Psychiater, moeder en dan pas dichteres

(Trouw)

Vanwege de vier bundels die ze schreef, wordt Vasalis in ons land nog steeds op handen gedragen. Maar het privéleven van de dichteres en psychiater bleef altijd een mysterie. In haar langverwachte biografie werpt Maaike Meijer daar eindelijk licht op.

De Nederlandse poëziegeschiedenis gaat al decennia lang gebukt onder een raadsel dat Vasalis heet. Waarom stopte de dichteres – vermaard om regels als ’Ik droomde dat ik langzaam leefde/ langzamer dan de oudste steen’ – na drie succesvolle bundels met publiceren? Waarom liet ze haar intimi geloven dat ze de vele tientallen gedichten die ze nog in portefeuille had het liefst zou vernietigen? En waarom werkte ze dan toch tot aan haar dood aan een vierde bundel die ze nadrukkelijk plande als een postuum opus?

Raadsels roepen vanzelf verklaringen op. Een veel gehoorde speculatie luidt dat Vasalis zich aan het begin van de jaren vijftig verdrongen voelde door het verbale geweld van dichters als Lucebert, Kouwenaar, Elburg en Schierbeek, de experimentele voorhoede die naar het woord van haar boezemvriend Bertus Aafjes als een tweede SS de Nederlandse literatuur binnengemarcheerd was. Het gerucht werd gevoed door een polemisch stuk waarmee Vasalis anno 1954 afstand nam tot de Vijftigers. Dat ze het naderhand herriep maakte nauwelijks indruk. Inmiddels weten we dat ze Lucebert enorm bewonderde en dat ze, kijkend door een Vijftigerbril, letterlijk de pest had aan haar eigen werk.

Volgens Maaike Meijer, die een dezer dagen haar langverwachte Vasalisbiografie presenteert, ligt het zwijgen van de tot op heden uiterst populaire dichteres een stuk genuanceerder. Allereerst is daar de molensteen van een welhaast destructieve zelfkritiek. Vasalis schreef haar gedichten bijna steeds in een bevlieging. Ontwaakt uit de scheppingsroes was ze aanvankelijk tevreden met het resultaat, maar hoe nuchterder ze werd, des te meer geneigd ze was om er het mes in te zetten. Als het niet ’kersvers’ bleef, deugde het niet.

’Kersvers’ is geen loze term, maar het sleutelwoord waarmee Vasalis haar eigen productie goedkeurde of afwees. Meijer laat zien hoe het gevoel dat ermee gepaard ging wortelde in Vasalis’ herinnering aan een uiterst gelukkige jeugd. Waar het cliché wil dat een ongelukkige kindertijd de goudmijn is waaruit een schrijver naar hartelust kan delven, daar zag Vasalis haar harmonieuze, naar vooroorlogse begrippen onburgerlijke en tamelijk vrije opvoeding juist als een handicap. Ze meende zelfs dat haar succesvolle start als dichter niets anders was dan een voortgezette puberteitsdroom. Zodra ze de volwassenheid deelachtig was geworden, voelde ze zich beroofd van haar bronnen, die ze associeerde met de geliefde moeder en de niet minder geliefde Scheveningse Noordzeekust. Het is verleidelijk om hier versregels aan te halen die tot de meest geciteerde uit Vasalis’ toch al rijkelijk geplunderde oeuvre horen: ’niet het snijden doet zo’n pijn, / maar het afgesneden zijn’.

Romantisch als ze was idealiseerde Vasalis niet alleen haar paradijselijke jeugd, maar vrijwel alles wat de grenzen van de alledaagsheid te buiten ging: de roes van de verliefdheid en van de drank, de ontzagwekkende en fascinerende wereld van de waanzin waarmee ze als psychiater te maken kreeg, en zelfs de dood waarnaar ze regelmatig zei te verlangen. Toen ze zich met het klimmen der jaren steeds meer ingesponnen wist in de taaie draden van de normaliteit, als een tweede Gulliver onder de Lilliputters, verstikte dat de scheppende impulsen, met verdorring als gevolg.

Er is ook een andere kant. Vasalis mag de creativiteit, die ze op latere leeftijd zo smartelijk miste, dan hebben beschouwd als een gave die is voorbehouden is aan de jeugd, dat ze op de helft van haar leven de harp aan de wilgen hing, kan ook worden uitgelegd als een teken dat ze naar haar overtuiging alles had gezegd wat er te zeggen viel.

Er is één verklaring voor Vasalis’ voortijdig terugtreden uit de literaire arena die Maaike Meijer wel op een presenteerblaadje aanbiedt, maar toch niet expliciet benoemt. ’Kiek’, zoals Vasalis voor eigen kring (en nu ook voor haar biografe) heette, was uit volle overtuiging een toegewijde echtgenote en moeder, een liefhebbende dochter, een loyale vriendin en een gewetensvolle, plichtsgetrouwe en zeer deskundige psychotherapeute. Het vergt niet al te veel begrip om te zien dat ze in al die rollen een excuus zag om maar vooral niet met de poëzie bezig te zijn, temeer daar ze het dichten niet opvatte als een kwestie van noeste arbeid, maar als iets wat je domweg overkwam. Ontbrak de inspiratie, dan was er ook geen poëzie. En die inspiratie droogde op naarmate de bron verder buiten bereik kwam.

Het is een verdienste van deze Vasalisbiografie dat er zo’n sterk accent op het creatieve proces wordt gelegd. Maaike Meijer, die al een kwart eeuw geleden aandacht vroeg voor de mystieke kant van Vasalis’ werk, is beslist de ideale biografe. Maar er is ook wel het een en ander dat in dit ruim bemeten boek hindert, bijvoorbeeld Meijers neiging om de dichteres Vasalis een weg te wijzen (naar een leidinggevende rol in de naoorlogse literatuur bijvoorbeeld) die Kiek Leemans zelf niet wilde gaan. Of de nog hinderlijker behoefte om de dichteres in bescherming te nemen tegen haar critici, alsof ze het zelf niet afkon. En dan zwijg ik nog maar van de opsommerige gastenboeken die Meijer bijhoudt ten aanzien van iedereen die bij de familie Droogleever Fortuyn-Leemans over de vloer kwam.

Wel staat tegenover deze minpunten enorm veel positiefs: het overtuigende beeld van Vasalis’ tweespalt, de inzicht biedende interpretatie van werk en leven, en de royale citaten uit de aantekeningen die Vasalis in de laatste decennia van haar bestaan bijhield. Die notities werden vastgelegd met het vage voornemen om er ooit nog eens wat mee te doen. Als je ze nu leest, betreur je het diep dat daar nooit wat van gekomen is.

(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden