PvdA neemt zichzelf weer eens onder handen

(\N)

Morgen presenteert de commissie-Dijksma haar rapport over de voor de PvdA tegenvallende Europese verkiezingen, waarbij de partij vier van de zeven zetels verloor. Het is niet de eerste keer dat de sociaal-democraten het functioneren van de partij onder de loep nemen.

Schuivende panelen. De Kaasstolp aan diggelen. De scherven opgeveegd. De afgelopen 23 jaar heeft de PvdA een reeks aan rapporten met beeldende titels laten schrijven. Meestal na verkiezingen die werden verloren, een enkele keer na verkiezingen die wél tot winst leidden maar niet tot regeren. Dat laatste gebeurde bij de ’overwinningsnederlaag’ van 1986. De sociaal-democraten wonnen vanuit de oppositie tegen het bezuinigingskabinet-Lubbers I. Maar het CDA won óók en méér en kon ongehinderd de coalitie met de VVD voortzetten.

Het leidde bij de PvdA tot het instellen van een commissie onder voorzitterschap van de latere minister Tineke Netelenbos, toen nog lid van het partijbestuur. Het rapport dat haar commissie afscheidde, werd als te mager beschouwd. Om er geen misverstand over te laten bestaan dat de PvdA de zaken grondig wenste aan te pakken, werd besloten om drie commissies aan het werk te zetten. Zij moesten zich buigen over respectievelijk programma, organisatie en strategie.

De programmacommissie stond onder leiding van Tweede Kamerlid en oud-minister Jan Pronk. Het latere Tweede Kamerlid Bert Middel boog zich over de organisatie. Fractieleider Wim Kok voerde de commissie aan die de strategie onderzocht. Alleen Pronk en Middel slaagden erin om in 1987 hun rapport te presenteren.

Hun werkstukken kregen een kritisch onthaal in de partij. In ’Schuivende Panelen’ stelde Pronk voor om het streven naar een 25-urige werkweek, te bereiken in 1996, los te laten. Ook werd gepleit voor uitstel van een wettelijke regeling voor euthanasie. De commissie-Middel leverde in haar rapport, ’Politiek à la carte in plaats van politiek als dagschotel’, forse kritiek op de ingewikkelde organisatiestructuur van de PvdA en de bureaucratie, waardoor te veel leden te weinig in te brengen hadden.

Wim Kok en zijn commissie kwamen in 1988 met hun rapport over de strategie: ’Bewogen beweging’. Kern van het rapport: de PvdA zou voor CDA en VVD weer een aanvaardbare coalitiepartner moeten worden. Daarmee verdroegen zich geen ononderhandelbare punten, en de PvdA moest zich er ook op instellen dat een links meerderheidskabinet niet voor de hand lag.

Een jaar later viel het tweede kabinet-Lubbers en kon Kok de lijn van zijn rapport in praktijk brengen. Na bijna twaalf jaar oppositie ging de PvdA weer regeren, in een coalitie met het CDA waarin partijleider Kok vicepremier en minister van financiën werd.

Het regeren stond niet in de weg dat de PvdA aan zelfreflectie bleef doen. Onder de titel ’Een partij om te kiezen’ deed een commissie onder leiding van oud-minister Van Kemenade in 1991 vergaande hervormingsvoorstellen.

Eén daarvan was – evenals in het rapport van Bert Middel – het opheffen van de partijraad, het machtige orgaan waarin de ’partijbaronnen’ verzameld waren. Die aanbeveling is opgevolgd, zij het met enige vertraging. In 1991 had de PvdA het nog te druk met het overwinnen van de WAO-crisis die de partij uiteen dreigde te scheuren.

Bij de verkiezingen van 1994 verloor de PvdA zwaar. Toch werd ze de grootste partij in een paarse coalitie met VVD en D66, die mogelijk werd gemaakt doordat het CDA een historische dreun te verwerken kreeg.

Aan rapporten over deze ’nederlaagoverwinning’ had de PvdA even geen behoefte. Met een stevige economische meewind hield Paars het twee perioden vol. In 2001/2002 waren de sociaal-democraten verwikkeld in een race om goud met de VVD. De gevestigde partijen waren niet voorbereid op de maatschappelijke gevolgen van de aanslagen van 11 september 2001 in New York en Washington en de opkomst van Pim Fortuyn.

In maart 2002 kreeg de PvdA al zwaar klop bij de raadsverkiezingen, in mei volgde een nieuwe electorale dreun toen het aantal Kamerzetels vrijwel werd gehalveerd (van 45 naar 23). De signalen vanuit de samenleving waren onvoldoende doorgedrongen tot de PvdA-politici onder de Haagse ’kaasstolp’, constateerde een commissie onder leiding van oud-minister Margreeth de Boer in haar rapport ’De kaasstolp aan diggelen’.

Onder leiding van de nieuwe lijsttrekker Wouter Bos wist de PvdA zich bij de vervroegde Kamerverkiezingen van januari 2003 te herstellen: van 23 naar 42 zetels. De aanbevelingen van de commissie-De Boer om de oude PvdA-kiezers terug te halen, leken even te werken. Bij de raadsverkiezingen van 2006 was de sociaal-democratie weer oppermachtig in de steden.

Maar bij de Kamerverkiezingen in november van dat jaar was er opnieuw reden een commissie aan het werk te zetten. De PvdA kon weliswaar weer gaan regeren, maar was wel negen zetels kwijtgeraakt en zag de SP met 25 zetels akelig dichtbij komen. Onder de titel ’De scherven opgeveegd’ stelde een commissie onder leiding van burgemeester en oud-Kamerlid Ruud Vreeman vast dat de PvdA de vernieuwingen waartoe eerder was geadviseerd niet had voltooid.

Morgen moeten staatssecretaris Sharon Dijksma en haar commissie schetsen hoe het verder moet na de verloren Europese verkiezingen. Eerste test voor de PvdA: de komende raadsverkiezingen.

(\N)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden