'Protestantse' verliest zijn s niet enkel bij katholieken

Taalvragen van lezers:

607 Antoine Bodar gebruikte onlangs in een tv-uitzending 'protestant' als bijvoeglijk naamwoord, zoals in 'protestante christenen'. Vreemd genoeg vermeldt noch het Groene Boekje noch het 'Woordenboek der Nederlandsche Taal' dit synoniem van 'protestants'.

Het Witte Boekje doet het wel. De grote Van Dale ook, in 1999 nog met de toevoeging w(einig) g(ebruikt) en een citaat uit NRC Handelsblad, later beide geschrapt. Diverse bronnen wekken de indruk dat vooral katholieken deze vorm verkiezen. De lezer trof hem al aan in het proefschrift van wijlen bisschop Muskens ('de protestante kerken in Indonesië') en ook bij Anton van Duinkerken is hij te vinden ('protestante landen').

Exclusief katholiek lijkt dit protestante niet; zo is Gide door Du Perron 'een protestante schrijver' genoemd en publiceerde een doopsgezinde arts in 1711 een 'Korte historie der protestante christenen, die men Mennoniten (....) noemt'.

Mogelijk gaat achter het s-loze adjectief het idee schuil dat je Franse leenwoorden op -ant (arrogant, charmant enz.) moet behandelen zoals de Fransen het doen: une église protestante.

Dat is dan een misvatting. Leenwoorden mogen aan Nederlandse regels en voorkeuren aangepast worden. Zo voegen we aan het in Italië gebruikelijke mafia een f toe, schrappen we een n in het Franse mayonnaise en spreken we Beaufort (van de schaal) uit alsof de naamgever geen Engelse viceadmiraal was, maar een Fransman. Protestants(e) zal wel gevormd zijn naar analogie van Brabants(e), remonstrants(e) of zelfs Nederlands(e).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden