Protestanten als een geval apart

Mensenrechtenorganisatie ICHRI vraagt aandacht voor vervolgde protestanten in Iran. 'U zou best wel eens een ongeluk kunnen krijgen'.

Een gesprek over Iran kan niet over één onderwerp gaan. Daarvoor is er te veel aan de hand in het land van de ayatollah's. De verschillende thema's kun je nauwelijks los van elkaar bespreken, ze vormen elkaars onmisbare context.

Hadi Ghaemi, directeur van de in New York gevestigde mensenrechtenorganisatie International Campaign for Human Rights in Iran (ICHRI), onlangs in Nederland, vraagt speciale aandacht voor vervolgde protestanten in zijn geboorteland. Zijn organisatie heeft daarover een rapport uitgebracht.

Maar hij heeft het ook over de talrijke geheime executies, waarover ICHRI eveneens berichtte. In 2010 en 2011 zijn er alleen al in de Vakilabadgevangenis in de noordoostelijke stad Mashhad 365 mensen in het geheim opgehangen, zonder dat de familie of de advocaat in kennis werd gesteld. Deze executies zijn ook niet openbaar gemaakt, ze zijn lange tijd zelfs ontkend. Ghaemi geeft een huiveringwekkend detail: "Dienstplichtige soldaten schoppen de voetenbankjes omver."

Verder passeren stenigingen de revue, volgens Ghaemi nog steeds nu en dan uitgevoerd, niet meer zoals vroeger voor een menigte toeschouwers maar op afgelegen plekken want de publieke weerzin bleek te groot. Ten slotte doet Ghaemi een hartstochtelijk beroep op Israël om geen militaire operatie uit te voeren tegen Iran: "Ze voorkomen er echt niet mee dat Iran een atoombom krijgt. Misschien komt die er dan juist wel sneller. De gevolgen voor de mensenrechten in Iran zullen verschrikkelijk zijn. Het regime heeft dan een excuus voor massamoorden als in de jaren tachtig. De beulen van toen hebben nu, onder president Ahmadinejad, topposities."

Ghaemi beschrijft de jaren tachtig als 'de Iraanse middeleeuwen'. Het ayatollahbewind moest zijn macht, veroverd in de jaren na de volksopstand tegen de sjah in 1978, bevestigen. De revolutie tegen de sjah was niet alleen het werk van aanhangers van de ayatollah Khomeini. Talrijke andere, vaak linkse, stromingen deden mee. Khomeini speelde ze vervolgens tegen elkaar uit en liet de galg de rest doen. Ook in 1988 hadden de beulen het druk. Iran verloor toen de acht jaar durende loopgravenoorlog tegen Irak en het regime moest na dat geweldige gezichtsverlies de oppositie intimideren.

Ghaemi heeft die 'Iraanse middeleeuwen' maar kort meegemaakt. In 1983 vluchtte hij. Later werd hij professor natuurkunde aan de City University of New York. Hij is nu in taalgebruik, mimiek en verdere uitstraling een perfecte New Yorker. Het is daardoor bijna onwezenlijk hem aan het woord te horen over stenigingen en aanverwante zaken in een land waarvan hij zelf staatsburger is geweest en dat nu wezensvreemd moet zijn geworden, ook voor hemzelf.

In 2000 gaf hij zijn hoogleraarsbaan op en werd hij Iran-expert bij de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW). In dat jaar durfde hij ook voor het eerst weer zijn geboorteland te bezoeken. Het was de tijd van de 'Iraanse lente', waarin de hervormingsgezinde Mohammed Khatami president was.

Aan die 'lente' kwam in 2005 een einde toen Ahmadinejad de presidentsverkiezingen won. In 2007 richtte Ghaemi samen met anderen een eigen mensenrechtenorganisatie op, ICHRI, specifiek gericht op Iran.

Ghaemi: "Onder Ahmadinejad hebben veel opposanten Iran verlaten. Het regime laat dat toe. Ze kunnen niet iedereen opsluiten, alleen al in de gevangenis van Mashhad zitten dertigduizend mensen. Het regime vindt opposanten binnen Iran gevaarlijker dan daarbuiten. Daarom laten ze hen graag gaan."

ICHRI probeert via deze migranten, die hun netwerken meenemen, de informatie over Iran vers te houden. De organisatie wil voorkomen dat ze zich terugtrekken in de privésfeer en zich niet langer om Iran bekommeren. Ghaemi: "De mogelijkheden om aan informatie te komen zijn natuurlijk enorm toegenomen door internet. Ook omdat die gevangenissen zo overbevolkt zijn, komt er zo veel informatie naar buiten. Ze kunnen de vuile was niet meer binnenhouden."

Waarom specifiek een rapport over protestanten en niet meteen over alle Iraanse christenen? Ghaemi: "De protestanten zijn een geval apart. Iran maakt onderscheid tussen erkende en niet erkende christenen. Armeniërs en Assyriërs zijn 'erkende' christenen, zij mogen hun diensten vrijhouden maar alleen in hun eigen taal, niet in Farsi. Ook mogen ze niet evangeliseren.

"De meeste protestanten zijn voormalige moslims. Ze zijn dus geloofsafvalligen en daarom 'niet erkende' christenen. Ze houden hun bijeenkomsten vaak bij mensen thuis en in het Farsi. We hebben geen idee hoeveel het er zijn. Schattingen lopen uiteen van tienduizenden tot honderdduizenden. Het aantal is de afgelopen vijftien jaar sterk toegenomen."

Zo kan het gebeuren dat je in Iran christenen tegenkomt met onvervalst islamitische namen als Mohammed of Hossein. Ook een dominee droeg de naam van de profeet van de islam, Mohammad Bagher Yousefi. In 1996 werd hij hangend aan een boomtak aangetroffen. De autoriteiten vinden protestanten om drie redenen gevaarlijker dan andere christenen: het gebruik van de door iedereen begrepen Farsitaal, hun actieve evangelisatie en hun contacten met buitenlandse kerkgenootschappen.

Volgens de sharia verdient een afvallige moslim de dood, behalve als hij terugkeert tot de islam. Waarom tolereert Iran dan tot op zekere hoogte die protestanten? Ghaemi heeft met dat woord tolereren moeite: "Ze zijn zeker niet tolerant tegenover protestanten. Geloofsafval is niet als delict opgenomen in de strafwet in Iran. Wel hebben rechters de mogelijkheid om in gevallen, waarin de strafwet niet voorziet, zich te beroepen op opinies van sjiitische geestelijken. Maar het blijkt dat die verschillend denken over geloofsafval.

"De ayatollah Montazeri (in de jaren tachtig lange tijd de beoogde opvolger van Khomeini, later in ongenade gevallen, overleden in 2009, red.) noemde aanhangers van het bahaigeloof 'kinderen van Iran die recht hebben op bescherming'. Volgens veel andere geestelijken zijn bahais net als protestanten afvallige moslims. Door de verdeeldheid van de sjiitische geestelijkheid is het voor aanklagers lastig om iemand wegens geloofsafval veroordeeld te krijgen."

ICHRI heeft drie gevallen gedocumenteerd, waarin het tot een proces wegens apostasie (geloofsverzaking) kwam. Het leidde in een geval tot een executie, in 1990 eindigde dominee Hossein Soodmand zijn leven aan de galg. Mehdi Dibaj ontkwam aan de beul. In 1984 werd hij opgepakt. In 1993 veroordeelde een rechtbank hem ter dood. In 1994 kwam hij vrij, een half jaar later werd hij vermoord. Er was toen een beruchte moordcampagne in Iran, gericht tegen dissidente intellectuelen. Drie dagen Dibaj' vrijlating doodden de moordenaars zijn advocaat. Het derde geval is recent. Youcef Nadarkhan werd in 2009 gearresteerd en een jaar later ter dood veroordeeld. Afgelopen september kwam hij vrij, van de aanklachten tegen hem bleef alleen evangelisatie over.

Meestal omzeilen aanklagers het begrip apostasie. In plaats daarvan luidt dan de beschuldiging 'belediging van de islam' of het 'in gevaar brengen van de nationale veiligheid'. Vaak komen de arrestanten op borgtocht vrij zonder dat de aanklacht komt te vervallen.

Ghaemi: "Soms intimideren rechters en aanklagers hen met opmerkingen als: 'U zou best wel eens een ongeluk kunnen krijgen'. Bekeerlingen ondervinden ook bij civielrechtelijke zaken problemen. De tegenpartij kan er gebruik van maken dat je apostaat bent, het verzwakt je positie."

De groei van het Iraanse protestantisme staat niet op zichzelf. Ook andere godsdienstige groepen gedijen op de afkeer van de staatsreligie, de sjiitische islam. Ghaemi: "Iraniërs zijn erg spiritueel. Hun is ruim dertig jaar een vorm van islam opgedrongen die ze niet willen. Ze zoeken naar alternatieve vormen van spiritualiteit. Sommigen worden protestant. Anderen zoeken het in de mystiek van de soefi-islam. Weer anderen worden aanhangers van Oost-Aziatische religies, boeddhisme of hindoeïsme of ze worden volgelingen van de een of andere goeroe. De autoriteiten proberen die groepen klein te houden, maar de tendens is anders. Er zijn zelfs ayatollahs die zich grote zorgen maken over de toekomst van de sjiitische islam in Iran. Ons maakt het niet uit waarvoor Iraniërs kiezen, wij willen alleen maar dat iedereen gelijk wordt behandeld, ongeacht zijn of haar religie."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden