PvdA lost veel op als ze Cohen aan de natie afstaat

Moet een premier van Nederland weten wat een halfje casinowit kost of hoe groot de totale hypotheekschuld van de bevolking is? De Amerikaanse president Franklin Roosevelt, die aantrad tijdens de zware economische depressie in de jaren dertig van de vorige eeuw, wist heel weinig van economie.

Na zijn eerste ontmoeting met de Britse econoom John Maynard Keynes verzuchtte hij dat hij gek was geworden van diens gegoochel met cijfers en modellen. Maar wat politiek telde, was dat de president het moedige en intuïtief juiste besluit nam de onconventionele weg te volgen die Keynes wees uit de depressie.

Het getuigt dus van een nogal beperkte blik op politiek leiderschap en de kunst van regeren van een kandidaat-premier te verlangen dat hij verstand heeft van economie. Niet alleen Roosevelt heeft bewezen dat het mogelijk is een succesvol economisch beleid te voeren zonder geschoold te zijn in dat vak. Ook Nederland heeft premiers gekend die in die categorie vallen, zoals de jurist Cort van der Linden en de militair Piet de Jong. De laatste beschouwde economie als ‘een vorm van waarzeggerij’.

Als de jurist en historicus Balkenende straks zou afzwaaien, laat hij een land na dat er economisch relatief goed voorstaat. Toch wordt de jurist Job Cohen, de nieuwe PvdA-aanvoerder en kandidaat voor het Torentje, tot vervelens toe met zijn vermeende tekort geconfronteerd.

Hij hoeft zich er niet te veel van aan te trekken. Voor een bestuurder op de hoogste post van het land komt het op andere eigenschappen aan, zoals de moed onorthodoxe wegen in te slaan, vertrouwen op de intuïtie, gevoel voor politieke strategie en het talent de juiste mensen aan te trekken en hen op de juiste plaats te zetten. De secretaresse van Keynes herinnerde zich later hoe opgetogen de professor was over de New Deal van Roosevelt en over de bekwame jonge economen met wie hij zich had omringd. „Je komt hier en daar nog wel een klassieke econoom tegen die ze uit het raam zouden moeten gooien”, zei hij, eraan toevoegend: „Maar dat is met de meesten ook wel gebeurd.”

Er zijn meer redenen voor Cohen zich over de kritiek niet al te sappel te maken. De eerste is dat de opgave waarvoor de financiële en economische crisis de politiek stelt veel bredere dimensies heeft dan alleen de economische. Bovendien is de moeilijkheidsgraad een hoge, omdat de mogelijkheden van nationale overheden tot beïnvloeding van de economie door de globalisering en de technologie beperkt zijn geworden, terwijl de gevolgen van de sterk verweven markten voor nationale samenlevingen immens zijn. Dat maakt het lastig het vertrouwen van de eigen bevolking terug te winnen.

De econoom Arnoud Boot, een kroonlid van de Ser, beschrijft in Spui 32, een blad voor oud-studenten aan de Universiteit van Amsterdam, de spagaat die is ontstaan tussen de wereldwijde economische dynamiek en een maatschappelijke ordening die daarop in het geheel niet meer is toegesneden. Dat proces heeft zich in nauwelijks vijftien jaar voltrokken en het is volgens Boot dus niet zo verbazingwekkend dat de mensen dit als unheimisch ervaren. Door de snelheid en ongrijpbaarheid van economie zijn binding en vastigheid onder druk komen te staan. Dat is nog versterkt door de woede over de bonuscultuur, die fnuikend is voor de sociale cohesie.

Gezien de aard en de diepte van de crisis zal het de komende jaren aankomen op de politieke strategie om deze vertrouwenscrisis te overwinnen. CDA-fractieleider Van Geel legde vorig jaar na de langdurige en heftige strijd over de verhoging van de AOW-leeftijd en de flexibilisering van het ontslagrecht de vinger trefzeker op de moeilijkheidsgraad: je moet het vertrouwen herwinnen door maatregelen te nemen die op hun beurt de mensen weer onzeker maken. Voor die heksentoer lijkt een bestuurder van het type Cohen, gericht op samenwerking en ‘de boel bij elkaar houden’, uitermate geschikt.

Die inzet, die hij afgelopen zondag in zijn aanvaardingsrede op het PvdA-congres onderstreepte, past bij de genivelleerde politieke verhoudingen. De oude volkspartijen hebben niet meer die grote omvang, die het mogelijk maakte een dominante rol te spelen en een meerderheidsstrategie te voeren. CDA en PvdA hebben die strategie de afgelopen decennia met enig succes gevolgd om de spilpositie in de Nederlandse politiek te behouden of te veroveren, maar zelfs die begeerde positie wordt een relatieve als de grootste partij niet verder komt dan iets meer dan dertig zetels.

Het adagium ‘de boel bij elkaar houden’ vraagt dus bestuurlijk om gematigdheid en samenwerking, maar politiek om een fundamenteel debat over de herordening der dingen in onze samenleving. Die paradox pleit voor een kabinet op grotere afstand van de Tweede Kamer dan we de afgelopen decennia gewend waren. Een meer dualistische verhouding geeft het kabinet bestuurlijk en het parlement politiek de ruimte zich te ontplooien en het debat in alle scherpte te voeren.

De vraag is of de PvdA het kan opbrengen, mocht het zover komen, Cohen af te staan aan de natie. Voor de oude Adam van het monisme die in de ziel van elke PvdA’er huist zal dat even slikken zijn, maar er staan gunstige effecten tegenover, zoals een bevrijding van de komende coalitie uit de machtskramp. Depolitiseren van het bestuur dus om het debat te politiseren.

Een bijkomend voordeel zou zijn dat Cohen niet drie functies hoeft te combineren, de omstandigheid die zijn voorganger Bos uiteindelijk opbrak. En tenslotte, als hij alleen maar premier hoeft te zijn, maakt dat zijn tekort aan economische kennis nog minder relevant.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden