PvdA ziet alleen VVD in strijd om kiezersgunst

Duidelijker dan ooit heeft PvdA-fractieleider Ad Melkert aangegeven dat de sociaal-democraten de VVD beschouwen als hun belangrijkste concurrent in de strijd om de kiezersgunst.

Dat deed hij het afgelopen weekeinde, anderhalve week voor de provinciale-statenverkiezingen, op het PvdA-congres in Utrecht.

Zowel de keuze van thema's als asielzoekers en het eigen huis, als de onderliggende redenering in zijn betoog, waarin hij gelijkheid associeerde met de liberale liefde voor de vrijheid van het individu, was geënt op de strijd met de VVD. Electorale concurrenten uit het nabije verleden als het CDA, D66 en GroenLinks zijn bij de PvdA uit beeld verdwenen.

Deze wisseling van perspectief kan op de instemming van een meerderheid in het PvdA-kader rekenen. Daarop wijst de steun die Melkert verwierf voor het standpunt dat alle uitgeprocedeerde asielzoekers op straat moeten worden gezet, óók als zij buiten hun schuld ons land niet kunnen verlaten.

Dat Melkert met deze wending naar een harder standpunt in het asielvraagstuk het oog op de kiezers heeft gericht, maakte hij duidelijk door nadrukkelijk, tot twee keer toe, op hen een beroep te doen in zijn verdediging van deze stellingname.

,,Onze kiezers verwachten dat wij streng en duidelijk zijn in de beoordeling van het vluchtverhaal van mensen'', zei hij.

Melkert verwees naar de 'grote bezorgdheid van veel Nederlanders over de toestroom van asielzoekers'.

Even eerder zei hij stellig dat 'onze kiezers het niet pikken' als de PvdA moeilijke keuzen uit de weg gaat. Alleen dan kunnen de sociaal-democraten volgens hem steun houden voor 'een open en tolerant Nederland'.

In zijn verhaal over de bevordering van het eigen-woningbezit, een klassiek liberaal stokpaardje, laakte hij het verzet van de VVD tegen het initiatief van de kamerleden Duivesteijn (PvdA) en Biesheuvel (CDA) om ook de lagere-inkomensgroepen in staat te stellen een huis te kopen.

Hij probeerde de VVD in het hart te treffen, met de stelling dat dit plan het liberale ideaal van de individuele vrijheid dient: ,,De VVD begrijpt niet dat het bezit van een eigen woning ook voor iemand met een laag inkomen het bereiken van vrijheid kan betekenen. Dat echte vrijheid gelijkheid van kans vereist.''

Ook in zijn pleidooi voor meer veiligheid op straat verbond hij vrijheid met gelijkheid. Veiligheid op straat is volgens hem een waarborg voor vrijheid waarop iedereen in gelijke mate aanspraak moet kunnen maken.

Melkert refereerde met deze voorbeelden aan de nieuwe zienswijze van de sociaal-democraten op gelijkheid. Kwam dat ideaal vroeger tot uitdrukking in het streven naar nivellering op uiteenlopende terreinen, tegenwoordig legt de PvdA vooral de nadruk op de gelijkheid van kansen op ontplooiing.

Iedereen moet zijn verzekerd van een gelijke toegang tot hulpbronnen als onderwijs en culturele faciliteiten. Het is voor de PvdA minder dan vroeger een punt van zorg als mensen zich daarna ongelijk ontwikkelen.

Met dit denkbeeld voegt de PvdA zich naar de mores van de de moderne, geëmancipeerde samenleving, waarin het levenspad van mensen veel minder dan voorheen door hun sociale afkomst is gegeven.

Met instemming haalde Kok in zijn rede voor het PvdA-congres het Sociaal en Cultureel Planbureau aan: ,,Was iemands positie in de maatschappij vroeger een gegeven, nu verwérft men zich een positie. De gesloten toekomst van vroeger, waarbij iemands levensloop een vast patroon volgde, is een open toekomst geworden: in elke levensfase zijn steeds weer keuzen mogelijk.''

De PvdA geeft met deze benadering een grotere eigen verantwoordelijkheid aan mensen voor hun lotsverbetering. In Melkerts woorden: ,,We geven mensen gelijke kansen om zélf vorm te geven aan hun leven en toekomst.''

Deze invalshoek brengt de PvdA als vanzelf dichter bij de VVD, met haar nadruk op de eigen verantwoordelijkheid van het individu. In het Nederlandse liberalisme hebben de 'sociaal-liberalen' vanouds het overwicht op aanhangers van de harde lijn, de conservatief-liberalen die het individu volledig op zichzelf willen terugwerpen. Volgens de sociaal-liberalen moet de overheid het individu middelen als onderwijs en sociale zekerheid ter beschikking stellen, om hem tot vrije ontplooiing in staat te stellen. Hoe beter hij zich dankzij die overheidssteun ontplooit, hoe beter hij op eigen benen kan staan en het genot van zijn individuele vrijheid kan ervaren.

De paradox is dat deze toenadering tussen PvdA en VVD ze tegelijk elkaars electorale concurrenten heeft gemaakt. De paarse coalitie is de verschijningsvorm van deze paradox. In deze coalitie hebben de aartsvijanden van weleer ontdekt dat zij met elkaar kunnen samenwerken, dankzij de afgenomen verschillen. Maar tegelijkertijd heeft het succes van de coalitie ook de afstand tussen de kiezers van beide partijen verkleind.

Dat bleek bij de eerste verkiezingen na de totstandkoming van Paars, de statenverkiezingen van 1995, toen een ongekend groot aantal kiezers de oversteek van PvdA naar VVD bleek te hebben gemaakt. Daarom heeft de PvdA in de campagne voor de komende verkiezingen het oog vooral op de grootste coalitiepartner, de VVD, gericht en niet op het CDA, GroenLinks of D66.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden