Prutsen met een waterkoker

Producten zo ontwerpen dat de onderdelen een tweede leven hebben. Hoe leer je dat aan studenten? Laat ze een apparaat demonteren. Slotaflevering.

Haal die waterkoker helemaal uit elkaar", zegt Arjan Kirkels altijd tegen zijn studenten. Wat zit er allemaal in? Welke materialen zijn gebruikt? Waar komen die vandaan en hoeveel CO2-uitstoot ging ermee gepaard? En: wat is er met de onderdelen nog te doen?

Kirkels doceert industriële ecologie aan de opleiding Sustainable Innovation van de Technische Universiteit in Eindhoven. Makkelijk is het niet om die vragen omtrent de gedemonteerde waterkoker te beantwoorden, constateert hij, essentieel wel. "We zijn ons er niet zo van bewust dat de stromen grondstoffen en energie zo bepalend zijn in ons leven. We denken eerder aan geld of macht. De Europese Gemeenschap is opgericht rond kolen en staal, zodat we daar grip op hadden. Inmiddels zijn we niet minder afhankelijk geworden van allerlei materiaalstromen, juist meer."

Maar reken het maar eens uit, voor een product, een bedrijf of een land. "Vergelijk het met een badkuip: wat erin zit is afhankelijk van wat erin stroomt en wat eruit loopt als je de plug verwijdert. Veel van die badkuipen zijn moeilijk te meten. Of het loopt allemaal niet zo lineair. En je snapt wel dat het ergens vandaan komt, maar waar is dat ergens?"

Proberen te meten is belangrijk, ook al lukt dat niet altijd exact. Want alleen dan is te bepalen of een product duurzamer wordt als er iets verandert aan het productieproces.

Die kennis levert de basis voor een meer circulaire economie. Daarin belanden producten niet op de schroothoop of in de verbrandingsoven, maar krijgen onderdelen en materialen een nieuw, gerecycled leven of vallen ze zonder milieubelasting vanzelf uit elkaar. Uiteindelijk moeten producten vanaf het prille begin al anders ontworpen worden.

Volgens Kirkels is dat onmiskenbaar de weg die de wereld, met een beperkte grondstoffenvoorraad en een teveel aan broeikasgas, op moet. Het uit elkaar prutsen van die simpele waterkoker laat studenten echter meteen zien dat er veel onzekerheden omheen hangen. "Dat is alleen maar mooi", vindt de docent. "Het laat zien dat je zelf iets kunt doen, maar dat de werkelijkheid weerbarstig is en dat kritische zelfreflectie belangrijk is. Daar kunnen studenten meestal wel mee omgaan, de harde technici misschien iets minder dan bijvoorbeeld de bouwkundigen."

Alle onderdeeltjes uit de waterkoker maken ook duidelijk welke strategieën te kiezen zijn om een product duurzamer te maken. Minder giftige stoffen, minder of andere grondstoffen, een langere levensduur, meer recyclen: het draagt allemaal bij. Maar een volledig circulaire economie is nog heel ver weg, zeker voor een klein land als Nederland. "Er is altijd groei, dus volledig circulair word je nooit. Dan moet je bedenken waar je het over hebt. Er is biologische circulatie: bomen voor hout, plantjes die als chemische grondstof dienen. Die zijn in principe hernieuwbaar, weer bij te planten, maar kunnen gaan concurreren met voedselgewassen. De tweede categorie zijn de technische materialen. De bulk daarvan importeren we, zoals olie en ijzererts."

Stop overal goud in

"Tegelijk is er wel beleid om de stroom afval terug te dringen. Sinds de jaren negentig kennen we minder stortplaatsen, maar verbranden of recyclen we. Dat hebben we in Nederland, vergeleken met andere landen, goed gesnapt. Daar zit wel een grens aan. Je kunt niet eindeloos veel bakken hebben thuis, of bij de gemeentereiniging. Als dat er te veel worden, stuit het op weerstand en snapt de consument het niet meer. Niet alle vormen van hergebruik zijn bovendien even hoogwaardig. Beton bijvoorbeeld wordt verwerkt tot betongranulaat dat onder wegen terecht komt. Eigenlijk een vorm van storten, is de kritiek daarop. Houtafval wordt bij gestookt in energiecentrales. Dat ben je dus kwijt, doe je niks meer mee."

Het probleem bij recyclen is dat het al snel meer kost dan oplevert. Aan geld, maar ook aan energie voor het proces of aan transport. "Materialen zijn steeds goedkoper geworden en de koopkracht is omhoog gegaan, dus wie ligt er wakker van?" Daar is, op papier, een eenvoudige remedie voor. "Stop overal goud in. Zodra een product hoogwaardige componenten bevat, loont het om het weer uit elkaar te halen." Een beetje gek idee, goud in een doorsnee waterkoker verwerken, erkent Kirkels. "Het geeft wel de spanning aan tussen het idee van een circulaire economie en de realisatie ervan."

Zijn studenten laten zich er niet door uit het veld slaan. De belangstelling voor duurzame innovatie en Kirkels vak groeit. "Wij geven ze in ieder geval gevoel voor de problematiek mee door te laten zien hoe al die stromen lopen. Je merkt dat studenten beseffen dat in de wereld waar zij aan de slag gaan, de tekorten aan grondstoffen en energie zich echt zullen voordoen. Die inspiratie is nog belangrijker dan exacte kennis."

Vergroenen of groeien?

Minder grondstoffen gebruiken, minder vervuilen en afval als hulpbron benutten. Dat is vergroening van de economie. Het klinkt mooi, maar de praktijk is weerbarstig. Veel grondstoffen zijn goedkoop en makkelijk te krijgen, burgers ageren tegen windmolens voor hun deur en regels, gemaakt in een andere tijd, zitten in de weg. In een serie belicht Trouw de obstakels en uitwegen op het pad naar een groene economie. Vandaag het laatste deel: lesgeven over de circulaire economie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden