Proost op Moeder Teresa's fouten

Wat is een groot mens? Lang geleden kritiseerde ik in een gesprek met vrienden Albert Schweitzer. In zijn ziekenhuisje in Lambarene behandelde hij de Afrikanen als kinderen, hij werkte zonder moderne uitrusting en ging zo ver in zijn 'eerbied voor het leven' dat de patiënten geteisterd werden door muskieten die niet doodgemept mochten worden.

We zaten op een terrasje met uitzicht op de mond van de Westerschelde, vlak voor die overgaat in de onafzienbare Noordzee. Ach, ik was een tiener en atheïst.

Later verdiepte ik me in een andere grootheid, Florence Nightingale van wie sommigen zeggen dat ze een controlfreak was, een religieuze maniak, een onderdrukte lesbo en een toonbeeld van sentimentele zelfopoffering.

Ook Moeder Teresa krijgt kritiek, laatst samengevat door Bert Keizer in deze krant. Ze zou een 'rampzalige visie op lijden' hebben gehad, ze verwierp abortus en anticonceptie, liet stiekem hulpeloze patiënten dopen, nam geld aan van een dictator en in haar hulpcentra krijgen stervenden alleen paracetamol.

Of alle kritiek op deze bevlogen christenen hout snijdt, betwijfel ik. Ze deden pionierswerk waardoor je altijd vijanden maakt. Zo pakte Nightingale in de negentiende eeuw de mannenbastions van het leger, de gezondheidszorg en de overheid aan omdat ze te weinig voor de zieken en armen deden. Ze blies de hoeden in de herenclubs het raam uit zodat de mannen wel de straat op moesten. Dat leverde hatelijke reacties op die in sommige publicaties veel aandacht krijgen.

Waarom had ik als tiener eigenlijk zo'n oordeel over Schweitzer? In die tijd sprak het existentialisme mij aan, dat paste bij mijn gladleren jasje. Existentialisten ontkennen het leven, vinden dat absurd en nemen er zelf vaak nauwelijks aan deel. 'Alles wat ik van het leven weet heb ik uit boeken', zei de filosoof Sartre.

Ook ik gaf vanaf mijn veilige terrasje commentaar zonder zelf in het water te duiken. Vervreemd van de werkelijkheid, was ik overgeleverd aan mijn ideaalbeelden. Zoals: een groot mens is nooit paternalistisch en neemt nooit geld van dictators aan.

Tot ik mij liet dopen. Als gelovige ben ik in de realiteit beland. Ik zie nu dat aan mijn eigen goede daden altijd iets 'ikkigs' kleeft. Heimelijk wil ik er iets voor terugkrijgen, al was het maar een dankbare glimlach. Verder blijk ook ik fouten te maken, zoals die keer dat ik in de thuislozenzorg de brandspuit zette op iemand die dronken thuiskwam. Als dat vandaag in de media zou komen, zie ik de koppen al voor me: 'Christelijke hulpverlening ontspoort'.

Wie behept is met ideaalbeelden, denkt dat goede mensen nooit foute dingen doen. Maar grootheid betekent niet dat iemand perfect is. Dan zou er ook geen kunst aan zijn. In plaats van jarenlang als Moeder Teresa door Calcutta te moeten sjouwen, zou één weekje volmaakt werk al de hele stad aan bed, bad en brood helpen.

Nee, ware grootheid toont zich in zwoegende mensen die uit hun mond ruiken, die blinde vlekken hebben en verkeerde inschattingen maken - als licht dat door de barsten naar buiten schijnt. Vanaf mijn huidige terras hef ik het glas: proost, Albert Schweitzer, Florence Nightingale, Moeder Teresa en alle andere feilbare helden.

Bedankt dat jullie je enorme talenten voor de wereld hebben ingezet, en nog het meest voor jullie slordige menselijkheid. Jullie zijn het levende bewijs dat mijn eigen tekortkomingen geen belemmering hoeven te zijn om iets voor anderen te betekenen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden