PUDDING

Zouden ze nog wel eens gemaakt worden - de zondagse puddingen? Met echte familienamen, zoals Pudding van Tante Heintje of van Tante Matje, Preekstoelpudding of Bavvawah (Bavarois NL)? Waar je in de kerk al aan begon te denken?

Mijn schoonmoeder registreerde in haar kookschrift van 1923 met zwierige schuine letters en verlekkerde tekeningetjes wel 29 verschillende puddingen. Allemaal door haar moeder aan de keukentafel gedicteerd. Ze heeft het zo vaak gebruikt dat het totaal versleten is. Haar puddingen waren dan ook beroemd en dat heb ik geweten. 'Noem je dat een citroenpudding?' Zo worden schoonmoedersyndromen geboren, of betere puddingen natuurlijk.

Maar laat ik eerst een definitie van pudding geven. Waar hebben we het over? Over een gerecht dat blijft staan als je het uit de vorm laat zakken. Veel meer valt er niet van te zeggen, want puddingen zijn er gewoon in te veel soorten. Het deinende woord komt uit het Engels. Maar gek genoeg kan het daar ook een soort worst aanduiden. En dat is waarschijnlijk het begin geweest. De Engelsen en Fransen leerden de worstbereiding net als andere barbaren van de Romeinen, maar vooral de Fransen werden er goed in. Toen de Normandiers later Engeland veroverden was dat dus goed voor de Engelse worst: de 'aundulyes, saucistres en pudingis' sloegen aan. Vooral populair werd de bloedworst (Frans 'boudin' = Engels '(black) pudding') die de Engelsen nog steeds - heus waar - bij het ontbijt eten.

Maar men ging ook experimenteren met andere vullingen in de darm. Er kwamen ook 'white puddings' van broodkruim, peper, schaapsniervet en saffraan. En voor de vasten kruim, krenten, eieren, nootmuskaat en kaneel en wat suiker. En men ging vormen in plaats van darmen gebruiken. Zoiets als onze trommelkoek. Die zoete versie werd weer door de Engelsen naar Frankrijk gebracht.

In Engeland is men nog altijd zo gesteld op de warme plum-pudding dat er elke 21 jaar (!) een wedstrijd met Australie wordt gehouden, wie de grootste kan maken. Vorig jaar stond ze nog in de krant, de mevrouw die hem voor Engeland mocht koken. Een forse dame, zij paste zelf toch gemakkelijk in de reusachtige vorm.

Wij hier schaften onze trommelkoek vrijwel overal af en volgden de Fransen die intussen 'lichtere' nagerechten met eieren, room en gelei waren gaan maken. Mazena en gelatine deden hun intrede en maakten totaal nieuwe creaties mogelijk. In de oudere kookboeken vind je een ongelofelijke variatie aan puddingen. En men was dan niet knieperig. In het recept van Tante Matje (vier personen) gingen zeventien eieren. Ik zal nooit die enorme platte schalen griesmeelpudding met Haagse Bluf uit mijn jeugd vergeten. Al die fantastische torentjes! Er waren nog geen elektrische mixers en de jongens moesten elkaar aflossen om de eiwitten te kloppen, want dat duurde wel een half uur.

Maar die tijden zijn voorbij. 'Frappez, frappez toujours' (Kloppen, blijven kloppen) zei staatsecretaris Simons onlangs in een toespraak voor de let-op-vet-campagne. Kennelijk bedoelde hij geen slagroom, maar iets als Klopklop. Want hij prees handel en industrie om hun minder vette alternatieven: "Deze halfvolle, magere of light produkten maken het voor de consument mogelijk om op een voeding met minder vet over te schakelen, zonder concessies te doen op gebied van smaak en keuze." Zou Simons wel eens een echte bavarois geproefd hebben? Geen concessies - die man mist toch het oordeel des onderscheids! Trouwens, wie zich echt zorgen maakt, kan ook heel interessante vetloze puddingen in de kookliteratuur vinden. Blauwe Bliksem of Rod Grod bijvoorbeeld. Jammer dat zo'n staatssecretaris ook al meedoet aan de ondergang van onze kookcultuur. Want die o zo lichte en luchtige produkten moeten wij kant en klaar kopen, vooral niet meer zelf koken of kloppen. Dat gaat namelijk niet, vanwege de eindeloos opgeklopte emulsies die erin zitten. Over lucht verkopen gesproken! Dus schudden wij zo'n snottig dingetje uit een plastic vormpje op ons bord. Richten de spuitbus en verbeelden ons dat wij een puddinkje eten.

Nee, dan zo'n ouderwetse pudding van anderhalve liter, midden op tafel. Gejuich als je hem neerzet. Stilte terwijl iedereen met argusogen toekijkt of er wel eerlijk gedeeld wordt. Zwijgend verorberen. En tenslotte verzadigd achterover leunen voor het goede tafelgesprek dat Lea Dasberg terecht zo onmisbaar vindt om later je draai in het leven te vinden. Dat doet pudding voor je.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden