PvdA is contact met de oude achterban kwijt

De nederlaag van de PvdA legt een vraagstuk bloot waarmee ook andere partijen in Europa worstelen. Waarom stemmen arbeiders niet meer ’rood’?

Ooit was alles overzichtelijk. De PvdA was, net als haar voorloper de SDAP, de partij van de arbeidersklasse. Natuurlijk bestond er ook een omvangrijke christelijke en katholieke arbeidersbeweging, toch zaten de arbeiders en de ’kansarmen’ vooral in het linkse kamp. De sociaal-democraten emancipeerden die onderliggende groepen van wie velen zich opwerkten tot de middenklasse. De SDAP/PvdA was een geslaagd samenwerkingsverband van linkse intellectuelen met delen van de middenklasse en die arbeidersklasse. Zo ging het in Nederland, en ook in veel andere landen.

Dat is voltooid verleden tijd. Op 22 november stemden meer arbeiders en kansarmen op de SP dan op de PvdA. In Vlaanderen zitten die kiezers in de eerste plaats bij het extreem-rechtse Vlaams Belang. In Frankrijk scoort de extreem-rechtse leider Jean-Marie Le Pen beter bij de traditionele achterban van links dan de socialisten. Hetzelfde gold lange tijd voor Jörg Haider in Oostenrijk. En er zijn meer voorbeelden.

Hoe is het zover gekomen? Het antwoord op die vraag ligt voor een belangrijk deel besloten in de reactie van de sociaal-democraten op de problemen met de multiculturele samenleving. Niet toevallig hebben alle hierboven genoemde concurrenten van de sociaal-democratie zich nadrukkelijk ingelaten met die problemen. De SP waarschuwde 20 jaar geleden al voor gettovorming en vroeg om een spreidingsbeleid om te voorkomen dat bepaalde wijken steeds zwarter en armer werden. Vanuit een totaal andere invalshoek hamerden ook de extreem-rechtse partijen op de problematische kanten van immigratie en integratie. De sociaal-democraten daarentegen kozen er doorgaans voor die problemen min of meer te negeren. Uit angst de geest van de vreemdelingenhaat uit de fles te laten zwegen ze lange tijd over de negatieve kanten van de multiculturele samenleving. En daarmee lieten ze veel van hun trouwe kiezers die daarmee dagelijks geconfronteerd worden, eigenlijk in de kou staan.

Behalve uit angst, komt die opstelling van veel sociaal-democratische partijen ook voort uit de kloof tussen het partijkader en een deel van de natuurlijke achterban. De Vlaamse sociaal-democratische voorman Frank Vandenbroucke zei ooit dat ’het partijkader kosmopolitisch en tolerant is’ en ’een deel van de achterban eerder onverdraagzaam, bekrompen en conservatief is’. Dat zijn nu juist de mensen die in de oude stadsbuurten de multiculturele samenleving ondergaan.

Het hier beschreven proces suddert al jaren, in het ene land wat meer dan in het andere. In grote lijnen zijn de sociaal-democratische partijen in West-Europa er lang in geslaagd om de groeiende onvrede in hun achterban goed onder controle te houden. De Franse politicoloog Gérard Grunberg heeft daarover terecht opgemerkt dat links er heel lang in geslaagd is om ervoor te zorgen dat de tegenstelling tussen rechts en links de belangrijkste politieke scheidslijn bleef. De afgelopen decennia veranderden de linkse partijen, onder invloed van hun eigen succes, van arbeiderspartijen in partijen van de middenklasse. Arbeiders voelden zich steeds minder thuis bij een partij die hun zorgen over immigratie, integratie en veiligheid, maar ook bijvoorbeeld over de Europese eenwording, zo weinig serieus namen. In Nederland vertaalde dat zich in 2002 in de opkomst van Pim Fortuyn. En vervolgens in een nieuw, strenger immigratie- en integratiebeleid van de PvdA.

In die nieuwe politieke constellatie heeft de PvdA – net als sociaal-democratische partijen in andere landen – de laatste tijd veel onzekerheid bij haar achterban veroorzaakt met hervormingsvoorstellen voor de verzorgingsstaat. Lang werden de verworvenheden van de sociale welvaartsstaat uitsluitend verdedigd. In 1991 kwam daar voor het eerst verandering in met de WAO-crisis. Partijleider Wim Kok dwong het PvdA-congres de ingreep van het kabinet-Lubbers in de WAO te steunen. Het deed de partij geen goed.

In het nieuwe PvdA-beginselprogram is niet langer gelijkheid het kernwoord, maar vrijheid. Door dat theoretische en praktische tornen aan de grondbeginselen van de partij is een nieuwe groep sociaal-democratische kiezers op drift geraakt. De meer traditioneel ingestelde linkse kiezers zitten nu bij de SP. Daar is ook een deel van de linkse intellectuelen terug te vinden.

De nederlaag die de PvdA op 22 november leed legt een vraagstuk bloot waarmee sociaal-democratische partijen in heel Europa worstelen: hoe kom je op voor kansarmen zonder de middenklasse en de linkse intellectuelen van je te vervreemden?

Op het Politiek Forum dat de PvdA organiseerde om de verkiezingsuitslag te analyseren, ging partijleider Wouter Bos in op die vraag. Hij beloofde de aloude solidariteitsgedachte nieuw leven in te blazen.

Het is de vraag of dat gaat werken. De eerste schuchtere poging die hij ondernam – het voorstel om ouderen met een aanvullend pensioen van 15.000 euro of meer een beperkte inkomensafhankelijke bijdrage te laten leveren aan de kosten van de AOW – doet het ergste vrezen. De sociaal-democratie zit in een buitengewoon lastige spagaat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden