PvdA maakt radicaal schoon schip met het verleden

De commissie-Dijsselbloem gaf deze politieke week glans. De snoeiharde analyse over hoe de politiek de afgelopen twintig jaar is omgegaan met het onderwijs bevat conclusies waar geen politieke partij omheen kan.

Normaal is er een bijna vast patroon als een onderzoekscommissie uit het parlement een rapport publiceert na een onderzoek naar het gevoerde beleid. Woordvoerders staan dan onmiddellijk klaar om de zwartepiet zo snel mogelijk bij de (politieke) tegenstander te leggen. De partij van de woordvoerder heeft het altijd al gezegd en nu krijgen hij en zijn partijgenoten eindelijk eens gelijk.

Zo kan het niet gaan met het rapport-Dijsselbloem. De politiek heeft over de volle breedte gefaald, niemand kan zijn handen in onschuld wassen.

Dat mag zo zijn, de rol van de PvdA in het onderzoek is een wel zeer opvallende. De partij leverde sinds het begin van de jaren tachtig tal van bewindslieden voor het ministerie van onderwijs. De partij had ook nogal wat pretenties met het onderwijs. Het onderwijs moest de nieuwe, mondige mens leveren, die, los van zijn afkomst, zijn mogelijkheden ten volle moet kunnen ontplooien.

Met een dergelijke ambitie kun je het onderwijs niet aan de docenten en de leerlingen overlaten en dat is de afgelopen twintig jaar dan ook niet gebeurd.

Bij de PvdA is geleidelijk aan de kijk op onderwijs veranderd. Natuurlijk blijft het ideaal dat onderwijs bijdraagt om meer gelijke kansen voor iedereen, maar ook hier geldt het bredere besef dat je mooie idealen nu eenmaal niet realiseert door ze op te leggen.

De PvdA besloot kennelijk een jaar geleden radicaal schoon schip te maken. De parlementaire onderzoekscommissie naar onderwijsvernieuwingen was een initiatief van PvdA-vicefractievoorzitter Marriët Hamer. De commissie werd voorgezeten door een ander prominent lid van de sociaal-democratische fractie Jeroen Dijsselbloem en het onderzoeksrapport was koud gepubliceerd of de fractie omarmde de conclusies.

Van belang is hierbij een uitspraak van een derde PvdA-Kamerlid, Staf Depla, in Trouw afgelopen donderdag. ‘’We hebben te veel gekozen voor het gelijk behandelen van ongelijke leerlingen’’, zo typeerde Depla het onderwijsbeleid van de afgelopen 25 jaar.

De uitspraak doet sterk denken aan de kruistocht die zijn politiek leider Wouter Bos in de eigen partijgelederen twee jaar geleden begon. Bos wil in de PvdA zo snel mogelijk af van het rigide gelijkheidsdenken. Ongelijke gevallen moet je ook ongelijk behandelen, hield Bos zijn partijgenoten in september 2006 voor tijdens het verkiezingscongres in Rotterdam. En de kritiek en zijn critici kennende voegde hij er aan toe dat het niet een typisch uitgangspunt is voor alleen de liberalen. Ook sociaal-democraten kunnen er wat mee. Hij noemde destijds nog de sociale dienst in een gemeente als voorbeeld. Niet elke maatregel is in elke gemeente even goed toepasbaar en niet elke uitkeringsgerechtigde is hetzelfde. Dat dit tot verschillende maatregelen kan leiden in verschillende gemeenten is geen bezwaar.

Het gelijkheidsdenken heeft in de onderwijspolitiek bij uitstek altijd een prominente rol gespeeld. Niet alleen bij de PvdA, maar voor die partij was het een vorm van een grondwetsartikel. Het is fascinerend om te zien hoe snel en hoe radicaal een nieuwe generatie politici uit die partij er korte metten mee maakt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden