Puur natuur

Het is waar, de mens is allang van de natuur vervreemd. Ergens in de negentiende eeuw, met de industriële revolutie als eindpunt, moet dat proces zijn afgerond. Mensen op een kluitje in de stad, nauwelijks tuintjes meer, stoommachines in plaats van paarden. In plaats daarvan zette de nostalgie in, wie het zich kon permitteren reisde naar woeste landschappen, Zwitserland, of zwom de Bosporus over, Lord Byron.

De elite dweepte met ruïnes in verlaten landschappen en voor het volk werd de dierentuin opgericht en het circus om tijgers en leeuwen te zien. Inmiddels zijn die laatste instituten ook al weer aan slijtage onderhevig, het is zielig voor de dieren in dierentuinen en we willen geen leeuwen en tijgers meer door hoepels zien springen, het moet echt zijn, daarom kijken we eindeloos naar films over wildlife, lopen met heuse slangen en spinnen over het podium te zeulen en als het even kan gaan we op safari. Daarom preferen we een glimp van een echte krokodil of leguaan boven de makkelijk te bezichtigen fauna in Artis. Liever een wazig zoekplaatje van iets wat we zelf hebben meegemaakt dan een geposeerde aap of kaketoe.

Ik moest eraan denken terwijl ik in het water van Boka Ascension staarde om zeeschildpadden te zien. Het is er prachtig, ruig, de zeeschildpadden zijn er gegarandeerd en als bonus liepen er dit keer ook nog pelikanen rond. Boka Ascension is de monding die bij het Curaçaose landhuis Ascension hoort, beroemd vanwege zichzelf maar ook omdat het model stond voor het landhuis Miraflores in de novelle 'Mijn zuster de negerin' van Cola Debrot.

Maar ik kwam niet voor Debrot, ik kwam voor de dieren, je zag ze soms in het iriserende water schemeren, die schildpadden, kopjes even boven water, kijk daar weer een, maar echt goed in beeld, nee dat kreeg je ze toch niet, het was vooral het vermoeden van zeeschildpadden. En dat is het dus, liever een glimp van ongeposeerde echtheid dan het getemde beest. Misschien was ik niet eens tevreden huiswaarts gekeerd als ik ze helemaal in vol ornaat had gezien, nu kon mijn aan de natuur ontgroeide brein ze zelf aanvullen, zoals ooit de schilder Dürer een neushoorn had gefabriekt.

Thuisgekomen probeerde ik erachter te komen of de hoofdpersoon van Debrots verhaal er ook iets over zei, maar nee, die was alleen met mensen bezig. In 1935 gingen mensen nog niet op safari of hingen wildcamera's in de bomen. Of toch, één passage waarin fauna een rolletje speelt: 'Bij het vallen van de avond kon men soms, in de uiterst korte schemering van de tropen, op de top van een lange smalle cactusstengel een papegaai zien zitten: roerloos, afgodisch terwijl rose plekken van de afgrijselijk bloederig ondergaande zon het landschap van kale heuvelen zo eigenaardig kleurden, dat Frits hierbij niet alleen terugdacht aan het westelijk landschap van het eiland, maar ook aan de baljurk, aan het lichaam van een vrouw de trente ans, die hij op een avond had staan zoenen onder de geur van de kastanjebomen ergens in Europa.' Tachtig jaar later willen we papegaai en ondergaande zon puur, zonder vrouwen in baljurken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden