Psyche onder constructie

Na een paar jaar relatietherapie werd Robert van Dijk doorverwezen voor psychoanalyse. Aarzelend en toch ook nieuwsgierig naar deze met uitsterven bedreigde therapievorm, nam hij plaats op de klassieke sofa.

Psychoanalyse is voor mij geen bewuste keus geweest; ik ben er ingerold. Jarenlang had ik relatietherapie gehad, maar inmiddels had ik geen relatie meer, dus die therapie was net zo zinloos geworden als een kijkoperatie in een geamputeerd been. Het was tijd voor iets anders en mij werd ene Mirjam aangeraden.

Aanvankelijk hadden de sessies met Mirjam de vorm die ik gewend was: gewoon één uur per week je hart luchten, nu en dan onderbroken door een kritische vraag van haar of een zelfinzicht van mij. Maar een paar weken en een aantal doosjes Kleenex verder, stelde ze voor de diepte in te gaan; van psychotherapie over op psychoanalyse, haar core business. Wat het precies zou inhouden legde ze liever niet uit, het zou beter zijn er blind in te stappen. Of ik dit in overweging wilde nemen.

Blijkbaar vond ze mij beslissingsbekwaam genoeg. Ikzelf niet. Hoewel ik op straat inmiddels weer normaal antwoord kon geven op de vraag "Hé, hoe is-ie?" ("Ja, goed en met jou?"), had ik nog geen idee van wat te beginnen met mijn nieuwe leven als single. Maar ik dacht: ik ben veertig, laat ik voor een grondige apk gaan. Ik stelde me voor hoe ik alle onderdeeltjes van mijn karakter uit elkaar haalde, zoals ik mijn kinderen dat zie doen met ingestorte Legobouwwerkjes. Als ik mijn egobouwwerkje dan weer in elkaar zette, zou ik waarschijnlijk wel wat constructiefoutjes ontdekken waar ik mijn voordeel mee kon doen.

Van wat psychoanalyse behelst, had ik slechts een vage notie. Iets met Freud, Traumdeutung en het belang van de kindertijd. Maar ik wist dat ik illustere voorgangers had als Hans Andreus, Sylvia Plath en Woody Allen, een rijtje namen waar ik als schrijver maar wat graag in thuis wilde horen. Psychoanalyse zou vast goed zijn voor mijn ego.

Concreet betekende het dat ik 's morgens vroeg - psychoanalyse werkt volgens Mirjam alleen goed als je er de dag mee begint - vier keer per week een uur lang als een Sylvia Plath op de divan zou liggen, mijn gezicht naar het plafond en schuin achter mij het geluid van vulpen op papier.

Toen ik de afspraken in mijn agenda noteerde, besefte ik pas de consequenties. Ik zou mijn kinderen moeten wekken in plaats van zij mij, ik zou ze moeten aankleden, terwijl het buiten nog donker en koud is. Ik zou iemand moeten vinden om ze naar school te brengen. "Een buurvrouw", suggereerde Mirjam. Maar ik was net verhuisd naar een appartementje in de binnenstad, waar niemand elkaar wilde kennen. "Een nanny dan", stelde Mirjam voor. Nee, ik wilde mijn kinderen juist zelf naar school brengen. Ze hadden liefde en geborgenheid nodig, niet een vreemde mevrouw die hun tanden komt poetsen. (Misschien overschatte ik hun behoefte aan mij, maar ik kocht graag met vaderliefde wat van het enorme schuldgevoel af dat ik na mijn scheiding op mijn schouders had genomen.)

En hoe lang duurt psychoanalyse eigenlijk? "Dat is niet te zeggen", zei Mirjam, maar ik herinnerde me hierover een opmerking uit de Amerikaanse serie 'Mad Men'. Wanneer de vrouw van Don Draper zich afvraagt hoe psychologen bepalen wanneer patiënten genezen zijn, antwoordt hij: "When their vacation house is paid for."

Dus zei ik nee tegen psychoanalyse, hopende dat Mirjam het wel zou begrijpen. Maar haar antwoord was: "Dit noemen wij vermijding." Het maakte me vreselijk kwaad. Alsof een alzheimerpatiënt die niet aan de voorgestelde testjes mee wil doen, van de neuroloog te horen krijgt: "U kunt er helaas niet meer onderuit, u bent het misschien vergeten, maar we hebben al een afspraak gemaakt." De kwalificatie 'vermijding' maakte me monddood, ik was geen volwaardige gesprekspartner meer.

Ik had ook kunnen denken: het maakt me niet uit hoe jullie het noemen, ik heb er gewoon geen trek in. De reden waarom ik die onmacht voelde, was dat ik het serieus nam. Ik gaf haar het voordeel van de twijfel en dacht: ik ben vermijdend, dus zwak als ik niet in analyse ga. Ik liet niets blijken van mijn woede, appte wat vriendinnen of ze mijn kinderen dan en dan alsjeblieft konden opvangen en pakte de volgende ochtend vroeg de trein naar haar praktijk.

Ik wist toen niet dat ik overstapte op een therapievorm die heden ten dage verre van courant is. Psychoanalyse maakt in Nederland geen deel uit van de opleiding psychologie, laat staan van de opleiding

psychiatrie. Sinds 2010 wordt psychoanalyse niet meer vergoed. De reden hiervoor is dat de psychoanalytische theorie, methode en behandeling niet wetenschappelijk te toetsen is. Er is geen bewijs dat het werkt en in de geestelijke gezondheidszorg wil men behandelingen die evidence-based zijn. Freud zelf heeft in 1895 gepoogd zijn psychologisch model biologisch te funderen, maar moest toen vaststellen dat de neurowetenschap daar nog niet toe in staat was. De psychoanalytici na hem hebben nauwelijks moeite gedaan aansluiting te zoeken bij de wetenschap. Wel duiken veel psychoanalytische elementen op bij de huidige psychodynamische psychotherapie, een therapievorm die minder geïsoleerd is en beter aansluit bij de huidige ggz-cultuur, met name doordat de behandelduur korter is en de doelgroep specifieker geselecteerd, denk aan persoonlijkheidsstoornissen, angsten, lichte depressies.

In een psychoanalytische sessie krijgt de patiënt alle gelegenheid om te zeggen wat er in hem omgaat. Van psychoanalyticus Ernest Jones is bekend dat hij slechts twee dingen zei tegen zijn patiënten: 'goedemorgen' en 'tot ziens'. Tussen die twee uitspraken is de patiënt aan het woord en het is aan hem om door vrije associatie zelf zijn weg te vinden, elke hulp van de therapeut is uit den boze.

Maarten van Buren wees in een lezing op de analogie met het taoïstische Wu Wei: de therapeut doet door niet te doen. En hoewel de opvatting dat de psychoanalyticus afwachtend en zwijgzaam moet zijn achterhaald is, is een patiënt in analyse inderdaad erg vrij. Mijn therapeute zei: de enige twee regels hier zijn: a) het meubilair blijft op zijn plaats en b) we raken elkaar niet aan. Deze enorme vrijheid maakt psychoanalyse niet voor elke patiënt geschikt. De gemiddelde psychopaat gaat niet vrijwillig op een divan liggen om zich al pratende af te vragen: wat voel ik nou echt? En onvrijwillig trouwens ook niet. Psychoanalyse zou vooral effectief zijn voor neurotische patiënten met een getraind introspectievermogen. Maar ook voor hen kan de immense vrijheid ronduit bedreigend zijn. Of, om Kierkegaard aan te halen: 'Angst is de duizeling van de vrijheid.'

Ook mij viel het niet mee daar te liggen. Wat moest ik zeggen? Ik had gehoord dat psychotherapeut Govert Jan Bach weleens muziek van zijn naamgenoot opzette als 'losmaker', maar zo niet tijdens mijn sessies. Mirjam zette de ondraaglijke stilte van een buitenwijkje in Het Gooi als effectieve verhoormethode in. Liefst zou ik meteen mijn misdaden bekennen in ruil voor strafvermindering. Maar wat wilde deze geheim agent horen?

Toen ik haar dit een keer onomwonden vroeg, antwoordde ze met een quote van de Britse psychoanalyticus Wilfred Bion, die stelt dat je als therapeut 'free from memory and desire' moet zijn. Hij bedoelde dat zodra je als therapeut iets wenst voor je patiënt, hij dat merkt, hij voelt zich dan onderdeel van een behandelplan en het verlangen van de therapeut wordt voor de patiënt impliciet een dringend verzoek. Toch was dit exact wat er gebeurde.

Onbewust had ik de rollen omgedraaid: zij zat daar niet voor mij, ik lag daar voor haar. Er trad een zogenoemde protoprofessionalisering op. Om haar tegemoet te komen ging ik over mezelf praten in termen van de psychoanalyse. Ik noemde mezelf 'neurotisch' en haalde jeugdherinneringen op. Over toen ik acht was bijvoorbeeld. Toen ging ik stiekem naar de wc op het moment dat de schoolfotograaf de klas op de kiek zette. Maar was dat niet eigenlijk omdat ik naar aandacht hunkerde? Ik hengelde naar de emoties achter mijn emoties en vertelde alles over mijn droomleven, terwijl ik me nooit iets slaapverwekkenders had kunnen voorstellen dan het relaas van dromen.

Doordat ik van Mirjam zo weinig terugkreeg, werd dat weinige voor mij des te betekenisvoller. Een zucht, een instemmend of verbaasd 'hm', het gekras van haar vulpen. Uit haar subtiele reacties kon ik opmaken welke onderwerpen bruikbaar waren en daar ging ik dan wat dieper op in. Psycholoog Douwe Draaisma noemt een psychoanalyticus in 'De dromenwever' dan ook 'een zeiler die blaast in zijn eigen zeil'.

Er waren heus dagen bij dat de sessie voelde als een uurtje zwemmen; lekker even alle denkspieren losmaken voor je an die Arbeit gaat. Maar steeds vaker kwam het gesprek op de therapie zelf. Blijkbaar vocht mijn woede zich een weg naar buiten en wilde ik mijn vermijding ter sprake brengen. Waarom lag ik eigenlijk hier, vroeg ik mij af. Was ik wel een patiënt? Was ik ziek? "Ik voel geen lijdensdruk, dus deze therapie heeft eigenlijk geen zin", opperde ik. "Maar je bent ook in leertherapie; je hoeft niet ziek te zijn om er baat bij te hebben. Je kunt het ook omdraaien: wie hier komt is patiënt", antwoordde Mirjam dan. Zo ging dat maar door.

Toen ik voor werk een weekje naar het buitenland moest, besefte ik hoe opgelucht ik was even niet naar therapie te hoeven. Ook al waren we pas luttele weken bezig, ik was het meer dan zat. Bij de eerstvolgende afspraak ben ik gaan zitten in plaats van liggen en heb ik keurig geluisterd naar haar weerwoord. In de dagen erna belde ze nog een keer en mailde ze nog een keer hoe jammer ze het vond, dat ik zo'n prettige analysant was en dat ik altijd bij haar terug kon komen, mocht ik dat willen. Wilde ik zelfs niet terug naar de 'gewone' gesprekstherapievorm? Nee, het was uit.

In een interview met Bram Bakker zei Irvin D. Yalom (een van de bekendste psychiaters ter wereld): "Die 700 uur psychoanalyse die ik zelf in een paar jaar onderging, beschouw ik nu als verspeelde tijd. Bullshit." Dat gevoel had ik ook. Je zou zelfs kunnen stellen dat ik voor Mirjam in psychoanalyse was gegaan, gewoon om haar te pleasen.

Maar was dit pleasen niet een prototypisch staaltje van 'overdracht'? Projecteerde ik hier niet de wensen, gevoelens en oordelen die verbonden zijn met de belangrijke figuren uit mijn verleden op mijn therapeut? Misschien ben ik te snel gestopt. Misschien heb ik de oven te vroeg geopend tijdens het bakken van de cake en is alles ingestort. Wie zal het zeggen? Tegenover uitspraken als die van Yalom, zullen er altijd expert-opinions zijn als deze van Woody Allen: "Psychoanalysis is like music lessons, for five years you do not notice any progress and suddenly you can play the piano." Ik heb me erbij neergelegd; ik zal nooit piano kunnen spelen.

De naam Mirjam is gefingeerd. Haar echte identiteit is bekend bij de redactie.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden