Q-mail

'Jammer dat dat soort politici langzamerhand uitsterft', schrijft Piet de Visser naar aanleiding van de rubriek van vorige week over Theo Joekes. De vroegere PvdA-parlementariër, die in de jaren tachtig politieke faam verwierf als Paspoort-Piet, herinnert aan 'zo'n typische Joekes-uitspraak' over hemzelf. 'Ik heb er destijds enorm om gelachen en was er (ijdelheid!) ook buitengewoon trots op', aldus de Rotterdammer. De bewuste uitspraak van Joekes, gedaan in een vraaggesprek met deze krant in het voorjaar van 1988, was: 'Je moet oppassen dat je niet te veel in de ban raakt van een begenadigd spreker als de PvdA'er De Visser. Het blijft per slot van rekening een politieke tegenstander, die gemold moet worden.'

Piet de Visser was als kamerlid van hetzelfde slag als Joekes: onafhankelijk, schelmachtig, onbevreesd, relativerend, satirisch. Niet voor niets vond Joekes dat wie de politiek in wilde zich ver van politicologie moest houden. 'Dat is geen vak. Je kunt beter twee jaar naar het conservatorium gaan en daarna nog eens twee jaar beeldende kunst studeren.' Joekes en De Visser inspireerden ons tot een poging een lijstje samen te stellen van de tien grootste schelmen in de Haagse politiek.

De tien grootste schelmen van het Binnenhof:

1 Theo Joekes

2 Henk Vredeling

3 Piet de Visser

4 Dries van Agt

5 Marcel van Dam

6 Hans Wiegel

7 Hans Gruijters

8 Rick van der Ploeg

9 Hans Hillen

10 Joop van der Reijden

Stuk voor stuk zijn dit politici die zich als helden of anti-helden hebben doen kennen op het gebied van het Ewig-Weibliche, de kan of het woord, of een combinatie daarvan. Joekes was een vermaard rokkenjager, maar tegelijk een gentleman. Eind jaren zestig trad hij bemiddelend op in een kwestie tussen zijn partijgenoot minister van justitie Carel Polak en het kamerlid Bert Haars. Nadat deze christelijk-historische politica haar eerste rede in de Kamer had afgestoken, zei Polak in zijn antwoord onverhoeds dat hij begreep 'dat mejuffrouw Haars in de dubbele betekenis van het woord haar maiden speech had gehouden'. Joekes schrijft in zijn boek: 'Ik zag haar aan de overkant van de zaal van kleur verschieten. Ik had haar kort daarvoor leren kennen. Een aardige ongetrouwde vrouw van even in de vijftig. Niet zozeer preuts, denk ik, als niet gediend van grappen op haar persoon. Ik ben naar haar toe geslenterd. Neen, zij vond het inderdaad niet aardig van de minister.' Joekes beschrijft hoe hij Polak ertoe brengt onder vier ogen in een goed gesprek zijn excuses tegenover Haars te maken.

Legendarisch is de persverklaring die Joekes midden jaren tachtig aan het Binnenhof verspreidde, toen zijn aanstaande jonge bruid te elfder ure van een huwelijk met de veel oudere politicus afzag. De eerste zin van de verklaring luidde: 'Juffrouw Vullings heeft zich bedacht.' In zijn boek onthult Joekes dat hij over het misverstand van de romantiek eens een kort maar hevig gesprek voerde met Ien Dales. Het was het enige serieuze gesprek met een vrouw over dit onderwerp ooit. 'Ien Dales en ik liepen samen een vergadering uit, waarin iemand de romantiek had opgehemeld. We zijn vijf minuten blijven hangen om ons hart te luchten. De romantiek was een van de gevaarlijkste, meest destructieve stromingen in de geschiedenis van de mensheid, zei Ien, een misverstand dat op bedrog en zelfbedrog was gebaseerd.' Doch in de borst van de liberaal huisden twee zielen, want even verderop schrijft hij: 'Maar van Goethe is ook de regel Das Ewig-Weibliche zieht uns hinan. Naarboven dus, opwaarts.'

De tegenheld van Joekes op dit gebied is Hans Hillen, die vorig jaar tegen Opzij verklaarde: 'Om niet in de verleiding te komen, ga ik elke dag naar huis, zelfs al is het drie uur 's nachts en moet ik om zes uur weer weg. Even het honk aankloppen, noem ik dat.' Van Agt, Wiegel en De Visser waren meesters van de one-liner, toen dit begrip nog niet tot het politieke jargon behoorde. De Visser destijds over het ontbreken van enig debat over de Nederlandse deelname aan de eerste Golfoorlog. 'We zijn die oorlog in gerommeld.' Van Agt over een (zeldzaam) positief resultaat in de formatie van 1977: 'We keken over de rand van het glas uit over de plas en zagen dat het goed was.' Wiegel in een imitatie van de oude Van Riel, die in een vreemde stad zijn chauffeur opdraagt een voorbijganger de weg te vragen naar een goed restaurant: 'Vraag het maar niet aan een bromfietser, want daar hebben we niets aan.'

Wim Kok is overmorgen, uitgerekend 1 april, net zo lang minister-president als Joop den Uyl dat is geweest, 1683 dagen. Hij klimt daarmee naar de negende plaats op het lijstje van de langst zittende premiers in deze eeuw, met 4309 dagen aangevoerd door Ruud Lubbers. Kok krijgt nu Gerbrandy in zicht, die als leider van drie oorlogskabinetten 1755 dagen premier was. Als Kok het haalt, komt hij op 11 juni met Gerbrandy op gelijke hoogte.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden