’Prostituee is niet mijn muze’

Kledingontwerper Edwin Oudshoorn werkt vanuit de rosse buurt in Amsterdam. (Patrick Post)Beeld Patrick Post

Trouw kijkt terug op 2008. Vandaag: de jonge modeontwerper Edwin Oudshoorn die bijna een jaar geleden een atelier op de Amsterdamse Wallen opende.

Edwin Oudshoorn (28) heeft vooral ’véél’ meegemaakt sinds hij zijn atelier in de rosse buurt van Amsterdam opende. „Veel media-aandacht, veel aanloop, veel naamsbekendheid. Alles is veel op de Wallen”, zegt de modeontwerper.

Hij kon zijn atelier op de Wallen openen nadat de gemeente Amsterdam en NV Stadsgoed de prostitutiepanden van seksbaas Charles Geerts hadden opgekocht met de bedoeling deze op te knappen. Het modeadviesbureau Fashion Recruitment & Consultancy HTNK kwam op het idee voor een tijdelijke Red Light Fashion op de Wallen en de gemeente was enthousiast. Creatieve ondernemers zouden goed passen in het roemruchte gebied.

Achter de ramen kwamen al snel modeateliers van jonge talentvolle ontwerpers. Zestien ’labels’, zoals de bedrijven en merken van de ontwerpers worden genoemd, vestigden zich er tegen antikraakprijzen.

„De ruimten zijn klein, de huur is laag en kan binnen een maand worden opgezegd, en de huurders hebben verder geen rechten”, zegt Oudshoorn. „Maar daar staat tegenover dat wij een zaak krijgen in de binnenstad op een plek waar veel mensen komen. Opvallend genoeg dus, maar het was even wennen om in een kleine peeskamer tussen de prostituees en hun klanten in te zitten.” De ontwerper spreekt van ’een interessante plek’ aan de Oudezijds Achterburgwal, in het oudste deel van Amsterdam. „Maar de prostituee is voor mij geen muze. Ik haal mijn inspiratie niet uit de rosse buurt.”

Oudshoorn – afgestudeerd aan de kunstacademie in Arnhem – is door HTNK geselecteerd nadat hij zich in de kijker speelde via het modeproject ’Turning Fashion Into Talent’, waarbij jonge modetalenten wordt geleerd hoe te ondernemen en hun passie tot een lucratieve zaak op te bouwen. „Sinds die selectie heb ik ook veel contact met de andere uitverkoren designers. We doen gezamenlijke presentaties, zien elkaar bij modereizen en natuurlijk bij de supermarkt om de hoek. Het geeft een soort groepsgevoel. Ik ben deel van een groep ontwerpers die de kans krijgt zich te profileren.”

Red Light Fashion wordt daardoor volgens hem een soort keurmerk. „De mensen weten inmiddels dat het bij Red Light Fashion om een select gezelschap gaat. Dat is goed voor mijn naamsbekendheid.”

Zijn couture (’originele ontwerpen op maat, ik lever niet aan winkels en beperk mij niet tot de seizoenen’) draagt zijn naam, dus hij heeft baat bij naamsbekendheid. Daar dragen de bezoekers aan de Wallen aan bij. „Er komen hier veel Nederlandse en buitenlandse toeristen. Ze blijven bij mijn etalage staan of stappen binnen. Die bezoekers nemen die bagage weer mee naar hun woonplaats of land, wat weer zorgt voor nóg meer bekendheid. Bovendien geldt dat hoe meer mensen binnenlopen, des te meer mensen iets kopen en hoe meer geld ik aan mijn werk verdien, en dat gebeurt ook. ”

Per 1 januari gaat het pand weer terug naar NV Stadsgoed die het gaat opknappen voor hergebruik. Zodra dat gaat gebeuren moet Oudshoorn uit zijn ’eigen’ atelier, zoals elke andere antikraakhuurder.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden