PSV toont meer inhoud dan Ajax

PSV-middenvelder Bakkal steekt zijn duim op na het scoren van zijn winnende treffer. Afellay viert met hem mee. (FOTO VINCENT JANNINK, ANP) Beeld ANP
PSV-middenvelder Bakkal steekt zijn duim op na het scoren van zijn winnende treffer. Afellay viert met hem mee. (FOTO VINCENT JANNINK, ANP)Beeld ANP

In de eerste topper van de nieuwe competitie, spannend doch kwalitatief mager, won PSV met 4-3 van Ajax, dat veel leek op de ploeg van vorig seizoen.

In de onderlinge strijd van wat de gevestigde orde in de Nederlandse voetbaltop zou moeten zijn, werd de eerste klap gisteren uitgedeeld door de vorig seizoen diep gevallen kampioen. Op zijn jacht naar rehabilitatie na een mislukt seizoen zette PSV een stapje voorwaarts tegen uitgerekend Ajax, dat in een vergelijkbaar proces geen tekenen van structurele verbetering vertoonde.

De 4-3 zege kwam PSV toe als verreweg de meest ondernemende ploeg in de eerste topper van het nieuwe seizoen, die zich op uiteenlopende manieren liet analyseren. Een bewogen en levendige middag was het zeker in Eindhoven, waar ook enkele fraaie doelpunten te bewonderen vielen. Maar tevens kon niet voorbij worden gegaan aan het gebrekkige technische peil over de gehele linie, dat (opnieuw) symbolisch mocht heten voor de afkalving van het nationale clubvoetbal.

Met enig recht had PSV-trainer Rutten daaraan even geen boodschap. Na twee gelijke spelen werd een cijfermatige terugval in dit vroege stadium voorkomen door PSV, dat gaandeweg geestdrift en veerkracht als voornaamste wapens in de strijd wierp. De winnende ploeg toonde in zowel mentaal als fysiek opzicht meer inhoud dan Ajax, dat in de tweede helft de adem werd afgesneden.

De Hongaar Dzsudzsak, de onbetwiste uitblinker met twee doeltreffende vrije trappen en een assist, kreeg in die fase steun van de accelererende middenvelders Afellay en Bakkal, die eveneens tweemaal doel trof. Ze gaven daarmee bovenal de nieuwe Ajax-coach Jol een pijnlijk signaal. Jol stelt zich voorlopig vooral ten doel het bijna per traditie onevenwichtige Ajax te verstevigen, maar ook met de daartoe onlangs aangetrokken De Zeeuw bezweek de middenlinie gisteren bij toegenomen weerstand.

De Zeeuw zelf, timide als voorheen toch ook al vaker bij AZ, deinsde terug voor PSV-aanvoerder Simons en in zijn nabijheid vervaagde ook het veronderstelde Belgische talent Vertonghen, met zijn geringe actieradius en zware motoriek. Eén linie achterwaarts doorstond een andere speler die Ajax meer kracht zou moeten bezorgen, zijn eerste test niet. De Kameroener Atouba, een vooralsnog bepaald niet wedstrijdfitte verdediger met gekende wilde Afrikaanse trekjes, zakte na rust door zijn hoeven.

Zo leek Ajax toch weer in menig opzicht op de ploeg van het vorige seizoen: defensief kwetsbaar en daardoor én bij gebrek aan vloeiende patronen in hoge mate afhankelijk van topschutter Suarez, die gisteren de eerste en tweede Ajax-treffer op zijn naam kon schrijven. Maar óók werd onderstreept dat (opnieuw) niet alle heil van de Uruguayaanse aanvaller mag worden verwacht. Trainer Jol wees er fijntjes op dat Suarez de kans op een mogelijk voortijdige beslissing bij 0-1 had laten liggen door niet voor een degelijke afronding te kiezen.

Met een gecompliceerd boogballetje had hij doelman Isaksson de mogelijkheid verschaft zich enigszins te herstellen na diens blamerende eerste schreden. Isaksson had het openingsdoelpunt van Suarez ingeluid door de bal knullig van zijn voet te laten springen en dat bleek, tekenend ook voor het algehele niveau, bepaald niet de enige geschonken treffer van de middag. Zo kon Suarez later simpel toeslaan na zwak positioneel weerwerk van PSV’s centrumverdedigers Salcido en Ooijer.

Mede daardoor liep het aantal tegendoelpunten voor PSV gisteren al op tot zeven. Coach Rutten sloot zijn ogen daar niet voor, in het besef dat hem ondanks de ook morele zege van gisteren nog veel werk wacht. Collega Jol kan er in zijn nabespreking op wijzen dat Bakkal bij diens doelpunten ongedekt in het strafschopgebied kon opduiken en ook de aanleiding tot de eerste rake vrije trap van Dzsudzsak leerde veel over de vooralsnog onverminderde tekortkomingen van Ajax.

Enoh en Vertonghen toonden een gebrek aan slimheid door Lazovic in een nog allerminst dreigende situatie gezamenlijk tegen de grond te werken. Aan hetzelfde euvel konden de vijf gele kaarten voor Ajax gisteren worden toegeschreven, een aantal dat geen strijdbaarheid doch roekeloosheid weerspiegelde –en de onrust die toch beide topploegen van Nederland, de ene iets meer dan de andere, tot het eind in de greep hield.

In breder verband werden in Eindhoven ook de beperkingen van bondscoach Van Marwijk belicht. De nationale doelman Stekelenburg deelde in de wederzijdse vrijgevigheid door de tweede vrije trap van Dzsudzsak, diagonaal ingeschoten, verkeerd in te schatten. De energieke Hongaar legde tevens de nog tere plekken bloot van Ajax-rechtsachter en Oranje-reserve Van der Wiel, luttele dagen nadat in het oefenduel met Engeland was onderstreept hoezeer de mager bezette nationale defensie bij concurrentie zou zijn gebaat.

Zo was het, de spanning en de vele doelpunten ten spijt, in Eindhoven vooral een dag voor coaches met zorgen –met de meeste toch voor die van Ajax.

(Trouw) Beeld ANP
(Trouw)Beeld ANP
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden