Puin is Haïti’s welkome grondstof

VN-troepen in Port-au-Prince schieten met rubberkogels op demonstranten die op hun beurt stenen gooien naar de soldaten. De onrust brak uit na bekendmaking van de uitslag van de eerste ronde van de verkiezingen in Haïti. ( FOTO EPA )Beeld EPA

Bijna een jaar na de aardbeving ligt Haïti nog aan gruzelementen. Hulpverleners zien reikhalzend uit naar een nieuw, sterk bestuur, dat de puinhopen gebruikt om een nieuw land te bouwen.

De Grand-Rue van Port-au-Prince, februari 2010. Een hel op aarde. De oriëntaalse torens van het ijzeren marktgebouw hingen vervaarlijk scheef, maar dat markante punt in de hoofdstraat van de Haïtiaanse hoofdstad viel tenminste nog te herkennen na de aardbeving van 12 januari.

Flarden rook van brandend vuilnis dreven in de avondschemering over winkelpanden die zo grondig waren ingestort dat je er overheen kon kijken. Of kon klimmen, op zoek naar bruikbaar staal uit het verkruimelde beton. Dat deden groepjes jongeren, agressief terugkijkend naar wie belangstelling had voor hun doen en laten.

De Grand-Rue, november 2010, kort voor de verkiezingen waarvan de uitslag tot rellen leidde. Eigenlijk een heel gewone straat. Voor Port-au-Prince-begrippen dan: je passeert het ene ingestorte gebouw na het andere, maar je kunt er goed langs. De torens van de markthal zijn weg, het skelet van een nieuw exemplaar staat er verlaten bij.

Als er op een nog overeind staande gevel ’kapper’ staat, of ’gekoelde dranken’, dan kun je er deze keer vanuit gaan dat je daarachter inderdaad de aangekondigde handel kunt vinden, een teken dat zich in het door elkaar geschudde land weer een soort orde heeft kunnen nestelen.

Op een open stuk aan de straat staan een stuk of twintig mannen en vrouwen in twee rijen te wachten. Iets verder op het terrein hakken twee van hun collega’s driftig met houwelen in op de vloeren van een ingestorte winkel. Dat was ooit ’Le Château d’Eau’ oftewel ’De Watertoren’ – voor al uw zwembadbenodigdheden.

Als de houwelen voldoende beton hebben losgemaakt, komen de twee rijen in actie: vliegensvlug worden plastic emmers halfvol puin doorgegeven, leeggestort op een hoop aan de straat en weer teruggestuurd.

Zo gaat het al drie weken, vertelt Johnny Grefin, de voorman van de opruimploeg. En het zal nog wel een paar weken duren voor de laatste sporen van de winkel – waarin overigens zeven mensen verpletterd werden – zijn verdwenen.

Op honderden plaatsen in Port-au-Prince en andere door de aardbeving getroffen plaatsen gaat dat zo. Onder andere de VN-organisatie World Food Program (WFP) en de Ontwikkelingsorganisatie van de VN (UNDP) betalen daarvoor. ’Geld voor werk’ is voor de WFP steeds de opvolger van ’voedsel voor werk’ kort na een ramp. En dat komt weer na het zonder meer eten uitdelen in de weken nadat de nood net is uitgebroken. Betaalde werkverschaffing verstoort de binnenlandse voedselmarkt niet en brengt de economie op gang.

Tweehonderdduizend Haïtianen werken nu in zo’n soort programma. Ze maken afvoergoten vrij, herstellen irrigatiekanalen op het platteland en vooral: ze ruimen puin.

„Daar begint alles mee”, zegt Zwitser Henri-François Morand, hoofd van de eenheid herstelwerkzaamheden in Haïti van de ontwikkelingsorganisatie van de VN, de UNDP. „Als dat puin eenmaal weg is, dan kun je in een straat tenminste met andere dingen beginnen, zoals kleine winkels.”

Morand werkt in een koel prefab kantoor op de basis van de VN-vredesmacht Minustah, waar na de aardbeving een complete wijk van dat soort bouwsels is verrezen – sommige inmiddels al twee hoog.

Naast hem zit Nederlander Eric Overvest, die alle UNDP-activiteiten in Haïti bestiert. Morand werkt er anderhalve maand, hij is eigenlijk Afghanistan-expert. Overvest doet Haïti sinds 2009. „Ik kan vergelijken hoe het voor de aardbeving was en erna. Het was toen al een onderontwikkeld land, er waren bidonvilles, sloppenwijken. Zo’n aardbeving begint dan vanaf een heel ander punt, het is hier geen San Francisco of Chili. Dat heeft te maken met de kwaliteit van het bestuur.”

Dat bestuur, voor zover nog tot besturen in staat na de instorting van de ministeries en de dood van vele belangrijke functionarissen, heeft sinds januari te maken met een internationale karavaan van tientallen organisaties die activiteiten in Haïti ontwikkelden of uitbreidden. Omdat hun activiteiten vaak overlappen, wordt één organisatie aangewezen als leider van een bundel activiteiten, zoals onderdak, voeding of onderwijs. De UNDP gaat over de wederopbouw. Die begint nu pas, bijna een jaar na de aardbeving.

Overvest: „Het eerste half jaar ging het om de humanitaire bijstand. Maar dat is niet het goede antwoord op het probleem. Met hulp bevorder je dat mensen in kampen blijven. In de woonwijken waar ze vandaan komen is immers geen water, geen riolering, geen werk. De beschikbare scholen zijn er vaak ver vandaan. En het belangrijkste: er is geen veiligheid.”

Om dat duidelijk te maken, tikt Morand op zijn vingers de soorten huizen af die in Port-au-Prince nog overeind staan, volgens een kort geleden afgeronde inventarisatie. Er zijn ’rode huizen’: die kunnen alleen nog maar met de grond gelijk worden gemaakt. Er zijn ’gele huizen’: die kunnen worden hersteld en dan weer veilig betrokken. „Maar dat kost geld dat bijna niemand heeft. Er zijn goede projecten voor, maar de staat moet die ondersteunen en financieren, die moet een plan van terugkeer maken.”

En dan zijn er de groene huizen. Daar kunnen de bewoners meteen weer in, maar in zwaar getroffen wijken gebeurt dat slechts in een paar procent van de gevallen.

Niet vreemd, zegt Overvest: „Er wordt enorm veel gestolen in die woonwijken. Er zwerven gewapende bendes rond en die richten zich natuurlijk juist op de huizen waar mensen in zijn. En wie helpt je, als je een van de weinigen bent die daar wonen?”

Om die cirkel te doorbreken heeft de UNDP, met de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) en Habitat, dat zich inzet voor fatsoenlijke huisvesting, een plan gemaakt om zes wijken van Port-au-Prince grondig onder handen te nemen. Er is 13 miljoen euro beschikbaar uit het Herstelfonds voor Haïti, de pot die is gevuld met internationale donaties na de aardbeving. Morand: „We hebben het geld nog niet, dat is heel vervelend. Zo’n fonds is een nieuw fenomeen. In New York zijn er nog steeds advocaten over bezig. Elke week krijgen we te horen: het komt eraan. We hebben alles al voorbereid. En het begint met puinruimen.”

In de zes wijken wordt het puin, voor zover dat nog niet gebeurd is, van de straten gehaald. Huizen afbreken hoort niet bij het project, daarvoor is toestemming van de eigenaar nodig en goedgeschoold personeel dat het werk zonder ongelukken kan doen. Het ruimen van de hopen stenen op straat kan iedereen.

En dat werk dient, vertelt Morand, als begin van een economisch proces: „Niet alleen verschaft het opruimen en inzamelen duizenden mensen een inkomen, we kunnen het ook gebruiken voor training in complexere taken of leidinggeven. Een groot deel van de economie zal nog tien, vijftien jaar verbonden zijn met de wederopbouw. Daar zijn die mensen dan klaar voor.”

Het ingezamelde puin kan hergebruikt worden: voor het herstel van het geteisterde en lange tijd niet onderhouden wegennet en zelfs voor de productie van beton voor nieuwe huizen. De UNDP laat proeven doen om te zien hoe het het beste toegepast kan worden.

Voor elk hergebruik moet het puin in verwerkbare brokken worden gemalen. Dat gebeurt met breekmachines en zo’n machine kan de kern vormen van een klein bedrijfje. Ook daarvoor probeert de UNDP de omstandigheden te creëren.

Morand: „Heel lang was er geen goede plaats waar we het puin konden opslaan. Er waren tijdelijke plekken, maar daar werd het een paar maanden later weer weggehaald en ergens anders gestort. Nu is er eindelijk een grote, definitieve stortplaats. En er wordt gekeken naar de inrichting van kleinere, permanente stortplaatsen waar het puin kan worden verwerkt en daarna verkocht. Die zijn niet eenvoudig te vinden. Met een breker van 80 ton heb je voor de hele operatie, van opslag via lopende band en machine tot weer opslag, een half voetbalveld nodig. Het meeste land in Port-au-Prince is van particulieren, je moet maar iemand vinden die een bruikbaar stuk land ter beschikking stelt.”

Het is juist in dat soort kwesties dat de een sterke Haïtiaanse regering onmisbaar is. Overvest: „Een van de doelen van de UNPD is om de staat geleidelijk weer in staat te stellen zijn taak te vervullen. Waar we kunnen, proberen we niet zozeer de mensen te helpen, maar bijvoorbeeld de gemeente te steunen, zodat die hulp kan geven.”

Om die reden verwachten de beide UNDP-directeuren veel van de verkiezingen en de daarna te vormen regering. Overvest: „We willen sterke figuren om mee samen te werken, geen mensen die alleen maar ’ja’ zeggen.”

Dat klinkt paradoxaal, want het betekent dat de humanitaire organisaties graag zo nu en dan ’nee’ te horen krijgen van het land dat ze uit alle macht proberen te helpen. Dat zou inderdaad een vooruitgang zijn, aldus Morand. „Het probleem is tot nu toe dat je vaak niemand kunt vinden die zelfs maar ’ja’ kan zeggen.”

Het is nog wachten op zo’n krachtige regering. De chaotisch verlopen verkiezingen van 28 november hebben officieel twee winnaars opgeleverd, Mirlande Manigat en Jude Célestin. Maar een andere kandidaat, Michel Martelly, eindigde met maar weinig stemmen achterstand op de derde plaats. Zijn aanhangers reageerden met gewelddadige demonstraties op zijn uitschakeling voor de tweede ronde.

Die wordt gehouden op 16 januari. Jammerlijk laat, vindt Morand. Op de verjaardag van de aardbeving, 12 januari, is er dus nog steeds geen nieuwe regering. „Na één jaar maken de mensen de balans op. Zeker hier in Haïti, waar het esoterische heel sterk is, krijgt zo’n datum een enorme symboliek. Dan staan wij hulpverleningsorganisaties natuurlijk aan kritiek bloot. We merken nu al een anti-blankenstemming, anti iedereen die geen Haïtiaan is. Daarom is het absoluut nodig dat er juist op 12 januari al beweging te zien is. Als het dan lijkt dat alles stilstaat, dan kan er heel veel kritiek komen, of geweld.”

De reconstructie van Haïti gaat volgens Morand nog wel tien tot vijftien jaar duren. „Het is een anachronisme, dit land. Ik ben op veel plaatsen geweest, maar een land op het noordelijk halfrond, zo dicht bij de rijke wereld, in deze toestand... dat verwacht je niet meer.”

„Dit was een door mensen veroorzaakte ramp, bedenk dat wel. De ravage is veroorzaakt door verlies van controle door de overheid, over de bouwregels, over waar er werd gebouwd. Dat is niet voldoende erkend na de aardbeving.” Even is hij stil. Dan, afgemeten: „En als de cholera er niet was geweest, dan was Haïti alweer vergeten ook.”

VN-troepen in Port-au-Prince schieten met rubberkogels op demonstranten die op hun beurt stenen gooien naar de soldaten. De onrust brak uit na bekendmaking van de uitslag van de eerste ronde van de verkiezingen in Haïti. (EPA)
Demonstranten gooien stenen naar de soldaten. ( FOTO EPA )Beeld EPA
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden