'Pubersmart van slecht gewassen jongelui, kwaad op de wereld'

Het tijdperk van bedaagd amusement naderde in de jaren vijftig zijn einde. De jazz kwam naar Nederland. In deze aflevering van de serie over iconische foto's uit de Nederlandse geschiedenis: Ed van der Elsken richtte zijn camera op de jongeren.

Als vibrafonist Lionel Hampton en zijn band speelden, was het podium een en al spektakel. Fotografisch goud. Toch richtte Ed van der Elsken tijdens een concert van de jazzmuzikanten in de Haagse Houtrusthallen zijn camera op het publiek. Volkomen terecht, want daar werd geschiedenis geschreven. Op het eerste gezicht keurige jasje-dasje-jongeren met beginnende kuiven lieten zich helemaal gaan. Tussen hen in stond een politieagent met een gezichtsuitdrukking die het midden hield tussen vertwijfeling en ontzetting. Naast hem zakte een jongeman met wijd gespreide armen schreeuwend van extase door de knieën. Het door Hampton uitgelokte vraag-antwoordspel tussen artiest en publiek met oerkreten als 'aaaa' , 'ieeeee' en 'boooo' sorteerde effect.

Het tijdperk van bedaagd amusement van types als Perry Como, Catherina Valente en de Selvera's ('Twee reebruine ogen') naderde zijn einde, zoveel werd wel duidelijk. Dit was een schot voor de boeg van een generatie die graag uit het keurslijf wilde breken dat ouders en de maatschappij voorschreven. Een vooraankondiging van de aanstaande nieuwe tijd.

In het Polygoon-filmjournaal, zijn vooral beelden van Hampton en zijn band te zien. In het begin is een beschaafd mopje jazz te horen. De commentaarstem van Philip Bloemendaal beschrijft hoe het publiek werd "gegrepen door de ritmische muziek". Hij behield daarna zijn neutrale toon, maar tussen de regels door was de verbazing over het concert te horen. "Na dit zoete voorgerecht volgde een zeer hartig hapje", bouwde Bloemendaal rustig op. Daarna: "Samen met drummer Hammer bracht Hampton de zaal tot grote geestdrift." En: "Het concert bereikte zijn hoogtepunt toen een van de musici erbij ging liggen." De beelden toonden een van de saxofonisten die in horizontale positie een uitbundige solo gaf, terwijl Hampton hem met een handdoek koelte toewuifde.

Bij een optreden van Hampton in het Amsterdamse Concertgebouw in 1953 had Het Parool al soortgelijke taferelen waargenomen: "Het was allemaal nogal angstig en onwerkelijk. Zou de menigte nu inderdaad losbreken, en geheel zichzelf verliezen?"

Het Algemeen Handelsblad sprak na de concerten in 1956 in een hoofdartikel schande van het vertoonde: "Hier werd onder het mom van jazz een opzwepingscampagne ontketend, die met muziek niets meer te maken had. Hier werd aan geenszins verheven massa-instincten geappelleerd, die leiden tot een razernij, waaraan slechts de nuchtere werkelijkheidszin en getrainde spierkracht van een Amsterdamse politieman een einde kon maken." Het Parool sprak van 'angstaanjagende massahysterie'.

Het provinciale en keurig katholieke dagblad De Gelderlander vond het een teken des tijds: "Het demonstreert ook weer hoe leeg de vele mensenharten zijn: zo leeg dat het gekreun van een Amerikaanse neger in staat is hen in zulk een verdwaasde toestand te brengen."

Van der Elsken dacht er heel anders over. Hij hield van deze muziek. De door hem gemaakte beelden van Hampton zouden in 1959 een plek krijgen in zijn fotoboek 'Jazz', vol opnames van Nederlandse optredens (veelal in het Concertgebouw) van Amerikaanse grootheden uit het genre: Louis Armstrong, Miles Davis, John Coltrane, Ella Fitzgerald. En hoewel hij zelf ten tijde van de foto's van het Hamptonconcert al dertig was, voelde hij zich nog altijd jong.

Van der Elsken was een sociaal bewogen rebel, niet van zins zich te voegen naar alle geldende maatschappelijke conventies. Vijf jaar lang had hij een semi-zwervend bestaan geleid in Parijs. Het beeldverslag van het bestaan van jonge bohémiens in de Franse hoofdstad belandde in Van der Elskens eerste boek 'Een liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Prés', dat in 1956 verscheen.

Het vormde een visitekaartje voor zijn werk. Meer nog dan andere fotografen kroop hij extreem dicht op de huid van zijn onderwerpen, niet zelden was hij meer dan persoonlijk betrokken. Bij een deel van de culturele voorhoede kreeg het boek nog wel de handen op elkaar. Velen waren echter geshockeerd door het getoonde. Zij zagen in hun ogen losgeslagen, nogal nihilistische jeugdigen.

"Velen zal het vergaan zoals ons: wij kunnen dit zieke boek niet liefhebben", schreef Vrij Nederland. Het opinieblad liet een aantal prominente Nederlanders aan het woord. Schrijver/journalist Simon Carmiggelt zag vooral "de nogal ostentatieve pubersmart van een aantal slecht gewassen jongelui, die kwaad op de wereld, dag en nacht rondhingen in een artistenwijk". De prominente dominee J.J. Buskes begreep niet waarom De Bezige Bij dit uitgaf: "Rotheid zwart op wit met soms een tekst, die je ook in een urinoir kunt lezen. Een liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Prés! Stervend Europa! Rottend Europa! Rusland zal dit boek gebruiken als een overtuigend bewijs dat Europa vanwege zijn decadentie kan worden afgeschreven."

Journalist Jan Vrijman muntte in een artikelenreeks voor Vrij Nederland in hetzelfde jaar het woord 'nozems'. Volgens hem wilden deze jongeren de maatschappij niet veranderen; zij wilden alleen het moment dat ze zouden worden ingelijfd in de tredmolen nog een paar jaar uitstellen.

Nozems, pleiners, dijkers en andere recalcitrante jongeren waren een geliefd onderwerp voor fotografen. Tot medio jaren zestig leken ze vooral uitzonderingen op de regel en ze hadden daardoor wat exotisch. De autoriteiten hadden ondertussen wel hun zorgen. Volgens het in opdracht van de Nederlandse regering gemaakte rapport 'De maatschappelijke verwildering der jeugd' leefden veel jongeren 'in een wereld, die verregaand gestalteloos genoemd mag worden'. Dat 'gestalteloos' uitte zich "in het onvermogen zelf gestalte te zijn: het uiterlijk is filmconfectie en volstrekt verwaarloosd: houding en beweging vertonen geen uit het innerlijk voorkomend gericht zijn: men leurt, hangt, slentert, enz., er is vaak een ongedurige bewegingsoverdaad zonder doel".

Was het ritueel gejeremieer over de jeugd van tegenwoordig, een klaagzang van alle tijden? Of was er iets wezenlijks aan het veranderen? Dat laatste lijkt toch wel het geval. De gekte voor het podium bij Lionel Hampton en ander afwijkend gedrag waren vooraankondigingen van de grote maatschappelijke veranderingen die voor de deur stonden. In de loop van de jaren zestig onderging Nederland een razendsnelle metamorfose. Een brutaler soort jongeren, de babyboomers, ging daarbij voorop. Zonder de ballast van herinneringen aan crisis of oorlog, opgegroeid in een tijd van langzaam en daarna snel toenemende welvaart en goed genoeg opgeleid om vrijwel alles te bevragen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden