Publieke rouw is al snel banaal

De boekenweek is vandaag begonnen - na het openingsbal van gisterenavond. Ronald Giphart schreef het Boekenweekgeschenk 'Gala', Kristien Hemmerechts het Boekenweekessay 'Hotel Terminus'. De twee schrijvers in gesprek over beroemdheid, privacy, seks en de onvermijdelijke dood.

Iris Pronk

'Heb jij weleens dat je gesprekspartner voor je ogen verandert in een neushoorn?'' Kristien Hemmerechts komt net uit Hilversum, waar zij voor de radio geïnterviewd werd over het thema van de Boekenweek: de dood. Hoe dat nou voelde, twee dode zoontjes en een dode man, wou de interviewer weten. Alsof hij het over een paar kroketjes had. Van dit soort mensen wordt Hemmerechts, die haar man en twee kinderen verloor, weleens heel erg moe.

Maar hier, in de werkkamer van Ronald Giphart, schakelt zij al gauw over op een nieuw gespreksonderwerp: afwerkplekken. Hemmerechts heeft er namelijk net één bezocht, een troosteloze straat vol treurige lust. Als schrijfster moet zij zich ook goed in haar mannelijke personages kunnen inleven, maar met de afnemers van afwerkplekseks lukt dat nog niet zo goed. Ze kan het zich niet voorstellen: een man die geil is, in zijn auto stapt en naar een plek rijdt om zich daar te laten bevredigen. Hemmerechts: ,,Het fascineert me, maar ik begrijp het niet: dat je lust helemaal loskoppelt van context en persoon''. Giphart: ,,Maar in deze mannen kan ik me ook niet inleven, hoor. Al ben je nog zo opgewonden, je gaat toch niet de liefde bedrijven met een vrouw die net mishandeld is en geen tanden meer heeft?''

Intussen zapt Giphart moeiteloos van vaste en mobiele telefoon naar dit gesprek met Hemmerechts. Een fotograaf klikt en flitst onophoudelijk, straks komt de Telegraaf, daarnet sprak hij nog voor de radio over de boekenlijst van scholieren. ,,Ik ben de meest gelezen schrijver van scholieren en daar ben ik trots op!'', had hij op verzoek in de microfoon geroepen. Giphart speelt zijn rol als Bekende Nederlander geroutineerd, hij accepteert het sterrendom als (tijdelijk) gevolg van zijn schrijfbedrijf. Laatst was een inbraak in zijn kantoor, waarbij zijn aantekeningen voor een roman en een fotoboek zijn gestolen, zelfs goed voor een item in het Journaal. Giphart: ,,In die fase van mijn leven ben ik nu kennelijk. Over tien jaar is dat weer heel anders.'' Maar nu terug naar de afwerkplekken. Of nee, zegt Hemmerechts, we moeten hier over de dood praten, anders denken de mensen: die twee praten alleen maar over seks.

Nou ja, nog even dan. Ooit schreef Giphart, zelf uitvinder van het woord 'liefderatuur', een openbare liefdesbrief aan Hemmerechts: ,,Ik ken maar weinig auteurs die zo intrigerend, wijs, ontluisterend en tegelijkertijd opwindend en schaamteloos over blootgeven en blootnemen schrijven als u''. Zijn eerste boek van Hemmerechts was 'bijna een seksuele ervaring', vertelt Giphart nu.

Pas onlangs kwam zijn brief Hemmerechts onder ogen. Ze reageert er heel diplomatiek op: ,,Ronald en ik zijn allebei mensen die het op papier doen. Laten we die tekst in godsnaam niet het leven in sleuren.'' Mannen en vrouwen schrijven trouwens heel verschillend over seks, vindt Hemmerechts: ,,De manier waarop ik over seks schrijf is verontrustend, ontluisterend voor veel mannen, maar vaak herkenbaar voor vrouwen. Mannelijke auteurs beschrijven vaker het ideaalbeeld van seks. Of ze maken van seks een Peter van Straaten-grap, als antidotum. Ik probeer ook de afwijkende, particuliere seksualiteit te beschrijven.''

Giphart herkent zich niet in Hemmerechts' typering van de mannelijke seksschrijver, want ook hij is op zoek naar het verontrustende van de seksualiteit. Giphart: ,,Seks is trouwens óók een instrument van de dood, het is bedoeld om nieuw sterven te maken''. Waarmee de schrijvers dan toch bij het Boekenweekthema zijn aangeland.

In haar Boekenweekessay 'Hotel Terminus' presenteert Hemmerechts zichzelf als 'ervaringsdeskundige': ,,Mijn geroemde bereidheid om zelfs de pijnlijkste ervaringen met u te delen is de ongeschreven afspraak die ons verenigt''. Als Doctor Death trekt zij de komende dagen langs de zalen, om haar essay, haar boeken en haar eigen doden aan het publiek te offreren. Hemmerechts is niet anders gewend: ,,Sinds 'Taal zonder mij' heb ik toch een openbaar rouwproces beleefd''. In dat boek, uit 1998, creëert Hemmerechts een indrukwekkend beeld van haar overleden echtgenoot, de Vlaamse dichter Herman de Coninck. Dat de rol van publieke weduwe haar niet altijd makkelijk afgaat, blijkt ook uit Hemmerechts' pas verschenen dagboek 'Een jaar als (g)een ander'. Daarin noteert zij op 18 februari 2001, na een lezing in Arnhem: ,,Moest bij mezelf veel weerstand overwinnen om over Herman te kunnen praten. Behoefte om op dat vlak mijn recht op privacy terug te eisen. Erg emotioneel ook. Absolute weigering om zelfs maar een half woord over dode baby's te zeggen. Poging om het taboe te herstellen.'' Wil Hemmerechts inderdaad haar privacy terug?

Hemmerechts: ,,Als je niet over zoiets persoonlijks praat, dan is het onaangetast, zuiver, de herinnering in jou. Maak je het bespreekbaar, dan wordt het ook enorm gebanaliseerd en je weet niet bij wie het terechtkomt. Maar uiteindelijk ben ik er iedere keer toch toe te bewegen om dit risico te nemen. Mensen putten troost uit mijn werk, en dat geeft mij weer troost terug.''

Openbaar rouwen - dat doen ook de hoofdpersonen in Gipharts Boekenweekgeschenk 'Gala', zij het op een hele andere manier. Heldin Meija, een jong, brutaal, bloedmooi Giphart-meisje, bezoekt een groots galafeest ter nagedachtenis aan Panc, haar geheime minnaar. Niks geen koffie en kleffe cake in een deprimerende condoleancekamer, maar een spetterend feest met Bekende Nederlanders, livemuziek, hippe hapjes en heel veel drank. Giphart vertelt dat zijn moeder Wijnie Jabaaij, die in 1995 euthanasie pleegde, ook zo'n groots rouwfeest had gewild. Zijn ervaringen met zijn moeders dood verwerkte hij eerder in zijn roman 'Ik omhels je met duizend armen' (2000).

Voor 'Gala' zocht Giphart naar een rechtvaardiging voor het feit dat het boek maar 90 pagina's mocht bevatten (de verplichte lengte van een Boekenweekgeschenk). Giphart: ,,Ik zocht naar een interne motivatie, een rechtvaardiging in het verhaal zelf. De oplossing die ik bedacht, is: Meija rouwt niet om haar vaste man, maar om een minnaar met wie zij vijf keer de liefde heeft bedreven. De waarde die haar minnaar voor haar vertegenwoordigde is een boekje van 90 bladzijden.''

Hun persoonlijke ervaringen met de dood van geliefden maakt het schrijven over de dood op een bepaalde manier makkelijker. Ze typeren zichzelf allebei als method actingschrijvers, die hun persoonlijke herinneringen en ervaringen gebruiken om in de huid van hun personages te kruipen. Over sommige onderwerpen zullen zij nooit schrijven. Hemmerechts: ,,Ik zal nooit een boek schrijven dat zich afspeelt in een concentratiekamp, daar kan ik met mijn verbeelding niet bij.'' En Giphart zal nooit een roman schrijven over soldaten in Srebrenica: ,,Ik ben geen soldaat geweest in Srebrencia, dat zou ik echt niet kunnen.'' Al vindt hij het wel een uitdaging om zich in te leven in een wereld die iets verder van de zijne afstaat. Zijn volgende roman, die in 2004 zal verschijnen, speelt zich daarom af in het Utrechtse studentenleven tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Maar Hemmerechts en Giphart hebben nog meer met elkaar gemeen. In 2001 hielden ze allebei een openbaar dagboek bij. Giphart voor de prestigieuze Privédomeinreeks, Hemmerechts als onderdeel van een schrijfopdracht die zij haar eigen studenten (Hemmerechts doceert literatuur aan de toneelopleiding van het Conservatorium van Vlaanderen) had opgelegd. Ze zijn allebei metéén gestopt met hun dagboek. Giphart: ,,Ik vind het helemaal geen interessant genre. In fictie kun je zoveel méér doen.'' Critici vielen zijn dagboek 'Het leukste jaar uit de geschiedenis van de mensheid' ongemeen hard aan, vindt Giphart: ,,Mijn leven werd nogal op de weegschaal gelegd, niet de literaire kwaliteiten van het boek.'' Eén kritiekpunt heeft hij wel op zijn eigen boek: ,,Ik vind mezelf geen echt interessant mens, dus als personage kom ik ook niet lekker van de grond. Maar ik heb mijn saaie leven op zo'n spetterend mogelijke manier geprobeerd te verwoorden.'' Hemmerechts vond haar dagboek juist een heel interessant experiment. Het gaf haar de ruimte voor kleine observaties, 'kleine details die veel zeggen over het leven'.

Toch nog even vragen: wanneer gaan ze zelf dood? Hemmerechts: ,,Ik word 75, daarna is toch het vet van de soep. Ooit heb ik gezegd dat ik er op mijn 75ste een eind aan ga maken. Dus het wordt heel spannend of ik dat ook werkelijk ga doen.''

Giphart: ,,Ik heb vorig jaar in een interview gezegd dat ik 68 wilde worden en daar was mijn familie heel kwaad over. En toen hoorde ik dat Jan Blokker 75 is. Dat geeft wel hoop, als je op je 75ste nog zulke columns kunt schrijven. Dus ik word 76.''

Zelf bepalen hoe en wanneer je sterft, zelfmoord plegen als het vet van de soep is, dat vloeit volgens Hemmerechts logisch uit het schrijverschap voort. Want een schrijver is regisseur van zijn eigen leven, die wil het toevallige en vergankelijke vormgeven. Hemmerechts: ,,De uiterste consequentie daarvan is dat je ook vorm wilt geven aan je eigen dood.''

Maar daar ziet Giphart niets in; hij krijgt sowieso de kriebels van 'romantische generalisaties' over schrijvers: ,,Voor mij is een boek een taartje dat door een bakker op een briljante manier in elkaar gezet is. Niets meer en niets minder.'' Wat Hemmerechts omschrijft als 'een verzet tegen de zinloosheid en de vergankelijkheid', noemt Giphart 'een eminente poging om binnen zoveel pagina's iets moois te creëren'.

Schrijven als manier om het leven vorm te geven, of schrijven als beroep, daarin lijken de auteurs van elkaar te verschillen. Hemmerechts: ,,Mijn vriend zegt: voor jou komt op de eerste plaats je werk, op de tweede plaats je dochter, en op de derde plaats kom ik. Het is een boutade natuurlijk, maar tegelijkertijd vrees ik dat er een grond van waarheid in zit.'' Giphart: ,,Dat is dan een heel essentieel verschil tussen ons, want ik ben in de eerste plaats vader van mijn kinderen en man van mijn vrouw. En dan pas, ver weg, de maker van mijn boeken.'' Op de screensaver van zijn computer de lachende, blonde hoofden van dochter Tip, zoon Broos en vrouw Mascha.

In de komende weken komen de twee schrijvers elkaar nog geregeld tegen, tijdens literaire avondjes in het land. En op het Boekenbal van gisterenavond natuurlijk, waarvoor Hemmerechts een nieuwe witte jurk en Giphart een passend rokkostuum aanschafte. Giphart vindt het soms wel vervelend om die rol van beroemdheid te spelen: ,,Ik verkramp daar wel een beetje van. Dat alle ogen op mij gericht zijn als ik even naar het toilet ga.'' Ook Hemmerechts zou soms wel eens verlost willen zijn van 'dat publieke mens Kristien Hemmerechts': ,,Die vrouw wil ik soms wel even loslaten. Maar Ronald en ik flirten wel met de media, we moeten ons over die aandacht ook niet beklagen.'' En dus concentreren zij zich de komende dagen op de 'hofmakerij van het publiek'.

Hemmerechts: ,,Als we maar niet dood gaan tijdens de Boekenweek, Ronald. Boudewijn Büch is al dood, straks zijn we de tien kleine negertjes. Het zou wel spectaculair zijn, ik denk dat we een grote opkomst hebben op onze begrafenis.''

Giphart: ,,Mag ik dan hierbij verklaren dat ik niet wil worden uitgezwaaid door lezers? Ik wil dus géén hordes lezers aan mijn kist.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden