PUBERS IN DE WAR

Het aantal jongeren met psychiatrische problemen neemt toe, en de aard van de stoornis wordt ernstiger. “Het is allemaal extremer geworden, kinderen experimenteren op hun dertiende al met alcohol en drugs”, zegt een groepsleidster. Een verjaardag in de psychiatrische jeugdkliniek De Swing in Leeuwarden: Liesbeth wordt zestien. Lang zal ze leven, lang zal ze leven... “Stop es even, ik wil helemaal niet lang leven!” De namen van de jongeren zijn uit privacy-overwegingen gefingeerd.

Ilse is veertien. Ze is vanochtend na de koffie naar haar kamer gegaan om voor de spiegel haar gezicht met een uitgevouwen paperclip te bekrassen. Alsof ze zichzelf van make-up voorzag, heeft ze lijnen van bloed getekend. Verticale krassen staan er op haar wangen, horizontale op het voorhoofd, en op haar kin heeft ze wat hoekige figuren aangebracht. Waarom weet ze ook niet, ze deed het gewoon. En nu willen 'zij van hiernaast' niks meer met haar te maken hebben. Ilse krijgt een arm om zich heen van de groepsleidster, een aai door d'r haar van een vriendin, en als ze haar snikkend haar verhaal heeft gedaan, mag ze bij de leiding een shaggie roken. Diep verdriet is soms zo verdwenen.

Ilse is niet gestoord, zoals de buurvrouwen zeggen, dat is het juiste woord niet. Maar ze heeft wel een probleem. De meiden van de groep naast die van Ilse zitten trouwens ook niet voor niets in het centrum voor jeugdpsychiatrie De Swing in Leeuwarden. In twee groepen met acht plaatsen bevinden zich hier jongeren van twaalf tot achttien jaar bij wie de puberteit een ernstige psychiatrische stoornis aan het licht heeft gebracht.

Bij sommigen is deze het gevolg van vroegere ernstige pedagogische en affectieve verwaarlozing en lichamelijke mishandeling of seksueel misbruik. Maar ook 'harde' psychiatrische beelden als zware depressies, psychosen, schizofrenieën en manisch depressieve psychosen komen juist in die onrustige, stormachtige en onzekere puberteit opeens bovendrijven.

De Swing is de Leeuwarder locatie van de Friese Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) Jeugd die als eerste in Nederland de hulpverlening provinciaal heeft georganiseerd. Wie waar ook hulp zoekt in Friesland, de cliënten komen allemaal in dezelfde organisatie terecht. Niemand kan nog langer van het kastje naar de muur worden gestuurd. Op vier plekken in Friesland kunnen kinderen en jongeren ambulant worden geholpen; in De Swing, die een jaar geleden met opzet midden in een woonwijk is neergezet, ondergaan de jonge psychiatrische patiënten naast ambulante een deeltijd- of klinische behandeling.

De jongeren bij wie ernstige problemen worden vermoed, komen eerst op een observatie-afdeling waar wordt bekeken wat de aard van de problemen is en of deze het best thuis, in deeltijd of intern kunnen worden aangepakt. Is klinische behandeling noodzakelijk, dan volgt opname op een van de twee leefgroepen. Een speciale crisisopvang met vier bedden kan jongeren herbergen van wie de situatie thuis, of in de kliniek, plotseling onhoudbaar wordt, bijvoorbeeld als de jongere psychotisch wordt en door het lint gaat.

Twee separeercellen met slechts een onverwoestbaar plastic matras in de hoek, een niet-scheurbaar laken en een paneel van zwarte bordverf waarop hartekreten kunnen worden gekalkt, zijn bedoeld voor 'uiterste noodsituaties'. “Ik heb hier al vijftien keer gezeten”, zegt Ilse de dag na haar huilbui. Weer rustig geworden mag ze een 'rondleiding' door De Swing geven.

Wie kan dat beter dan zij: iedereen kent het meisje met de paarsgeverfde haren, het witte gezicht dat altijd iets naar beneden kijkt, en niemand verbaast zich over de krassen waarop inmiddels een korstje zit. Ze kijkt plotseling op en zwaait naar de jongens bij de tafeltennistafel in de gesloten crisisafdeling, lacht naar de leiding en groet de man die de monitoren in de gaten houdt. Ilse heeft in het jaar dat ze in De Swing is, alle afdelingen en al het personeel leren kennen en vrienden gemaakt. En vrienden maken, dat is al heel wat voor een puber in de war. “De separeer-cel is niet altijd erg, hoor”, zegt ze. “Laatst was ik zo bang, voor mannen op mijn slaapkamer. Toen mocht ik hier slapen, en in de separeer kan zich tenminste niemand onder het bed verstoppen, je ligt er namelijk op de grond.”

Ilse heeft een zogenaamde borderline in ontwikkeling, een typering van een persoonlijkheidsstoornis die wordt gebruikt als een patiënt 'scoort' op vijf van in totaal negen beschreven gedragingen. Heeft bijvoorbeeld een jongere herhaaldelijk geprobeerd zelfmoord te plegen, en is hij daarnaast soms intens woedend en kan hij zich daarbij moeilijk beheersen, is er sprake van identiteitsstoornissen, idealiseert of kleineert hij juist in contacten en is hij ook nog eens op minstens twee terreinen (geld, verdovende middelen, seks bijvoorbeeld) zeer impulsief, dan kan hij een borderliner worden genoemd.

Geen borderliner is hetzelfde, maar voor allen geldt: de stoornis die in de puberteit is geactiveerd en na het veertigste levensjaar in intensiteit afneemt, kan over het algemeen 'beheersbaar' worden gemaakt als jongeren weer structuur in hun leven krijgen: een stipte dagindeling met herkenbare elementen, en mensen in hun omgeving die hen weer op hun gedrag aanspreken.

Deze jongeren zijn een typisch produkt van onze tijd, zeggen psychiaters die zich in diverse instituten met hen bezighouden. Voorheen zag je deze stoornissen veel minder. Ze waren wel latent bij jongeren aanwezig, maar konden worden onderdrukt in een hechte samenleving met de kerk, een strakke schoolleiding, in relatie met een zogenaamde 'holding': opvoedingsbetrokkenheid van ouders die een daadwerkelijke relatie met hun kind onderhouden, aldus psychiater G. van der Most onlangs in een interview. Tegenwoordig worden kinderen aan hun lot overgelaten, raken in de war, raken de weg kwijt en dan komen de borderline-kenmerken bovendrijven. “Als het goed gaat tussen vader en moeder, dan trekken ze het wel. In ontwrichte gezinnen is het een ramp”, aldus Van der Most.

Ook groepsleidster Annie Willemse van De Swing heeft de psychiatrische problematiek de afgelopen jaren zien verzwaren. “Het is allemaal extremer geworden, kinderen experimenteren op hun dertiende al met alcohol en drugs.” Ze herkennen hun stoornis, en merken dat zij met drugs beter functioneren. Ze passen als het ware een soort zelfmeditatie toe. Zo hangt de tekst 'Een joint in de morgen, is een dag zonder zorgen', bij Liesbeth op de kamerdeur.

In De Swing zijn de groepsleiding en de 'leefgroep' waarin de jongeren verkeren, cruciaal in de behandeling. Die wereld in het klein wordt door De Swing als de proeftuin voor het experimenteren met nieuw gedrag gezien, hier vindt de toonzetting van de behandeling plaats omdat de jongeren hier het meest kunnen worden beïnvloed. De groepleiding moet in dit proces een groot aantal functies tegelijk uitvoeren. Zij zijn stimulator, initiator, model en grensbewaker, een soort super-vaders en -moeders dus.

Zij moeten voor regelmaat zorgen, een strak regime, en ze spreken jongeren aan op hun foute gedrag, belonen het goede, maar laten nadrukkelijk geen 'hulpverleners-gedrag' zien. Jongeren zijn niet per definitie zielig of hulpbehoevend, maar in de instellingsfilosofie tot op zekere hoogte zelf verantwoordelijk; voor hun leven, voor hun problemen en voor de oplossing daarvan.

De Swing hoopt dat jongeren in een gestructureerde omgeving, langzaam maar zeker - en dat kost tijd - structuur in zichzelf aanbrengen. In aparte trainingen van bijvoorbeeld sociale vaardigheden, krijgen de jongeren 'gereedschap' aangereikt waarmee ze zich in de maatschappij 'buiten' staande kunnen houden. De instelling is niet ontevreden over het behandelresultaat. Zo'n driekwart van de jongeren kan bij het ontslag uit de kliniek redelijk functioneren. Ze kunnen beter alleen zijn, kunnen iets afmaken, en hun handelen overdenken. Nu krassen ze nog als ze zich rot voelen, maar straks denken ze: laat ik er 's een nachtje over slapen. De omslag wordt bereikt bij de gedachte: 'Ik kan er wel mee doorgaan, maar wat schiet ik ermee op?'

Die 'omslag' ligt in de groep van Ilse slechts voor een enkeling binnen handbereik. De meesten zullen eerst lange tijd, gemiddeld een jaar, behandeld worden. Marieke uit groep 3, met twaalf jaar de jongste, is hypernerveus en gespannen, vertelt in een minuut wat iemand anders in vijf minuten vertelt. En dan nog is ze lang aan het woord. Karin zit al anderhalf jaar in De Swing en kan, maar wìl ook voorlopig niet naar huis. Als schizofreen is ze alcohol en drugs gaan gebruiken, maar die middelen hebben haar niet helder kunnen maken: ze heeft last van een 'man in haar hoofd' die haar bedreigt. Wat de werkelijke rol van die man in haar leven is geweest, weet nog niemand.

Karel is een joch van dertien - slapen is zijn grote hobby - en hij was uiterst agressief. “Ik werd kwaad op alles wat kon bewegen.” Na opname in De Swing voelt hij zich stukken beter en schiet hij nog maar een paar keer per uur met zijn hand als pistool willekeurige voorbijgangers dood. En blaast dan de damp uit zijn vingertop weg. Hij wil marinier worden, net als zijn vader die hij nooit meer ziet.

VERVOLG OP PAGINA 2

PUBERS IN DE WAR VERVOLG VAN PAGINA 1

Iedereen heeft een ander probleem, maar veel gedrag komt ook overeen. Een kwart van de meiden heeft het lichaam met scherpe voorwerpen bekrast, en de meesten hebben - of hadden - een doodswens. Voor Liesbeth, die vandaag zestien wordt, zong de groep vanochtend 'Lang zal ze leven...' “Maar ik wil helemaal niet lang leven”, onderbrak ze de zangers. Jongeren die nog moeten beginnen met hun leven, willen hier al dood. Het blijft bij woorden - De Swing heeft nog geen geslaagde zelfmoordpoging meegemaakt. Maar het moet gezegd: de kinderen hebben op hun twaalfde soms al meer meegemaakt dan wat een 'normaal' mens in een heel leven zal meemaken.

“Mensen, vanmiddag heeft Lies het kringgesprek voorbereid”, roept groepsleidster Annie. “Laten we allemaal even gaan zitten.” Het is half vier, geen minuut later, en elke week vindt op precies dat tijdstip de bijeenkomst plaats waarin een van de jongeren voorbereide vragen aan de anderen stelt. Met het doel simpelweg naar elkaar te leren luisteren. En als er af en toe argumenten worden uitgewisseld, is dat mooi meegenomen.

Lies pakt haar papier erbij en leest langzaam (ze heeft gehoord dat ze duidelijker moet spreken) haar eerste vraag voor: 'Wat is je hobby en waarom?' Dat lijkt een snelle ronde te worden, maar niets is minder waar. In De Swing moet eerst nog de vraag besproken worden wat nou precies 'een hobby' is. “Is sport ook een hobby?” En als uiteindelijk veel-en-snel-pratende Marieke aan de beurt is, zakken meisjes als Ilse en jarige Liesbeth al weg in de bank. “Shiiiit, zeg”, zuchten ze, als Ilse negen sporten opnoemt met daarbij de informatie dat ze bij de ene sport wel eens een eerste prijs heeft gewonnen, en bij de andere de derde, de vierde, de vijfde en de zesde prijs. Maar geduld is een schone zaak, vinden ze bij De Swing.

Bij het rondje over idolen is Ilse er wel weer bij: “Kurt Cobain”, roept ze, de zanger van Nirvana die vorig jaar zelfmoord heeft gepleegd. Dat vindt ze pas een goeie gozer. “Ja, die heeft de kamer van zijn vrouw zo lekker behangen toen hij zich door z'n hoofd schoot”, krijgt ze tegengeworpen.

Marieke heeft last van die afkeurende reacties op haar lange warrige monologen, blijkt als ze de volgende dag samen met Karel drama-therapie volgt. “Ik zou best naar huis willen, naar mijn moeder”, vertelt ze, voor de hoeden en petten uit de kast mogen. “Ik heb zo'n spanning. Ik krijg steeds maar te horen dat ik dit moet en dat niet. Bij mijn moeder mag ik gewoon met m'n handen eten, maar hier moet dat met mes en vork. Ik word daar zo zenuwachtig van.”

Ze zegt dat het ook vervelend wordt, de dag door te brengen met allemaal 'zieke' kinderen. “We zijn hier niet ziek!”, reageert Karel als gestoken. Maar wat zijn ze dan wel? “Nou, ik zeg wel eens dat we allemaal hartstikke gek zijn, maar dat meen ik dan niet. We zijn gewoon kinderen met een probleem.”

Meer Swingers hebben moeite met het feit dat ze tussen andere kinderen-in-problemen zijn geplant. Francien bijvoorbeeld. Ze is in haar jeugd verkracht en na ruzie met haar ouders bij een alleenstaande vrouw met kind ingetrokken. Toen ze ook daar moest vertrekken, heeft ze terwijl ze aan het babysitten was, twintig zware pijnstillers ingenomen. Ze wist niet wat ze anders nog kon doen. Die overdosis leek haar toen een redelijke oplossing.

“Van de ene kant vind ik het wel fijn dat hier jongeren zitten die dezelfde soort problemen hebben als ik. Dus het maakt niet uit of ik zit te huilen, loop te schreeuwen of agressief ben. Morgen doet een ander van de groep precies hetzelfde. Je schaamt je nergens meer voor, en ik merk dat ik daardoor meer mezelf kan zijn, ik ben eerlijker geworden. Vroeger antwoordde ik op de vraag 'Hoe gaat het?' altijd met 'Goed!'. Nu zeg ik wat er werkelijk aan de hand is. Kan me niks schelen.”

Maar er zit ook een schaduwkant aan het samenleven met probleemjongeren. “Kijk, toen ik nog niet in De Swing woonde, wist ik absoluut niet wat krassen was”, zegt Francien met de rode strepen op haar voorhoofd en onderarmen. “Maar nu wel.”

Groepsleidster Willemse kent het kopieergedrag. “Niets komt hier alleen”, zegt ze. “Het lijkt alsof de groepleden met elastiek aan elkaar vastzitten. Hoort een meisje - want het zijn voornamelijk meisjes die krassen - een stem in haar hoofd die zegt dat ze moet krassen, dan is zij nog niet gehavend beneden of nummer twee trekt zich terug. Jij voelt je rot, dus ik ook. Nu is krassen erg in, een paar maanden geleden liep iedereen hier naar de spoorweg. En vervolgens is het 'bonken' opeens in: willen ze weer in het gips.”

Zelfs de argumenten voor het gekras worden uitgewisseld. Francien, waarom doe je dat bij jezelf? Antwoord: “Met de pijn van buiten voel ik de pijn van binnen niet.” Mooi verwoord. Maar een dag later dezelfde vraag voor haar vriendin Nancy. Zij antwoordt: “Met de pijn van buiten voel ik de pijn van binnen niet.” Letterlijk dezelfde tekst. Heeft Francien de tekst van Nancy, of Nancy hem van Francien. En van wie heeft Francien hem dan weer?

“We proberen er niet overdreven veel aandacht aan te besteden. Als jongeren gevaar lopen, grijpen we in, bij infectiegevaar is er een pleister en verder gaan we er zo weinig mogelijk op in”, aldus Willemse, die gisteren Ilse nog vroeg waarom ze alleen verticaal had gekrast. Met ook horizontale strepen hadden ze tenminste nog boter, kaas en eieren kunnen spelen. Met een kwinkslag kan bij Ilse de spanning doorbroken worden: de boodschap kwam aan.

“Ze moeten gaan begrijpen dat ze er niets mee opschieten”, zegt haar collega-groepsleider Oepke Prins. “Het is waar dat sommige jongeren na binnenkomst een terugval hebben door de beïnvloeding van andere jongeren. Maar die beïnvloeding is er buiten De Swing ook. De leefgroep is de wereld-in-het-klein. Als we de jongeren hier zover kunnen krijgen dat ze het gekras niet nadoen, en zelf gaan beslissen, hebben we ze ook gewapend tegen de verleidingen buiten. Als ze 'nee' kunnen zeggen tegen gekras, kunnen ze dat straks ook tegen bijvoorbeeld overmatig alcohol- en drugsgebruik.”

De Swing is met opzet in een woonwijk gebouwd, tussen de rijtjeshuizen aan de ene kant, en de vrijstaande villaatjes aan de andere. “De buurt was indertijd bang dat de komst van psychiatrische patiënten de rust zou verstoren en de prijs van de huizen zou doen kelderen”, zegt Prins. “Ik moet zeggen dat wij banger waren: voor het leven in de grote stad. We vroegen ons af of onze groep gemakkelijk te beïnvloeden jongeren geen prooi zou worden voor dealers of kleine criminelen. We hebben dan wel een besloten afdeling, maar we zijn geen gesloten instelling. Het is juist de bedoeling dat jongeren - zij het beperkt - integreren.”

De aanvankelijke angst van De Swing is niet uitgekomen. De jongeren mogen naar het winkelcentrum, een stukje fietsen, en meisjes als schizofrene Karin hebben afspraakjes 'onder de brandtrap', aan de zijkant van het pleintje voor De Swing. De jongens uit de buurt zijn zelfs uitgenodigd eens binnen te komen kijken.

De plek ìn Leeuwarden heeft ook het voordeel dat de Swingers die dit aankunnen, buiten de instelling naar school kunnen. De professor Grewel-school voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen (ZMOK) werkt samen met De Swing door jongeren op te nemen en leerkrachten uit te lenen. De school heeft ook een klas in De Swing. “Inhoudelijk moet je er niet altijd te veel van voorstellen”, zegt docent Jan van Beelen, terwijl een van zijn leerlingen zich demonstratief met een hoofddoek heeft omwikkeld en slechts meedeelt dat zij moslim is en een gespleten persoonlijkheid heeft. “Met een groepje van gemiddeld tien jongeren proberen we 'iets' aan onderwijs te doen. Maar ik mag soms al blij zijn met tien regels in twee uur.”

“De meeste leerlingen proberen aansluiting te houden bij het reguliere onderwijs. Dat lukt over het algemeen goed. Sommige jongeren moeten een stapje terug doen. Voor hun komt de behandeling op de eerste plaats, onderwijs is dan niet meer dan een bezigheid, een afleiding, een ritme.” Waarop Van Beelen leerling Kees van een jaar of zestien tot de orde maant: “Je praat alweer!” Kees: “Sorry, er schiet me van alles te binnen en ik floep het er zo weer uit. Ik leid mezelf af. Als het zo stil is ga ik denken...” Hij zal vandaag zijn tien regels niet halen.

Karel en Marieke zijn eindelijk aan hun toneelstukje toegekomen bij drama-therapie, het uur in de week waar ze al spelend emoties en herinneringen tonen die pas over maanden echt bespreekbaar zijn - misschien zullen ze er wel nooit over vertellen. Ze hebben allebei een hoed mogen uitkiezen, waarbij ze een verhaal moeten bedenken. Marieke speelt een meisje dat een hoed vindt, haar vriendinnen pesten haar omdat het ding lelijk zou zijn. Maar Marieke trekt zich daar moedig niets van aan. Ze zou wìllen dat ze in het echt ook zo kon reageren, maar dat ze haar moed acteert, is toch al heel wat.

Karel is cowboy en zoekt contact met vijf pluche beren en een rubber adder. Hij haalt ze aan, praat met ze, maar als ze niet doen wat hij wil, geeft hij ze stuk voor stuk een nekschot. Karel wil zich binden, maar wie te dichtbij komt, stoot hij af: het vertrouwen is er nog niet. Vervolgens loopt cowboy-Karel een saloon binnen en haalt bij het pokeren overal extra kaarten vandaan. Zijn begeleidster vraagt of zijn stuk nog veel langer duurt. “Nog even” zegt Karel, “ik eindig met de dood.” Hij loopt de saloon uit en wordt in zijn rug geschoten.

Achteraf, bij het opruimen van de rommel, vindt Karel in de kast nog een mooi dik touw. “Ik had me natuurlijk ook kunnen ophangen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden