Pubergedrag of radicalisering? Het verschil is lastig te herkennen

Beeld ANP

Een expertisecentrum adviseert wijkagenten, jeugdwerkers en leraren over radicalisering.

Een jongere presteert plotseling slecht op school. Hij laat zijn baard staan, zoekt ruzie met zijn ouders over ideologie en uit kritiek op de Nederlandse samenleving. Is hij aan het radicaliseren of is dit pubergedrag?

Met die vraag krijgt het Platform jeugd preventie extremisme en polarisatie - kortweg JEP - regelmatig te maken. Het expertisecentrum, een initiatief van de Rijksoverheid, adviseert professionals als leraren, jeugdwerkers en wijkagenten over radicaliseringsvraagstukken. Daar is geen checklist voor, zegt projectleider Ellen Meijer. "Het gaat altijd om een combinatie van signalen en een onderbuikgevoel dat er iets niet klopt."

Toch plotseling verdwenen

De familie van veel Syriëgangers is totaal verrast door het vertrek van een gezinslid, concludeerden onderzoekers van de Universiteit Leiden. De kennis over radicalisering ontbrak, er zijn te veel andere problemen, of het onderlinge contact binnen de gezinnen was beperkt.

Niet alleen ouders bleven in verbijstering achter toen Nederlandse jongeren zich vanaf 2012 aansloten bij jihadistische groepen in Syrië en Irak. Meijer kent voorbeelden van docenten die dachten goed contact te hebben met een leerling toen die opeens verdween.

Veel uitreizigers wisten hun plannen goed te verbergen voor hun omgeving. Ook dingen stiekem doen is pubers niet vreemd. Hoe herken je dan toch de signalen dat er meer aan de hand is dan gedrag dat bij een bepaalde leeftijd hoort?

Meijer: "Dat is heel moeilijk. Het is eigenlijk niet één ding en niet eenduidig. Het gaat om een proces, een verandering in het gedrag. Zoals de schoolprestaties, de uitingen over de samenleving, het veel tijd achter de computer doorbrengen en het afkeren van de oude vriendengroep." Tel daar risicofactoren bij op: kwetsbare jongeren die andere problemen hebben met drugsgebruik of criminaliteit, en de alarmbellen gaan af.

Stigmatisering

Maar stigmatisering ligt op de loer, waarschuwt Meijer. Onder de Syriëgangers zijn ook succesvolle, hoogopgeleide mannen en vrouwen. Een baard hoeft ook niets te zeggen over radicalisering, laat staan over de bereidheid van iemand om geweld te gebruiken. Datzelfde geldt voor het kijken naar gewelddadige video's via internet.

"Hoe wrang het ook lijkt, dat kan ook uit nieuwsgierigheid zijn", zegt de projectleider. Daarom is het volgens haar belangrijk het gesprek aan te gaan om te achterhalen waarom iemand zoiets doet. "Stel open vragen. En probeer oprecht geïnteresseerd te zijn in plaats van direct te oordelen."

Als het niet meer lukt een gesprek te voeren, dan kan dat een teken zijn dat het mis is. "De verbinding zoeken gaat niet meer als iemand echt geradicaliseerd is", zegt Meijer. Dan is het goed om je zorgen te bespreken met ouders, docenten, andere professionals of het landelijke steunpunt extremisme.

"Wij adviseren professionals er nooit alleen mee te blijven lopen. Bespreek je zorgen, maar blijf daarbij zo feitelijk mogelijk. Ga niet af op stigma's, maar op wat er daadwerkelijk gebeurt."

Lees ook:

Syriëgangers lieten hun families meestal in verbijstering achter

Totaal overrompeld, dat waren de meeste families als bleek dat zoon of dochter ineens naar Syrië vertrokken was, constateert Leids onderzoek naar familieleden van Nederlandse jihadisten.

Wanneer is het beleid tegen radicalisering een succes?

Gemeenten claimen successen in de strijd tegen radicalisering. Wat heeft hun beleid al concreet opgeleverd?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden