ps

Amerikaanse hoogleraren wordt soms gevraagd een ’laatste lezing’ te geven, waarin ze moeten doen alsof hun einde nadert en het de laatste kans is hun kennis te delen.

Randy Pausch hoefde niet te doen alsof. Een paar weken nadat hem, IT-hoogleraar aan Carnegie Mellon, gevraagd werd een ’last lecture’ te geven, werd bij hem alvleesklierkanker geconstateerd. Hij zou minder dan een jaar te leven hebben. Zijn laatste college begon Pausch met het projecteren van CT-scans waarop tien tumors in zijn lever te zien waren. Vervolgens vertelde hij het publiek ontroerende verhalen over zijn carrière, zijn gezin en hoe hij de meeste van zijn dromen had weten te realiseren. Volgens Pausch lukt dat door veel plezier te hebben in het leven, risico’s te nemen en te vragen om wat je wilt.

Misschien geen vernieuwende wijsheden, maar ze maakten grote indruk. Pausch was het toonbeeld van Amerikaanse waarden: hij vond zijn gezin het allerbelangrijkste en wilde met zijn verhaal vooral zijn drie kinderen meegeven dat je alles kunt als je maar in jezelf gelooft.

Zat de collegezaal al overvol met studenten en collega’s, op internet werd de videoregistratie door miljoenen mensen bekeken. Er verscheen een boek, dat snel bestseller werd. Pausch werd gevraagd op te treden bij Oprah Winfrey. Time en ABC noemden Pausch in hun lijstjes van meest invloedrijke mensen en president Bush prees Pausch in een brief om zijn inzet voor kinderen en studenten.

Randy Pausch greep zijn plotselinge beroemdheid aan om te lobbyen voor meer onderzoek naar alvleesklierkanker. Hij sprak er zelfs het Congres voor toe. Randy Pausch overleed op 25 juli 2008, 47 jaar oud. Informatie over zijn werk, de ’last lecture’ en het boek: www.randypausch.com.

Vlakbij de Arc de Triomphe in Parijs, op de Avenue de Friedland, opende Pierre Bérès in 1939 zijn winkel. Hij was pas 26, maar in de wereld van bibliofiele verzamelaars was hij al een begrip. Het was ook niet zijn eerste winkel, want eerder al had Bérès er eentje op de Rue Laffitte. Tikje nederiger plek misschien, maar toch ook niet slecht.

Pierre Bérès wist al heel jong wat hij wilde. Hij zat nog lang en breed op Lycée Louis le Grand, een wat je noemt ’prestigieuze’ middelbare school in Parijs, toen hij de boekenstalletjes langs de Seine al afstruinde en handschriften en handtekeningen verzamelde.

Het verhaal gaat dat hij op z’n dertiende aanbelde op de Rue Franklin bij Georges Clemenceau, de voormalige minister-president, en hem om z’n handtekening vroeg. Clemenceau, toen 88, bewilligde, maar wist niet waar de jongen eigenlijk mee bezig was: de complete set handtekeningen bijeensprokkelen van alle veertig leden van de Académie Française. Clemenceau was nummer 40.

Zeldzame boeken en handschriften, daar draaide het om in het lange leven van Pierre Bérès (’Pibi’ voor kenners). En om mystificatie. Zo doet het verhaal de ronde dat hij eigenlijk Berestov zou hebben geheten, en de ’natuurlijke zoon’ (lees: een buitenechtelijk kind) was van een Engelsman en een Russische courtisane, die op haar beurt weer familie zou zijn geweest van de lijfarts van de tsaar.

Waar of niet waar? Pierre Bérès had er vermoedelijk geen belang bij om klare wijn te schenken en sprak nooit over zijn ouders. Hij bevestigde noch ontkende het verhaal.

Zijn eerste catalogus bracht hij in 1931 uit toen hij zeventien was. De laatste verscheen in 2002, en was de 92ste. Een catalogus van Bérès werd bij bibliofielen een gewild object, waarvoor fikse bedragen worden betaald. De boeken en manuscripten die in die catalogi staan opgesomd, zijn al helemaal onbetaalbaar.

Aan zijn eerste catalogus ging noeste inkooparbeid van de tiener vooraf. Sinds hij dertien was, kocht Pierre Bérès op de dag dat een boek verscheen een paar exemplaren van die eerste editie. „Wat later verkocht ik ze, met een kleine winst” – Bérès hield er wel van om te doen alsof het allemaal erg eenvoudig was. Ook volgde hij het spoor terug van een kleine boekendief die hem een partijtje antiquarische boeken aanbood, sprak de oorspronkelijke eigenaar aan – de graaf van Saint-Leon, die financieel in de versukkeling was geraakt – en organiseerde voor hem een eerste verkoping. Dat bracht hem in de wereld van rijke mensen die oude boeken en manuscripten wilden kopen. En van voormalig rijke mensen die hun boekenbezit nu te gelde wilden maken. Niet alleen verarmde adel, ook Amerikaanse bankiers met een mooie boekcollectie, die er in de crisis van de jaren dertig vanaf wilden. Hij kwam uit Amerika terug met de originele uitgaves van het werk van de 17de-eeuwse Spaanse schrijver Cervantes. Bérès legde zijn vondsten in de kluis en liet ze jaren later ’plotseling’ opduiken: dat dreef de prijs op. „Ik zoek niet, ik vind”, zei hij als hem werd gevraagd hoe hij nu weer aan een bepaald manuscript of vroege druk kwam.

In 2001 verkocht hij aan de Bibliothèque Nationale (het Franse equivalent van de Koninklijke Bibliotheek) voor bijna 2 miljoen gulden het manuscript van ’Voyage au bout de la nuit’ van L.F. Céline, dat al decennia zoek was. Vijf jaar later kreeg Frankrijk daarentegen het manuscript van Stendhals ’La Chartreuse de Parme’ van Bérès cadeau.

Dat was toen Bérès zijn privécollectie van de hand deed, want geen van zijn acht kinderen (uit drie huwelijken) had zin om hun vader op te volgen. In een paar veilingen werden de 12.000 werken verkocht. Ze brachten samen 35 miljoen euro op. Bérès verliet Parijs en ging stil leven in zijn villa in Saint-Tropez. Daar overleed hij op 28 juli, 95 jaar oud.

Bijdrage: Jaap Meijers

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden