Psycholoog Noordzij: protestantisme verwaarloost ervaringen Zen-meditatie is waardige vorm van navolging van Christus

Achter de wat droog academisch klinkende titel 'Religieus concept en religieuze ervaring in de christelijke traditie' gaat een bijzonder proefschrift schuil, van een hoog spiritueel gehalte. De man die het schreef, dr. J. C. Noordzij (74), heeft in deze studie zijn levenswijsheid, psychologische vakkennis en persoonlijke interesse voor geloof en theologie weten te integreren. Noordzij promoveerde aan de faculteit psychologie van de Vrije Universiteit.

COKKY VAN LIMPT

Dr. Noordzij maakt zich zorgen: de spirituele dimensie in het menselijke bestaan is in gevaar. De tijdgeest dreigt de mens te vervreemden van zijn eigen innerlijk. De nadruk op materiële waarden, de informatielawines die over de mens heen worden gestort, het hoge levenstempo en de prestatiegerichtheid in de samenleving scheppen een ongunstig klimaat, schrijft hij, voor zelfbezinning en het zich luisterend tot de ander wenden.

Ook de kerken - Noordzij richt zich specifiek op de kerken binnen de protestantse traditie - slagen er, met hun eenzijdige accent op het woord en de verstandelijke benadering van het geloof, niet meer in de mensen voldoende spiritueel te voeden. Volgens Noordzij is het mede door het gemis aan levende geloofsoverdracht dat de kerken leeglopen. Terwijl de secularisatie onverminderd doorgaat, is er tegelijkertijd een toenemende belangstelling voor het 'innerlijke leven'. De kerken zouden dit signaal moeten oppakken, vindt Noordzij.

Maar om adequaat te kunnen reageren op de gesignaleerde behoefte aan geloofservaring en aan de 'echt'-heid van de geloofsbeleving, moeten de kerken wel eerst in de bijscholing. Want ze hebben - ook in bevindelijke kring, waar toch wèl altijd aandacht is geschonken aan geloofservaring - relatief weinig ervaring met het meer gericht omgaan met het innerlijke leven. Op dat punt wil Noordzij de kerken met zijn studie te hulp komen. “Ik wil de kerken een invalshoek geven, middelen bieden om die ervaringskant van het geloof te bevorderen.”

Noordzij is zenuwarts in ruste. Hij heeft medicijnen gestudeerd en psychologie. In het kader van zijn psychotherapeutische opleiding heeft hij in 1946 en 1947 in in Zürich leertherapie gevolgd bij Carl Gustav Jung en dr. C. A. Meier. Hij heeft gewerkt als psychotherapeut, was scheepsarts op het hospitaal-kerkschip 'De Hoop' en leidde in de woelige jaren zestig tot 1971 het inmiddels opgeheven psychiatrische ziekenhuis Santpoort.

Toen hij, gedwongen door gezondheidsproblemen, zijn arbeidzame leven moest opgeven, trok hij zich terug op Vlieland. Daar greep hij de kans zich verder te verdiepen in een terrein dat altijd al zijn grote belangstelling had gehad, namelijk het grensgebied tussen religie en geesteswetenschappen.

“Het boek van professor Rümke 'Karakter en aanleg in verband met het ongeloof' heeft in mijn studententijd mijn interesse gewekt voor het verband tussen godsdienst en psychologie. Bij Jung is die belangstelling geactiveerd, met name door de geesteswetenschappelijke kant van de jungiaanse psychologie.”

Bevindelijk

Dr. Noordzij is opgevoed in een hervormd gezin, werd in zijn studententijd gereformeerd en koos uiteindelijk de christelijke gereformeerden, omdat hij bij de synodalen de bevindelijkheid, de ervaringskant van het geloof, miste. Hij vond de synodaal gereformeerden te rationeel, te veel op het hoofd gericht en te weinig op het hart. Ook oosterse godsdiensten hebben al lang zijn warme belangstelling. “Ik ben in China geweest en meermalen in Japan. Ik heb er tempels bezocht. En ik las al in mijn school- en studententijd veel over oosterse religies en filosofie. De Japanse dichtkunst interesseert me, Zen, judo.” Een boekje van Alan Watts, 'The spirit of Zen', gaf voor Noordzij de doorslag om ook praktisch met Zen door te gaan. Onder andere op de Tiltenberg in Vogelenzang heeft hij vele sesshins meegemaakt - langdurige meditatietrainingen. Daarin heeft hij zich onder leiding van christelijke en boeddhistische meesters de - van oorsprong Zen-boeddhistische - objectloze meditatie eigen gemaakt, die ook in zijn proefschrift een belangrijke rol speelt.

Uiteindelijk is het de zogenaamde Abcouder gesprekskring geweest, waarin mannen en vrouwen uit diverse wetenschappelijke en maatschappelijke disciplines met elkaar van gedachten wisselen, die heeft geleid tot Noordzijs besluit een proefschrift te wijden aan zijn grote hobby.

“Om de beurt hielden wij in de Abcouder kring een inleiding over maatschappelijke, ethische, theologische en psychologische onderwerpen. Mede naar aanleiding van een inleiding van mij over theologische onderwerpen vroeg psycholoog prof. C. Sanders mij of ik aan de VU gastcolleges wilde geven in de cursus 'Psychologie en religie'. Dat was in 1983. Han de Wit deed daar ook aan mee. In die tijd hadden we het al over de contemplatieve psychologie. De Wit benaderde het onderwerp vanuit een boeddhistische visie, ik vanuit de christelijke traditie.”

Prof. Sanders werd een van Noordzijs promotoren. In de laudatio die hij bij de promotie uitsprak, noemde hij Noordzijs dissertatie “niet alleen een voortreffelijk wetenschappelijk geschrift, maar tegelijk vrucht van een lang persoonlijk proces van bewustwording van het wezenlijke der dingen - om met de evangelist Lucas te spreken - 'waarin wij onderwezen zijn' ”.

In zijn studie doet Noordzij twee dingen. Hij geeft een psychologische beschrijving van de spirituele ontwikkeling van de religieuze mens. En hij reikt een methode aan om de spirituele ontwikkeling te bevorderen.

De keuze van een mens om het spirituele pad op te gaan begint soms geleidelijk, soms met een ingrijpende ervaring. Dat kan een geestelijke crisis zijn, het verlies van een vertrouwd godsbeeld of zin gevend wereldbeeld, ook verlies van materieel houvast, van een werkkring, een geliefde persoon, een ziekte, een diep ingrijpende ontmoeting, een boek, een indringende preek, een gevoel van innerlijke disharmonie.

Wezenlijk hierbij is dat men ervaart dat de ideeën die men had over de werkelijkheid, niet meer kloppen met de existentiële ervaring van die werkelijkheid. Er is een discrepantie ontstaan tussen onze ideeën over en ervaring van de werkelijkheid - onszelf, de ander, God.

De volgende fase is die van de losmaking. Het oude concept waarmee wij ons hadden geïdentificeerd, voldoet niet meer en moet daarom losgelaten worden, overigens met alle gevoelens van leegte, verlies, onzekerheid en angst waarmee dat gepaard kan gaan. “Wij bekleden de werkelijkheid met allerlei ideeën. Door steeds weer opnieuw de concepten, constructen, zelf- en godsbeelden die niet meer kloppen met de ervaren werkelijkheid los te laten onthullen we stukje bij beetje die werkelijkheid. Onze kennis gaat zo een steeds holistischer karakter dragen en het 'kennen ten dele' vervangen.” Anders gezegd: op de spirituele weg verandert de werkelijkheidsbeleving van de mens. “Dit brengt een voortdurende transformatie mee van zelfbehoud - door identificatie met concepten - naar het pijnlijke proces van loslaten en overgave aan het nog onbekende. Eigenlijk”, vervolgt Noordzij, “kun je de psychologie van de spirituele ontwikkeling, zoals ik die beschrijf, een 'negatieve' psychologie noemen. Het is een psychologie die de blokkades wil slechten, die de weg naar de ervaring barricaderen. In plaats van het scheppen van nieuwe religieuze theorieën, gaat het er juist om bestaande beelden en voorstellingen los te laten en zo de weg vrij te maken voor de directe ervaring.”

Godsbeeld

De protestantse kerken, denkt Noordzij, hoeven hun godsbeelden, theologische concepten en dogma's niet te verwerpen, maar ze moeten er wel anders naar kijken en anders mee omgaan. Door al het denken en praten over God en het geloof is het de poort naar een direct ervaren van God en geloof verstopt geraakt.

Spirituele ontwikkeling kan voor een christen nooit een doel op zichzelf zijn, weet Noordzij. “Doel is de merkwaardige wederkerigheid van Godskennis en zelfkennis te ervaren en - onder beding van genade - te intensiveren en te verruimen.” Daarom ook is een psychologische benadering van de spirituele ontwikkeling van de mens gerechtvaardigd, vindt hij. “De 'grote geboden': God liefhebben en de naaste als jezelf, impliceren een nauwe samenhang tussen grondige en reële kennis van jezelf en aanvaardend liefhebben van de ander.”

Ook Calvijn laat zich hierin niet onbetuigd. Het eerste hoofdstuk van de Institutie van Calvijn heeft als titel: “Dat er een samenhang is tussen de kennis van God en van onszelf.” En de tekst begint als volgt: “De gehele hoofdsom van onze wijsheid bestaat in twee delen: de kennis van God en de kennis van onszelven. Omdat deze beide onder elkander met vele banden verbonden zijn, is het niet gemakkelijk te onderscheiden welke van deze beide de eerste is.”

Een spirituele ontwikkeling zoals hier bedoeld betekent voor een christen een weg van voortdurend vernieuwen en loslaten. Maar die weg is (levens)lang en vol valkuilen en belemmeringen. De grootste valkuil is de behoefte van de mens zich steeds weer opnieuw te hechten, te identificeren, zelfs met zijn spirituele ervaringen, terwijl hij juist moet leren doorzien en de-identificeren. Na een paar eerste stappen kan een mens gemakkelijk weer vastraken, omdat hij zich, onder invloed van bepaalde theologische opvattingen of religieuze stromingen, tijdelijk opnieuw gaat vereenzelvigen met een nieuw wereldbeeld, zelfbeeld of Godsbeeld. Noordzij waarschuwt: idealen, heilige personen, heilige schriften zijn richtingwijzers, niet minder dan dat, maar ook niet meer. Algehele identificatie met ideeën kan bovendien tot fundamentalisme leiden op psychologisch, politiek of godsdienstig vlak.

Instrument

Noordzij biedt in zijn studie een instrument dat valkuilen helpt vermijden, namelijk de uit het Zen-boeddhisme afkomstige 'objectloze meditatie'. In deze vorm van meditatie mediteert men niet over de natuur, bijbelse personen, gebeurtenissen of over het eigen innerlijk leven. In de objectloze meditatie kan er van alles in de mens opkomen: beelden, gedachten, gevoelens. De kunst is echter niet stil te staan bij die beelden en gedachten, maar ze zonder commentaar toe te laten en ze vervolgens los te laten, te laten passeren. Losgemaakt uit de boeddhistische context is deze methode niet strijdig met het theïstische, christelijke perspectief, stelt Noordzij. In de meditatie laat de mens ego-gebonden concepten los. Maar hij doet directe zelfkennis op, door duidelijk waarnemen, aanvaarden, onderkennen en onbecommentarieerd toelaten van wat wordt ervaren, gedacht en gevoeld. Het is leren luisteren, opmerken en steeds minder geblokkeerd worden door aangeleerde cognitieve schema's.

Noordzij legt een direct verband tussen de 'ontlediging' oftewel 'het zich leeg maken' tijdens de meditatie en de 'kenoosis' waarover Paulus spreekt in zijn brief aan de Philippenzen (2: 5-8): “Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en den mensen gelijk geworden is.”

Imitatio

Zelfovergave van de christen die zich bij het gaan van de spirituele weg oriënteert op de figuur van Jezus Christus, is dus ook 'navolging', 'imitatio Christi'. En een dieper ingrijpende manier dan uiterlijke navolging in de zin van pogingen tot imitatie. Want wie even vlekkeloos wil zijn als Jezus, neurotiseert: hij vergroot in zichzelf de gespletenheid tussen goed en kwaad, licht en donker, door verdringing van zijn schaduwzijden.

Het methodisch omgaan met religieuze ervaringen door middel van geestelijke oefeningen wordt in reformatorische kring nog steeds gezien als een vorm van 'zelfverlossing' en wordt daarom in strijd geacht met het uitgangspunt dat met 'sola gratia', door genade alleen, tot Godservaring kan komen. Ook die hindernis is voor Noordzij slechts een schijnbare. De christelijke traditie kent de noodzaak van bekering en wedergeboorte: de afsterving van de oude mens en de opstanding van de nieuwe mens. Het is duidelijk, stelt Noordzij, dat deze niet buiten de mens kan omgaan noch dat de werking van de Heilige Geest, 'die tot in de binnenste delen des mensen doordringt', buiten de psyche kan omgaan. Gezien de opdracht tot bekering mogen psychologische methoden dan ook in 'de weg der middelen' een legitieme 'preparatio' worden geacht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden