Interview

Prostitutie bloeit tijdens vredemissies, maar dat komt niet alleen door blauwhelmen

Onderzoeker Roos de Wildt bezocht bordelen door heel Kosovo voor haar interviews met sekswerkers. Beeld Proefschrift Roos de Wildt

VN-personeel krijgt te gemakkelijk de schuld van de opbloeiende prostitutie tijdens vredesmissies, stelt promovenda Roos de Wildt. Ze deed voor het eerst onderzoek naar het perspectief van vrouwen in de naoorlogse seksindustrie.

Het is een beeld dat de haren te berge doet rijzen: vredessoldaten die zich uitleven in de plaatselijke bordelen in plaats van burgers te beschermen. In onder meer Congo, Haïti, Cambodja en Kosovo bloeide de seksindustrie op tijdens VN-vredesmissies, blijkt uit onderzoeken. Blauwhelmen wordt vaak verweten dat zij de vraag naar prostitutie creëren en zo mensenhandel in de hand werken. Dat is echter te kort door de bocht, concludeert criminoloog Roos de Wildt in haar proefschrift dat deze week verschijnt. Ze deed onderzoek naar de perspectieven van vrouwen die zelf als prostituee werkten tijdens de vredesmissie in Kosovo (zie kader).

Tussen 2008 en 2015 verbleef De Wildt verschillende periodes (van een paar weken tot een paar maanden) in Kosovo en had meer dan honderd gesprekken met tientallen vrouwen. Daarnaast volgde ze vrouwen in hun dagelijks leven in bars en motels, analyseerde ze politiedossiers en sprak ze met organisaties die ondersteuning bieden aan prostituees of slachtoffers van mensenhandel.

Wat zijn uw belangrijkste bevindingen?

"Er zijn zeker blauwhelmen die prostituees bezoeken, maar dat is niet de belangrijkste reden dat de prostitutie tijdens vredesmissie opbloeit. In Kosovo vormden tijdens de vredesmissie ook lokale mannen een groot deel van de clientèle. Zij hadden een redelijk goed inkomen door de komst van de internationale gemeenschap. Ze werkten bijvoorbeeld voor een internationale hulporganisatie of openden een restaurant of autowasserette. Ook mannen in de diaspora zorgden, vooral tijdens de vakanties die ze in Kosovo doorbrachten, voor een piek in de vraag naar prostituees. Het huidige beleid van de Verenigde Naties waarbij werknemers die prostituees bezoeken ontslagen worden, heeft dus geen invloed op de toename van de prostitutie. En belangrijker nog, die maatregelen hebben geen invloed op de positie van vrouwen die bij prostitutie betrokken zijn."

Er zijn de afgelopen jaren duizenden klachten ingediend over misbruik en uitbuiting door leden van VN-vredesmachten. Dan is die focus op deze groep toch niet vreemd?

"Nee, maar het ligt ingewikkelder. In het publieke debat bestaan twee te simpele aannames: Dat prostitutie alleen ontstaat door een groepje ongedisciplineerde vredessoldaten, en dat prostituees altijd slachtoffer zijn van mensenhandel. Als je vrouwen te simpel als slachtoffers van vrouwenhandel neerzet, hoef je alleen de handelaar op te pakken die hen heeft bedonderd. Dan zou het opgelost zijn. Structurele problemen die deze vrouwen kwetsbaar maken worden daardoor niet gezien, zoals armoede en visumrestricties."

Toch lijkt het me sterk dat er alleen vrijwillige prostituees in Kosovo werken.

"Dat is ook niet zo. Kort na de oorlog kwamen er vooral buitenlandse prostituees naar Kosovo, onder meer uit Moldavië, Oekraïne en Roemenië. Zij werden bijna altijd gezien als slachtoffers van mensenhandel, terwijl ze dat lang niet altijd waren. Velen van hen konden in hun thuisland best rondkomen maar wilden hun situatie verbeteren om bijvoorbeeld een huis te kunnen kopen. Daarnaast heb je Kosovaarse prostituees, die meestal niet als slachtoffer van vrouwenhandel werden gezien. Toch bevinden ook deze vrouwen zich in een moeilijke situatie door geldgebrek, geweld en stigmatisering."

Wat betekent dat voor de vrouwen zelf?

"De nadruk op mensenhandel heeft er in sommige gevallen voor gezorgd dat grenscontroles worden opgevoerd. Dit maakt reizen voor vrouwen uit landen als Moldavië, Roemenië en Oekraïne nog moeilijker. Zij moeten daarom tussenpersonen benaderen die hen toch naar hun bestemming kunnen brengen. De strengere controles zorgen er dus niet voor dat vrouwen niet meer op pad gaan, maar dat ze gevaarlijkere routes nemen en meer geld kwijt zijn. De tweede groep, de Kosovaarse vrouwen, heeft zeer beperkte toegang tot medische zorg en juridische bescherming. Prostitutie is in Kosovo illegaal. Verschillende vrouwen vertelden bijvoorbeeld dat zij niet naar het ziekenhuis of de politie gingen nadat zij in elkaar waren geslagen door een agressieve klant."

Hoe kan de situatie van deze vrouwen verbeteren?

"Het inzicht dat de groei van de seksindustrie eigen is aan vredesmissies en niet alleen komt door blauwhelmen, vraagt om een andere benadering. Het ontslaan van een paar rotte appels is niet genoeg. In plaats van ze te stigmatiseren, is het beter om te investeren in toegankelijke zorg en juridische hulp waar deze vrouwen een beroep op kunnen doen.

"Daarnaast moet men zich niet alleen richten op zogenaamde slachtoffers van mensenhandel, aangezien weinig vrouwen aan het 'ideale slachtofferbeeld' voldoen. Als je die vrouwen en hun klanten criminaliseert, maak je het ze alleen maar moeilijker."

Sofija: "Ik dacht: Dat is makkelijk"

Sofija uit Oekraïne: "Ik ben een alleenstaande moeder. In Oekraïne verdiende ik 150 euro per maand als caissière in een supermarkt. Toen een vriendin terugkwam uit Cyprus met genoeg geld om een huis te bouwen, vroeg ik hoe ze daaraan kwam. Ze vertelde me alles. Prostitutie is net als seks hebben met je man, zei ze, maar dan krijg je geld. Ik dacht: Dat is makkelijk verdienen. In 2005 vertrok ik met mijn vriendin naar het buitenland om in de prostitutie te werken. Eén keer per maand en in de zomer ging ik terug voor mijn zoontje. In Oekraïne dacht iedereen dat ik ouderen verzorgde. Sinds 2008 werk ik in Motel New York in Kosovo, samen met zeven andere Oekraïense vrouwen. Hier verdien ik een paar duizend euro per maand, in vakanties soms wel meer. Het is niet altijd leuk. Maar met het geld kan ik dingen doen die ik me anders nooit had kunnen veroorloven, zoals een vakantie met mijn zoontje naar Egypte."

(Interview uit het proefschrift van Roos de Wildt)

Sofija (links) en Lorena (rechts). Foto's afkomstig uit het proefschrift van Roos de Wildt. Beeld proefschrift Roos de Wildt

Lorena: "Het werk is zwaar"

Lorena uit Kosovo: "Ik ben opgegroeid in Mitrovica (een plaats in het noorden van Kosovo, red.) met mijn Bosnische familie. Ik trouwde met een Albanese man. We kregen vijf kinderen. In 2000 werd mijn man bij gevechten doodgeschoten. Ze dachten dat hij een scherpschutter was, maar hij droeg geen wapens toen ze op hem schoten. Na zijn dood zat ik in een moeilijke situatie. Ik was alleen met vijf kinderen, had geen inkomen en ons huis was afgebrand door de oorlog. Ik ging bij de familie van mijn man wonen, maar daar werd ik slecht behandeld. Ze sloten me op in huis, gebruikten me als dienstmeisje en zetten mijn kinderen tegen me op. Ik zag geen andere optie dan naar mijn eigen ouders te vluchten. Ik moest mijn kinderen achterlaten. Ik heb ze al zeven jaar niet gezien. Sinds de dood van mijn vader werk ik als prostituee in een bar in de stad Peja om geld te verdienen en voor mijzelf en mijn moeder te zorgen. Het werk is zwaar, ik wil hier graag weg." 

(Interview uit het proefschrift van Roos de Wildt)

Lees ook: 'Meisjes lopen in oorlogsgebieden meer gevaar dan soldaten'

Hoe komt het dat hulpverleners en vredessoldaten in crisisgebieden seksueel over de schreef gaan? Trouw zocht met experts naar verklaringen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden