PVV wekt politiek weer tot leven

Ondergang van de PVV, het LPF-scenario, lost niets op. De gevestigde politiek sukkelt dan in slaap. Tot de volgende populistische aanval, die zeker komt.

Het afgelopen jaar was op vele gebieden geen feestje, zeker niet politiek. Het jaar begon al met een kabinetscrisis, waarna verkiezingen plaatsvonden die het politieke spectrum versplinterden, gevolgd door een langdurige formatie. De uitkomst van die formatie, een minderheidskabinet dat zich gedoogd weet door de kleinst mogelijke meerderheid, is ook al geen wonder van stabiliteit. Het regeerakkoord straalt voor velen weinig optimisme uit voor de nabije toekomst, terwijl de oppositie niet in staat is een vuist te maken. Het lijkt erop dat het Nederlandse politieke bestel staat te trillen op zijn grondvesten.

Maar er is reden genoeg voor optimisme. Tenminste, als de hoofdrolspelers in de politiek bereid zijn lering te trekken uit de gebeurtenissen die resulteerden in de politieke verhoudingen anno 2010. Een electorale aardschok is immers een uitgelezen kans om te vernieuwen. De vraag is alleen of die kans ook wordt gegrepen.

De electorale doorbraak van de PVV wordt door velen gezien als de grootste rampspoed die Nederland sinds decennia is overkomen. Het is echter wel erg gemakkelijk om de beweging van Geert Wilders alleen maar weg te zetten als een gevaar voor democratie en samenleving. De PVV is, of we dat nu leuk vinden of niet, een partij die voor een grote groep kiezers aantrekkelijk is. Daarmee vervult zij een waardevolle functie in de democratie: de representatie van het ongenoegen. Hoe je het ook wendt of keert, er is een toenemende groep kiezers die zich aangetrokken voelt tot de PVV. Blijkbaar is er een reservoir aan ontevreden, wellicht zelfs antipolitieke burgers, dat zich door de PVV vertegenwoordigd weet. En dat is zeker een reden tot optimisme. Want in plaats van zich af te keren van Den Haag, voelt deze groep zich nu wél betrokken bij de politiek.

Dat betekent niet dat alles wel goed komt. De gang van zaken rond de LPF in 2002 laat zien dat de achterban van populistische bewegingen zich uiterst grillig kan gedragen. Het vergt veel zorgvuldigheid van alle partijen om de kansen die de huidige politieke constellatie biedt, om te zetten in een positieve ontwikkeling op de lange termijn.

Daarbij zijn twee scenario’s denkbaar. In de eerste plaats is het mogelijk dat de achterban van de PVV tevreden is met de rol die deze partij nu speelt. Dat zou resulteren in een consolidatie van de verkiezingsuitslag van afgelopen juni, en dus in ’definitief’ gewijzigde politieke verhoudingen. De PVV wordt dan een partij als alle andere, sterker, het zou wel eens een partij kunnen worden die groter wordt dan de rest. Voor toekomstige formaties wellicht geen prettige gedachte, maar vanuit een oogpunt van democratische representatie zeker wel. Het zou namelijk betekenen dat een grote groep kiezers, die zich lang niet of nauwelijks gehoord voelde in Den Haag, een politiek tehuis heeft gevonden. De reëel bestaande onvrede – niet zelden een grond van partijvorming – zou dan gekanaliseerd zijn in een politieke beweging. Dit scenario heeft nog een voordeel: het dwingt de andere politieke partijen om een positie ten opzichte van de PVV te formuleren en de door deze beweging gekanaliseerde onvrede serieus te nemen. Daarmee kan het leiden tot een revitalisering van de politiek, waarbij een groot deel van het electoraat betrokken zou kunnen raken bij de inrichting van de samenleving.

Het andere scenario is echter waarschijnlijker. Dit ’LPF-scenario’ houdt in dat het PVV-electoraat ontevreden raakt met de door Wilders bereikte resultaten en zijn beweging teleurgesteld de rug weer toekeert. Met als gevolg dat er, net als in 2003, weer een optische normalisering van het politieke spectrum plaatsvindt in de zin dat de gevestigde partijen weer ongeveer hun normale positie en grootte zullen innemen. Een voor velen aantrekkelijk scenario – maar veel minder optimistisch dan het eerste. De recente geschiedenis leert ons immers dat er in zo’n geval niets fundamenteel verandert en ’de politiek’ geen lessen trekt uit de ontwikkelingen. Tevreden achteroverleunend genieten de gevestigde partijen van hun herwonnen positie, om pas weer in beweging te komen bij de volgende populistische aanval op Den Haag. En dat die aanval komt, is wel zeker. Er is nu eenmaal een reservoir aan ontevredenen dat relatief gemakkelijk is te vangen door een beweging van buitenaf.

De Nederlandse politieke verhoudingen zijn veranderd – en dat is goed. Grotere groepen dan ooit voelen zich vertegenwoordigd in het parlement en de politiek leeft weer. Er staan thema’s op de agenda die de betrokkenheid bij de besluitvorming nog verder kunnen vergroten. De enige vraag die resteert is of de politieke leiders in staat zijn iets moois uit deze omstandigheden te maken. Maar zelfs op dat vlak ben ik niet per se pessimistisch. De overlevingsdrang van politieke partijen is te groot om deze kans te laten liggen. En daarmee valt er de komende jaren echt iets te kiezen in Nederland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden