Protest tegen oorlog in Libanon minimaal

TEL AVIV - “De snelste manier om een oorlog te beëindigen is hem te verliezen.” Deze uitspraak van George Orwell kenmerkt de stemming in Israël na de dodelijke treffers op de Unifil-post.

Israël heeft de afgelopen week in Libanon in feite de oorlog van 1993 overgedaan met hetzelfde doel: een einde aan de beschietingen door de Hezbollah. Alleen dit keer moest het vooral een 'schone' oorlog zijn met zo min mogelijk slachtoffers; want hoe minder slachtoffers hoe langer Israël de tijd zou hebben door te vechten om het gewenste politieke akkoord te bereiken.

In die zin waren de 'chirurgische' aanvallen van de luchtmacht onderdeel van een puur politieke oorlog. Daarom ook had Israël niet onmiddellijk bij de eerste Katjoesja-aanvallen op zijn noordgrens teruggeslagen, maar geduld getoond - tot de maat ook voor de buitenwereld, en vooral de Verenigde Staten, duidelijk zichtbaar vol was.

En om diezelfde reden had Israël verleden week donderdag na de eerste luchtaanval gepauzeerd, ervan uitgaande dat de tegenstander wel het alibi zou leveren voor de volgende fase in de strijd. En inderdaad, de volgende ochtend vuurde, geheel volgens de verwachting, Hezbollah haar raketten af en kon Israël de echte campagne beginnen.

'Druiven der Gramschap' had twee doelen: De Hezbollah moest getroffen worden, opdat zij haar aanvallen op Israël zou staken. De Libanese economie moest gevoelige klappen krijgen opdat Beiroet Damascus zou smeken in te gaan op de Israëlische wensen tot een verbeterd bestand, waarbij Syrië voortaan de Hezbollah moest beteugelen.

In tegenstelling tot de oorlog van 1993 beperkte Israël het strijdgebied niet, maar werd Beiroet direct onder druk gezet met aanvallen op de infrastructuur. Tegelijkertijd werd de strijd met behulp van de nieuwste technologie beperkt tot uitgelezen doelen. Om het aantal dodelijke slachtoffers nog verder te minimaliseren moest de Libanese bevolking uit het zuiden vertrekken. Twee vliegen in één klap, want het zou de strijd tegen de Hezbollah vergemakkelijken en de druk op Beiroet vergroten.

Het liep wat de Israëliërs betreft gesmeerd, zozeer zelfs dat toen enkele dagen geleden de televisie-verslaggever beelden toonde van Israëlische luchtaanvallen, hij enthousiast uitriep: 'Kijk eens wat een mooie treffers'. Zijn collega wees hem lachend terecht: 'Niet mooie treffers, wel exacte.'

Israël had alle tijd, terwijl de Amerikanen de internationale pressie afhielden. Wel viel aan het eind van de eerste oorlogsweek intern enig gemor te beluisteren dat de Hezbollah nog altijd niet was uitgeschakeld. Jeruzalem dreigde de strijd op te voeren. De televisie-ploegen mochten eergisteren de troepenversterkingen bij de grens komen filmen - beelden die wat Israël betreft die avond over de gehele wereld konden worden uitgezonden.

Maar zo goed als de week tevoren Hezbollah in de Israëlische valkuil was gestapt, zo ook had de pro-Iraanse beweging haar lesje geleerd. Ze had gemerkt dat Israël bij de beschietingen haast meteen de lanceerders wist te lokaliseren en - vrijwel - automatisch meteen terugschoot.

Donderdag was het de beurt van Israël om - naar eigen zeggen - in de val te lopen die de Hezbollah had gelegd. Of de Israëlische strijdkrachten niet wisten dat er zoveel burgers in de buurt van de Unifil-post zaten, of dat ze meenden dat de Hezbollah nu toch maar moest begrijpen dat ze zich niet achter de Unifil of de burgerbevolking kon verschuilen, of dat de bevelhebber van het noordelijk front, Amiram Levin (die bekend staat om zijn lust tot actie) meende dat het tijd was de strijd op te voeren, nu de diplomatieke inspanningen om de strijd te beëindigen op gang kwamen - het waren gisteren in de Israëlische media vragen met vette vraagtekens.

Voor de Israëlische weekend-krantenbijlagen waren de dramatische gebeurtenissen te laat gekomen. Ze stonden gisteren nog vol met artikelen over het nieuwe imago van Sjimon Peres, die het zo goed deed bij de legertop. Opinieonderzoek wees uit dat maar liefst 87 procent van de bevolking Peres' besluit ten strijde te trekken steunde.

Het zijn cijfers van voor donderdag, maar die steun is sindsdien waarschijnlijk niet wezenlijk afgenomen. Want in de strijd in Libanon weet Peres niet alleen zijn eigen achterban, maar ook die van de rechtse oppositie achter zich. Een Tel-Avivse taxi-chauffeur, met verkiezingssticker van de Likoed op de achterruit, merkte gisteren - terecht - op dat als oppositieleider Netanjahoe premier was geweest, links hem had gelyncht voor de gebeurtenissen van afgelopen donderdag.

Maar met Peres aan het bewind zijn tot nu toe de protesten tegen de oorlog in Libanon minimaal, op één uitzondering na: de Israëlische Arabieren roeren zich omdat hun broeders in Libanon opnieuw het slachtoffer zijn van het Israëlische offensief. Al begin van de week stuurden ze een protestdelegatie naar Peres, die ze echter wist te sussen. Maar na het bloedbad bij de Unifil-post dreigen ze zich en masse af te keren van de premier. De ironie is dat Peres met de oorlog in Libanon (tenminste als neveneffect) had gehoopt stemmen van rechts af te troggelen en zwevende kiezers op het middenveld voor zich te winnen.

Aan de linkerzijde had hij weinig te vrezen, omdat die kiezers geen alternatief hebben. Onder de Israëlische Arabieren (18 procent van het electoraat) klonk gisteren echter de roep om niet langer op Peres te stemmen. 'Want wat is nou eigenlijk nog het verschil tussen hem en Netanjahoe?'

Niet alleen op het thuisfront zit Peres vanuit onverwachte hoek in de problemen. Zijn voorganger, oud-premier Rabin, hanteerde de stelregel dat degeen die het eerst om een staakt-het-vuren vraagt, de oorlog heeft verloren. Na het bloedbad van donderdag moet Israël instemmen met een staakt-het-vuren, zelfs zonder akkoord.

Volgens diezelfde logica is Syrië de absolute winnaar. De sfinx uit Damascus, zoals president Assad wordt genoemd, heeft de afgelopen week zijn bijnaam eer aangedaan. Hij heeft alle Israëlische provocaties (een bombardement van een Syrische stelling, de aanvallen op Beiroet waar tienduizenden Syrische soldaten zijn gelegerd, aanvallen op de door Syrië gecontroleerde Bekaa-vallei vlakbij de Syrische grens) stoïcijns onbeantwoord gelaten. Op het Amerikaanse voorstel tot een bestand heeft hij sinds het begin van de week niet gereageerd.

Hoewel de beeldspraak niet past bij de stijve Assad, lijkt hij gemakkelijk achteroverleunend in zijn luie stoel de gebeurtenissen aan zich voorbij te laten trekken. En als er al, politiek, een Israëlische misrekening was, dan was het wel dat Assad bereid zou zijn tot een bestand (dat wil zeggen een beteugelen van de Hezbollah) op Israëlische voorwaarden.

Na de anti-terreur-conferentie in het Egyptische Sjarm al Sjeikh, vorige maand, die Assad als een tegen hem gericht Israëlisch-Amerikaans complot zag, kan de Syrische president zich dit weekeinde verkneukelen bij de gedachte dat hij een Warren Christopher op bezoek krijgt die hem namens president Clinton om zijn medewerking moet smeken.

In de stelregel van Rabin over winnaars en verliezers ontbreekt echter het vervolg: in het Midden-Oosten betekent het winnen van een oorlog niet automatisch een politieke overwinning. Peres wilde met zijn Druiven der Gramschap een periode van rust creëren om zo - vanuit een sterke positie - het vredesoverleg te kunnen voeren. Misschien is de hoop de vader van de gedachte, maar zal wellicht Syrië - vanuit een sterke positie - tot hetzelfde bereid blijken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden