meewerkte aan het totstandkomen van het kabinet-Den Uyl zongen ze hem tijdens zijn bezoek aan de kiesvereniging Bunschoten-Spakenburg toe met het eerste vers van psalm 1: Welzalig hij, die in der bozen raad niet wandelt, noch op het pad der zondaars staat, noch nederzit, daar zulken samenrotten, die roekeloos met God en godsdienst spotten. Aantjes' rechterhand Joop van Rijswijk noteerde in zijn boek 'Repeterende breuken': 'In de ogen van onze Spakenburgse vrinden kon die psalm alleen maar op socialisten slaan. Daar ging je immers niet mee om, daar voerde je oorlog tegen! Waar ze aan liberalen nog genadiglijk wilden toestaan, te wandelen in het licht van Abraham Kuypers 'gemeene gratie', was dat voor socialisten op voorhand uitgesloten.'

Was er niets aan de hand, dan kon de protestantse politicus die op een post was gekozen of benoemd, rekenen op een Daaltje, dat stond voor psalm 134, vers 3: Dat 's Heeren zegen op u daal, zijn gunst uit Sion u bestraal, Hij schiep 't heelal, Zijn naam ter eer, looft, looft dan aller heren Heer.

De tien vermaardste politieke liederen:

1 De Internationale

2 Het Wilhelmus

3 Dat 's Heeren zegen op u daal

4 Het lied van den 8-urendag

5 De uil zat in de olmen

6 Alle Menschen werden Brüder

7 Morgenrood

8 Het vrouwenlied

9 Waar de blanke top der duinen

10 De konegin woont in paleizen

Het Wilhelmus is weliswaar het Nederlandse volkslied, maar in vroeger dagen functioneerde het ook wel eens als politiek strijdlied. In 1919, toen de Kamer de arbeidswet van de katholieke minister Aalberse goedkeurde, die voorzag in een 45-urige werkweek en daarmee de vrije zaterdagmiddag in Nederland invoerde, stonden de sociaal-democratische Kamerleden op en hieven het '8-urenlied' aan. Het Volk schreef: 'Als de roode fraktie ons lied heeft uitgezongen, vat de rechterzijde moed en begint onder aanvoering van majoor Duymaer van Twist die de maat slaat, het Wilhelmus te zingen.' Minister Aalberse noteerde die avond in zijn dagboek: 'Het was een merkwaardig ogenblik. Ik voelde me gelukkig en dankbaar, onze Lieve Heer heeft me zichtbaar gesteund.'

In onze herinnering was 'De uil zat in de olmen' het lied van de Kabouters, een ludiek-anarchistische beweging in de jaren zeventig. Beethovens 'Alle Menschen' wordt, een beetje krampachtig, als een soort Europees volkslied gepousseerd. 'Morgenrood' (waarmee in de jaren vijftig en zestig de Vara haar radio-uitzendingen begon) en het 'Vrouwenlied' komen uit het repertoire van de Stem des Volks. De NSB propageerde in de jaren dertig 'De blanke top' als nieuw volkslied.

Op onze speurtocht naar het politieke lied stuitten we in het archief van de Leidse universiteit op een anonieme republikeinse studentensmartlap uit 1903. Vanwege het actuele debat over de monarchie de volledige tekst:

De konegin woont in paleizen, die zijn als torenen zo hoog

Ik woon maar op een zolderkamer en als het regent is 't er niet droog

De konegin drinkt uit bokalen en ik uit een eenvoudig glas

Zij kan een zijden bed betalen. Ik sluimer op een stroomatras

De konegin als zij gaat baaien, rijdt zij naar 't bad toe in een koes

En ik slof netjes op mijn klompen, naar 't badhuis voor een kouwe does.

De konegin als zij gaat dozen, dan spoelt ze met lavendel door

Ze veegt haar billen af met rozen. Ik neem het ochtendblad er voor

De konegin als zij gaat sterven, krijgt zij een gouden grafgewelf

En ik ga naar het armenkerkhof, waar ik eerst zelf mijn putje delf

Wanneer de konegin gaat hemelen, dan toeteren engelen hun bazuin

Maar ik kruip stilletjes met mijn liefste, in 'n hoekje van de wolkentuin.

Correcties, aanvullingen, suggesties kunt u ons toezenden per e-mail (parlement@trouw.nl) of fax (070-3118329).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden