Punten scoren met zeldzame koeien

Adviesbureau CLM ontwikkelde een biodiversiteitsmeetlat. Daarmee kunnen boeren hun afnemers duidelijk maken dat zij oog hebben voor plant en dier.

MARIANNE WILSCHUT

'Op pakken melk zie je vaak een vrolijk plaatje van een bloemetje en een koe naast een mooie sloot. Leuk, maar daarmee weet ik als consument niet of de producent een bijdrage heeft geleverd aan de soortenrijkdom", vertelt Henk Kloen, adviseur bij CLM, een adviesbureau op het gebied van duurzame landbouw.

Met de biodiversiteitsmeetlat die hij voor CLM ontwikkelde, kunnen boeren duidelijk maken wat zij doen om hun erf en percelen aantrekkelijk te maken voor bijvoorbeeld geelgorzen, korenbloemen, kerkuilen en andere dieren en planten. Ook biedt de meetlat boeren én hun afnemers inzicht in welk effect de natuur op hun bedrijf kan hebben.

De afgelopen decennia werd de landbouw steeds intensiever en het platteland steeds eentoniger. De zwart-wit gevlekte Holstein-Friesian koeien zijn vanwege hun productieve uiers favoriet bij melkveehouders. Op de akkers domineren snijmaïs, aardappels en suikerbieten. Door het gebruik van bestrijdingsmiddelen zijn wilde planten en dieren verbannen naar de berm. Houtwallen en singels die een efficiëntere productie in de weg stonden, zijn uit het landschap verwijderd.

Om de biodiversiteit in Nederland te meten, maakt het Planbureau voor de Leefomgeving gebruik van het begrip natuurwaarde. Deze graadmeter brengt het verlies aan soorten in kaart ten opzichte van het jaar 1900. De natuurwaarde van landbouwgebieden daalde tot 51 procent in 1950 en tot circa 17 procent in 2000. Hierdoor is het landschap minder aantrekkelijk geworden. Maar met het verlies aan biodiversiteit doet de agrarische sector zichzelf ook tekort.

Kloen: "Met bestrijdingsmiddelen worden ook nuttige dier- en plantensoorten bestreden. Boeren die voorzichtig met die middelen omgaan, krijgen meer bacteriën en wormen in de bodem. Gezond bodemleven kan de boeren meer opbrengst opleveren.

"Daarnaast helpen natuurlijke plaagbestrijders zoals insecten en vogels om gewassen en vee gezond te houden. Zijn die aanwezig dan zijn er minder bestrijdingsmiddelen nodig. Koeien die grazen op land waar ook wilde kruiden groeien, worden minder snel ziek. Bovendien kunnen boeren die andere rassen telen, nieuwe markten aanboren."

In de biodiversiteitsmeetlat kunnen boeren punten scoren als er meerdere diersoorten of gewassen aanwezig zijn op hun bedrijf. Als een boer naast gras ook nog klaver of wilde kruiden op zijn land heeft staan, levert dat extra punten op in deze internettest die bestaat uit ongeveer veertig vragen. Met zeldzame gewassen of rassen, zoals Brandrode koeien of spelt, kan de boer zijn score eveneens verbeteren. Voor het voldoen aan wettelijke eisen krijgt de boer geen punten, het gaat erom wat hij extra doet. De meetlat maakt onderscheid tussen verschillende soorten boerenbedrijven.

"We gaan niet daadwerkelijk tellen of het aantal grutto's en dotterbloemen op en rond een boerenbedrijf is toegenomen", legt Kloen uit. "We vragen boeren of zij maatregelen hebben genomen die volgens deskundigen effect hebben op de biodiversiteit zoals het zaaien van gras-klavermengsels en het verbeteren van de nestgelegenheid voor zwaluwen en roofvogels. De resultaten van de test geven boeren een beeld van het effect van die acties en tonen waar winst geboekt kan worden."

De test van CLM staat nog in de kinderschoenen, maar de verwachting is dat het een handig hulpmiddel kan zijn voor voedselbedrijven die willen weten in hoeverre zij en hun toeleveranciers hun duurzaamheidsclaims waar kunnen maken. Steeds meer voedingsconcerns hebben een duurzaamheidsstrategie, het in stand houden en het bevorderen van de soortenrijkdom vallen daar onder.

Unilever is zo'n bedrijf. In zijn in 2010 verschenen 'Sustainable Living Plan', maakte de multinational bekend dat hij in 2020 al zijn landbouwgrondstoffen bij toeleveranciers wil inkopen die duurzaam werken. "Dat betekent onder andere dat wij van onze leveranciers verwachten dat zij gewassen telen zonder afbreuk te doen aan de natuur en dat zij waar mogelijk de biodiversiteit bevorderen", legt Sikke Meerman, directeur duurzame landbouw bij Unilever uit.

"Zo verwachten wij dat onze telers zich aan minstens één actieplan verbinden om de biodiversiteit op hun bedrijf te verbeteren. Met een koolzaadteler uit Duitsland zijn wij bijvoorbeeld een project begonnen om de bijenstand te verbeteren."

Dat de resultaten van deze projecten meetbaar zijn, is volgens Meerman belangrijk. "Als wij aan onze klanten willen laten zien wat wij presteren op het gebied van duurzaamheid, dan hebben wij een instrument nodig dat laat zien wat de invloed is van maatregelen die wij en onze toeleveranciers nemen."

Of Unilever de meetlat van het CLM gaat gebruiken, is nog niet zeker. Meerman: "Dat moet ik nog in ons internationale team bespreken. Daarvoor moet het instrument wereldwijd toepasbaar zijn voor alle producten, van tarwe tot vanille, en voor telers en veehouders in alle soorten en maten. De meetlat is nu nog erg op de Nederlandse of West-Europese situatie gericht."

Een bedrijf dat wel voorzichtig aan de slag gaat met de biodiversiteitsmeetlat is Cono Kaasmakers. "Je kunt als bedrijf niet zomaar zeggen dat je duurzaam werkt. Dat moet je kunnen aantonen", zegt Grietsje Hoekstra, coördinator verenigingszaken bij het bedrijf dat onder meer Beemsterkaas maakt en de melk levert voor het ijs van Ben&Jerry's. "Zo'n meetlat kan daar een handig middel voor zijn."

Voorlopig zal Cono de meetlatscores niet in haar duurzaamheidsverslag publiceren. "We willen de 450 melkveehouders die bij onze coöperatie zijn aangesloten enkele vragen uit deze meetlat voorleggen die op hen van toepassing zijn. De resultaten willen we gebruiken in workshops voor onze boeren over het belang van biodiversiteit."

Kloen is blij met alle bedrijven die de meetlat willen proberen. "Als meer bedrijven de test invullen dan krijgen we per regio een beeld van de gemiddelde score." De meetlat is namelijk wel getest, maar slechts bij een klein groepje boeren.

Veehouder Berrie Klein Swormink uit het Overijsselse Lettele is een van de boeren die de test heeft ingevuld. Niet verrassend scoorde hij hoog. Klein Swormink is voorzitter van Stichting Natuurboer, een groep biologische boeren die zelf aan natuurbeheer doen en Oud-Hollandse runderrassen houden. Zelf houdt hij Brandrode runderen die natuurgebieden van Staatsbosbeheer langs de IJssel begrazen. "Wij onderscheiden ons als natuurboeren omdat we veel oog hebben voor biodiversiteit. Maar hoe vertel je dat verhaal aan de consument? Als we onze meetlatscore op onze site publiceren zou dat het vertrouwen van de consument in ons verhaal kunnen verstevigen." Zo zou het vrolijke bloemetje op het melkpak echt betekenis kunnen krijgen. "Daarnaast denken we erover de meetlat te gebruiken bij het toelaten van nieuwe boeren tot onze stichting."

Maar wat hebben niet-biologische boeren aan zo'n test afgezien van de extra administratieve rompslomp? Kloen: "De gegevens die uit de meetlat komen, kunnen bijvoorbeeld helpen bij de discussie die over het nieuwe gemeenschappelijke Europese landbouwbeleid wordt gevoerd. We zijn hierover in gesprek met LTO Nederland en het ministerie van economische zaken, landbouw en innovatie.

"De EU stelt onder andere voor om 7 procent van de landbouwgrond braak te laten liggen ten behoeve van de natuur. Maar er is een verschil tussen grond zomaar braak laten liggen en maatregelen nemen om de verscheidenheid aan planten en dieren te bevorderen. Als een boer dankzij dit instrument kan aantonen dat hij met zijn werkwijze meer biodiversiteit genereert, dan zou dat er toe kunnen leiden dat hij niet 7 procent maar 5 procent van zijn waardevolle grond braak hoeft te laten liggen."

www.gaiameetlat.nl

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden