Review

Psalmen in de kerk, thuis Johan de Heer

'100 Jaar theologie', bundel opstellen onder redactie van dr. M.E. Brinkman. Kok, 344 blz. - ca 70.

Gastheer is dr. J. de Bruijn, de directeur van het aan de VU verbonden historisch documentatiecentrum voor het Nederlands protestantisme van 1800 tot heden. De heer De Bruijn nu is hervormd en zo zien we dat de tijd alle wonden heelt, ook die welke zijn geslagen in 1834 en in 1886, toen groepen orthodoxen de hervormde kerk verlieten om later. . .juist: in 1892. . .de gereformeerde kerken te vormen.

Trouwens, een van de inleiders vanmiddag is eveneens hervormd: de Utrechtse hoogleraar in de theologie dr. C. Graafland. Hij is zelfs gereformeerde bonder - en gereformeerde bonders hebben een enorme hekel aan de 'gewone' gereformeerden. De verwachting is dan ook dat de heer Graafland enige kritische noten zal kraken; gelet 's mans zachtmoedigheid, behoeft dit gekraak geen wanklank op te leveren.

Er zijn nog twee referenten: De Bruijns voorganger dr. G. Puchinger en dr. M.E. Brinkman, docent aan het interuniversitair instituut voor missiologie en oecumenica te Utrecht. Lange verhandelingen zullen de sprekers niet houden, want om kwart voor vijf staat de borrel klaar.

Grand old man

Grote man op de bijeenkomst is genoemde heer Brinkman. Hij redigeerde het fors uitgevallen boek '100 Jaar theologie', dat vanmiddag het licht ziet en waarvan hij een exemplaar zal aanbieden aan de emeritus hoogleraar dr. G. C. Berkouwer, de 'grand old man' van de theologische faculteit van de VU.

'100 Jaar theologie' behelst opstellen over (en nu volgt de ondertitel van het boek) 'Aspecten van een eeuw theologie in de gereformeerde kerken in Nederland (18921992)'. In zijn uitvoerige 'Verantwoording' stelt dr. Brinkman vast "dat voor veel huidige gereformeerde theologen de eigen gereformeerde theologie geen min of meer vanzelfsprekend referentiekader meer is en soms zelfs geheel vergeten lijkt." Hij laat ook zien dat het wel eens heel anders is geweest.

De medewerkers aan het boek zijn hoog- en zeergeleerde discipelen van de faculteit der godgeleerdheid van de VU en aldus biedt '100 Jaar theologie' voer van theologen voor theologen. Ik zou jokken indien ik, een eenvoudige leek, beweerde nieuwsgierig te zijn naar de inhoud van de bijdrage over de spanning tussen het 'reeds' en 'nog niet' bij Calvijn, Kuyper en Berkouwer.

Eerder zal ik grijpen naar het hoofdstuk over 'Liturgische bewustwording' om na te gaan hoe de gereformeerden afgestapt zijn van het ene versje-na-de-Wet. Hierover gesproken: in het Groningse dorpskerkje, waar mijn tante organiste was, werd zondag aan zondag, jaar in jaar uit, na de lezing van de Tien Geboden psalm 130 vers 2 aangeheven: "Zo Gij in 't recht wilt treden. . ."

Van dichtbij

Het meest aantrekkelijk voor niettheologen is het zeer lange en zeer wijdlopige opstel van dr. J. Veenhof (eens Berkouwers opvolger, nu predikant in het Zwitserse Thun) over de geschiedenis van theologie en spiritualiteit in de gereformeerde kerken. Het woord 'wijdlopig' bedoel ik geenszins misprijzend, want de vriendelijke gulheid waarmee de auteur de zaken neerzet, bevordert dat je een eeuw gereformeerd reilen en zeilen van dichtbij meemaakt.

Dr. Veenhof legt bijvoorbeeld uit waarom stoere gereformeerden, die in de kerk louter psalmen zongen, thuis bij 't harmonium zo graag vrome versjes uit de bundel van Johan de Heer galmden: "Op die manier kon men een stukje emotionaliteit beleven, dat in de soms nogal leerstellige preken ontbrak."

Hij geeft door dat Buskes als knaap geen hinder had van de strenge gereformeerde zondagsviering: de kinderen speelden in de winkel van vader Buskes met behulp van voetkussens 'kaasmarktje'. Dr. Veenhof vertelt ook dat de gereformeerde hoogleraar Herman Bavinck er tegen zijn hervormde collega H. Th. Obbink over klaagde, dat hij ook voor een preekbeurt niet op zondag mocht reizen - en mij valt in dat wij vroeger thuis wegens datzelfde verbod meermalen van zaterdag tot maandag een vreemde weleerwaarde snoeshaan over de vloer hadden.

Dr. Veenhof behandelt ook de 'zaken' tegen niet in de pas lopende godgeleerden en constateert dat de jaren zeventig het einde brachten "van een tijdperk, waarin men meende kwesties van leer door synodale leerbeslissingen en eventuele tuchtmaatregelen te kunnen oplossen."

De gereformeerden kunnen dus met een gerust hart op hun honderdste verjaardag afstevenen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden