InterviewGgz

Psychiatrisch patiënten willen méér ruimte voor spiritualiteit in hun behandeling

Samen bidden met een verpleegkundige: ook in de niet-christelijke geestelijke gezondheidszorg bestaat daaraan behoefte. Beeld Nanne Meulendijks
Samen bidden met een verpleegkundige: ook in de niet-christelijke geestelijke gezondheidszorg bestaat daaraan behoefte.Beeld Nanne Meulendijks

Samen bidden in de ggz-kliniek: klinkt raar, maar patiënten blijken wel degelijk behoefte te hebben aan méér spiritualiteit in de behandeling, blijkt uit nieuw onderzoek.

Rianne Oosterom

Religie is een collectieve dwangneurose. Deze beroemde woorden van psychoanalyticus Sigmund Freud echoden lange tijd door de vele gangen van psychiatrische instellingen. Religie of spiritualiteit in brede zin hebben sindsdien niet echt een plek in de behandelingen die dagelijks worden gegeven aan duizenden psychiatrisch patiënten in Nederland.

Maar er is iets aan het verschuiven, constateert arts-onderzoeker Joke van Nieuw Amerongen-Meeuse. Voor haar proefschrift, dat ze vorige week verdedigde aan de Universiteit voor Humanistiek, vroeg ze patiënten naar hun behoeftes op dit gebied. Willen ze samen bidden? Verlangen ze een hulpverlener met dezelfde levensbeschouwelijke opvattingen?

En, wat heeft u ontdekt over de spirituele en religieuze behoeftes van ggz-patiënten?

“Bij de christelijke instellingen willen heel veel patiënten dat spiritualiteit onderdeel is van de behandeling – logisch ook. Maar in de reguliere instellingen heeft ook meer dan de helft behoefte aan gesprekken over spiritualiteit tijdens klinische opnames of dagbehandeling, en een kwart staat helemaal niet afwijzend tegenover samen bidden met een verpleegkundige. Ik had niet per se een percentage in gedachten toen ik aan dit onderzoek begon, maar ik vond deze uitkomsten wel verrassend. Het is dus serieus de moeite waard om over de rol van spiritualiteit in de ggz na te denken.”

Heeft u wat voorbeelden, hoe zien de patiënten spiritualiteit in de ggz voor zich?

“Verrassend veel patiënten geven te kennen – juist ook in de niet-christelijke ggz-instellingen – dat ze behoefte hebben aan een behandelaar met dezelfde levensbeschouwing. Daarnaast heeft een deel gewoon behoefte aan gesprekken met hun behandelaar over spiritualiteit. Zo gaf een patiënt bij Altrecht aan dat zij twijfelde over haar geloof in God en een gemeenschap zocht om bij aan te sluiten. Dat lukte haar niet zelf, daar wilde ze graag hulp bij ontvangen. Ook zijn er mensen die graag willen praten over de samenhang tussen hun psychische klachten en spiritualiteit, bijvoorbeeld als God ver weg voelt tijdens een depressie, of als je bovennatuurlijke zaken ervaart tijdens een psychose.”

U heeft diepte-interviews gecombineerd met een vragenlijstonderzoek, waaraan in totaal 200 patiënten meededen. Kunt u daaraan wel conclusies verbinden voor de hele ggz?

“Ik denk dat de groep christelijke patiënten die meedeed een goed beeld geeft van hun behoeften, omdat die tak van de ggz ook kleiner is. Als het gaat om de reguliere ggz is het lastiger te zeggen. De kans is aanwezig dat er meer mensen met interesse in het onderwerp meededen, wat ervoor zorgt dat de behoefte aan spiritualiteit ook hoger is in de uitkomsten. Ik heb geprobeerd dat effect zo klein mogelijk te houden door VVV-bonnen aan te bieden als beloning voor deelname en actief patiënten te benaderen om mee te doen.”

U schrijft dat er niet alleen bij patiënten, maar ook in de ggz zelf toenemende belangstelling is voor religie en spiritualiteit. Waarin ziet u dat?

“In de reguliere ggz is er veel bezuinigd op dit vlak: geestelijk verzorgers hebben heel weinig uren. Een uurtje ‘zingeving’ in de kliniek waar ik onderzoek deed, werd bijvoorbeeld al gauw weer geschrapt. Tegelijkertijd interviewde ik hulpverleners die beschrijven hoe de houding ten opzichte van spiritualiteit is veranderd. Die zeggen dat er inmiddels gekeken wordt naar spiritualiteit als mogelijk ondersteunend bij het herstel van mensen, in plaats van een ziekmakend iets – zoals vroeger ook wel gedacht werd. Sowieso zie je in de gehele gezondheidszorg dat er meer naar de individuele mens wordt gekeken: daarin past ook oog voor spiritualiteit. Al sinds enige jaren maakt zingeving onderdeel uit van de de definitie van gezondheid.”

Maar volgens u kan het meer?

“Jazeker! Natuurlijk moet de ggz inzetten op het bestrijden van ziektesymptomen, maar meer aandacht voor spiritualiteit en religie kan een gunstig effect hebben op het verloop van de behandeling, blijkt uit mijn onderzoek. Daarnaast raakt het aan fundamentele vragen die eigenlijk onontkoombaar zijn voor mensen met psychische problemen, zoals een depressie: want waarvoor kom je eigenlijk je bed uit?”

Lees ook:

Langdurig psychotische patiënten kunnen wel degelijk herstellen

Ze blijven misschien lang in de ggz, maar het idee dat patiënten met langdurige psychotische klachten amper herstellen, klopt niet, blijkt uit een grote Nederlandse studie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden