Puerta del Sol schudde de Spaanse politiek op

Vijf jaar geleden demonstreerden de voorlopers van Podemos in Madrid. Dat beïnvloedt ook nu nog de verkiezingen.

Puerta del Sol in het hart van Madrid is nu op elke willekeurige dag verzamelplaats voor fietstoeristen, levende standbeelden en selfiestickverkopers. Maar vijf jaar geleden was het langwerpige plein, ingesloten door winkels van grote merken als Apple en Vodafone, het toneel van een massale volksopstand tegen 'politici en bankiers'.

De Arabische Lente was al ontsproten, de Occupy-beweging moest nog worden geboren. In Spanje was de economische crisis op een hoogtepunt en waren huisuitzettingen van mensen die de hypotheek niet meer konden betalen aan de orde van de dag.

Architect Jon Aguirre Such (31) - toen nog student - met zijn karakteristieke zwarte vlassnor, was kort daarvoor woordvoerder geworden van de burgerbeweging Echte Democratie Nu, die een belangrijke motor van het protest van de 15 mei-beweging zou worden. Aguirre Such zelf groeide uit tot het gezicht van 'de Spaanse Revolutie'. Time Magazine gebruikte zijn beeltenis toen het 'De Demonstrant' in 2011 uitriep tot persoon van het jaar.

Op het plein

"Ik ben altijd al schaamteloos geweest. In de breedste zin van het woord", zegt de wat stuurse Aguirre Such met een samenzweerderige glimlach, achter een cappuccino, vijf jaar later in het centrum van Madrid.

Hij was niet het prototype actievoerder die regelmatig met vakbonden of vanuit het alternatieve circuit de straat op ging. Eerder een hippe student. Maar na het lezen van het activistische pamflet 'Neem het niet!' van Stéphane Hessel, raakte Aguirre Such meer en meer overtuigd dat hij in beweging moest komen.

"Het was hard werken. Ik heb heel veel gelachen en gehuild. Dit was de 'mei '68' van mijn generatie. Maar dan beter. Wij hebben namelijk werkelijk dingen kunnen veranderen", vat Aguirre Such de gebeurtenissen samen.

De enorme mensenmassa's op Puerta del Sol in de tweede helft van mei 2011 waren een directe reactie op een kleinschaliger protest op zondag 15 mei. Demonstranten wilden de nacht doorbrengen op het plein, waarna een deel van hen werd opgepakt. De daaropvolgende dagen stonden er opeens tienduizend man op Sol.

Tentjes werden opgezet en vergadergroepen gingen aan de slag om de logistiek te regelen in deze spontaan ontstane biotoop. "Als jullie ons niet laten dromen, laten wij jullie niet slapen", was er op een bord bij de metro-uitgang geschreven.

De 'indignados' (de verontwaardigden) spraken met elkaar in lange vergadersessies over de impact van de economische crisis op hun levens. Zij keerden zich tegen de traditionele politieke partijen: de sociaal-democratische PSOE, die destijds aan de macht was, en de conservatieve Volkspartij, die een paar maanden later het stokje zou overnemen. Maar ook de banken moesten het ontgelden.

Het idee was dat de indignados zelf wel met oplossingen zouden komen, waar de reguliere politiek en het financiële stelsel faalden. Aguirre Such zette zijn kennis over stadsplanning en woningbouw in. "Door de vergadergroepen zijn uiteindelijk privatiseringen teruggedraaid en is het drama van de huisuitzettingen op de kaart gezet", meent hij.

Demetria Salas (50), sociaal werkster en activiste van het eerste uur, zat in de vergadergroep die de geest van de 15 mei-beweging naar de Madrileense wijken exporteerde. Binnen twee weken waren er volgens haar 108 vergadergroepen actief in heel Madrid.

Salas vond het geweldig op Sol. Zij had het idee alsof daar op dat moment 'een nieuwe maatschappij' werd geboren. "Voor het eerst voelden wij ons een politieke actor en konden wij iets terugzeggen tegen de schaamteloze politici en bankiers." De pleinbezettingen breidden zich vervolgens tot in juni als een olievlek over heel Spanje uit. De wijze van protest kreeg navolging in andere landen.

Erfenis

Maar wat is er in Spanje nu, vijf jaar later, nog over van het gedachtengoed van de 15 mei-beweging? Volgens Salas is de sociale cohesie sterker en voelen veel Spanjaarden dat zij nu zelf op kleine schaal politiek iets kunnen betekenen.

De vele stadstuinen die buurtbewoners destijds optuigden, getuigen volgens Salas van die gemeenschapszin. Evenals de 'tijdbanken' waarbij burgers door bijvoorbeeld een paar uur Engelse les aan iemand te geven een paar uur kinderoppas terugkrijgen. Ook tal van andere initiatieven, zoals een gratis juridisch loket en een economische denktank, bestaan nog. Van de 108 vergadergroepen zijn er nu volgens Salas nog zo'n 35 over.

In de Spaanse politiek maakte Podemos zijn opwachting. De anti-bezuinigingspartij onder leiding van politicoloog Pablo Iglesias ziet zichzelf als de politieke voortzetting van de 15 mei-beweging. De partij kreeg bij de jongste verkiezingen 69 zetels (van de 350) toebedeeld en werd daarmee de derde partij van Spanje.

Journaliste Pilar Velasco, die de 15 mei-protesten versloeg en er een boek over schreef, herinnert zich nog goed dat de kopstukken van de partij kind aan huis waren op Puerta del Sol. Het was destijds verkiezingstijd in de Spaanse regio's en weinig media brandden zich volgens Velasaco aan de demonstraties, uit angst om het politiek establishment - tegen wie de woedde was gericht - te schaden.

"Wat mij echt opviel was hoeveel gewone burgers er op Sol waren", vertelt zij. "Natuurlijk wel vooral van de middenklasse of hogere middenklasse. Zoals bij de meeste volksopstanden."

Voor Velasco betekende de 15 mei-beweging een voorbode voor een definitieve herschikking van het Spaanse politieke landschap. "Ik dacht, hier wordt politieke geschiedenis geschreven. Dit is een constitutionele aardbeving. Het was woede die tot dan toe onvertaald was gebleven."

En Velasco kreeg gelijk, want tegenwoordig heeft Spanje niet twee, maar vier politieke partijen van belang. Naast de Volkspartij, de PSOE en Podemos is er het liberale Ciudadanos. Er onderling uitkomen is echter een ander verhaal. Omdat de kabinetsformatie de afgelopen maanden niet lukte, moeten er op 26 juni opnieuw verkiezingen komen.

Podemos

Critici beweren dat de politici van Podemos nog te veel straatvechters zijn en zich daarom maar moeizaam schikken in het partijpolitieke spel. Dit terwijl leider Iglesias volgens Velasco toch niet al te vaak zijn gezicht liet zien op Sol. Mede-partijoprichter Juan Carlos Monedero was er volgens de journaliste des te vaker.

Maar uitgerekend Monedero moest vorig jaar uit het partijbestuur terugtreden na verdachtmakingen van corruptie en omdat hij zich maar weinig van de nieuwe mores aantrok. Monedero's ambitie is er niet minder door geworden: Hij wil met de partij 'een nieuw hoofdstuk in de Spaanse democratie schrijven'.

Tegenwoordig legt de gewezen partijleider zich erop toe de soms afgedreven aanhang van indignados weer bij de vergadergroepen van de partij te betrekken. Deze zogenoemde 'cirkels' hebben dezelfde structuur als de politieke vergaderingen destijds op Puerta del Sol.

"Zonder de cirkels hadden wij geen campagne kunnen voeren. Zij zijn wat ons onderscheidt van andere partijen die alleen in verkiezingstijd een beroep doen op de achterban", vertelt Monedero strijdbaar achter een muntthee in de uitgaanswijk Malasaña.

Maar de cirkels zijn niet meer zo sterk als vijf jaar geleden. Nu Monedero uit het partijbestuur ligt heeft hij er een dagtaak aan om de groepen te mobiliseren. De grootste klacht die Monedero hoort is dat de 15 mei-beweging uitging van horizontale machtsuitoefening terwijl Podemos vrij strak hiërarchisch wordt geleid. Ook klaagt men dat de partij wel erg veel op een traditionele politieke partij is gaan lijken met verkiezingscircus en al. "Wij zijn nog niet de partij die wij willen zijn. Vroeger trokken de revolutionairen de heuvels in. Nu moeten ze naar televisiestudio's", verzucht Monedero.

Parallelle macht

Na een behoorlijk verkiezingsresultaat van Podemos komt de kritiek niet alleen uit de achterban van de partij. Ook het gezicht van de 15 mei-beweging, Jon Aguirre Such, is niet onverdeeld positief.

Hijzelf deed een stap terug toen zijn gezicht op die cover van Time Magazine opdook. Hij vond het niet stroken met de filosofie van de indignados dat hij tot een soort leider werd gekroond, terwijl de beweging een egalitair karakter had. Een meer pragmatischer reden was dat hij aan de slag wilde als architect.

Voor Aguirre Such is de werkelijke winst van de 15 mei-beweging vooral dat burgers zich organiseren buiten de gevestigde politiek om. "Partijpolitiek is maar één van de manieren om politiek te bedrijven. Podemos is niet meer dan een nieuwe politieke anekdote", zegt hij.

Niet dat de architect het vaak oneens is met Podemos' partijstandpunten, maar hij put meer hoop uit wat hij ziet als het hernieuwde burgerschap in Spanje. Of de alternatieve lokale partijen die in steden als Madrid en Barcelona de macht hebben gegrepen.

Aguirre Such weet het zeker: Op 15 mei 2011 is er 'geschiedenis geschreven' waar men het nog lang over zal hebben. Als het aan hem ligt, zijn de protesten bovendien nog niet klaar. Nadat Spanje de pleinen had bezet kwam de Occupy-beweging op en sinds eind maart zijn er in Frankrijk de vergelijkbare Nuit Debout protesten.

Zondag, precies vijf jaar later, hoopt Aguirre Such dat de indignados massaal laten zien dat ook zij er nog steeds zijn. Want ondanks dat de economie de afgelopen jaren groeide en de werkloosheid daalde, is Spanje er in zijn ogen na vier jaar bewind van de Volkspartij slecht aan toe.

"Spanje is toe aan een nieuwe 15de mei", vindt Aguirre Such.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden