Pronk is het beste wapen tegen Fortuyn

Er zit iets kleins en miezerigs in dat de PvdA Jan Pronk op de dertiende plaats van de kandidatenlijst heeft gezet. De man is het toonbeeld van gedrevenheid, internationale betrokkenheid, ervaring en toewijding aan de publieke zaak. Hij heeft de afgelopen zomer op de VN-top in Bonn het klimaatverdrag van Kyoto gered en bereidt nu op verzoek van de Verenigde Naties de topconferentie over duurzame ontwikkeling volgend jaar in Johannesburg voor. Het Algemeen Dagblad meldde dit nieuws vorige week onder de kop 'VN-baantje voor Pronk'. Daaruit spreekt dezelfde kleingeestigheid als uit zijn dertiende plaats op de PvdA-lijst.

HANS GOSLINGA

De betekenis van die kandidatenlijsten buiten de vierkante kilometer rond het Binnenhof wordt altijd sterk gerelativeerd, maar dat is niet helemaal terecht. Ze bevatten interessante aanwijzingen voor de hiërarchie en de heersende cultuur in de politieke apenkolonies. Bovendien laten ze opmerkelijke verschillen tussen partijen zien en werken ze in die zin onderscheidend. PvdA en VVD zijn de laatste jaren meer op elkaar gaan lijken, maar een niet onbelangrijk verschil is nog altijd het aantal vrouwen. De

PvdA-lijst bestaat voor de helft uit vrouwen, de VVD-lijst voor een kwart. Het CDA neemt hier een tussenpositie in.

PvdA en VVD hebben gemeen dat ze hun ministers en staatssecretarissen bijna en bloc hoog hebben geplaatst. Daar zit iets verontrustends in. Het is te begrijpen dat de VVD een succesvolle minister als Gerrit Zalm op een hoge plaats zet, maar het is onbegrijpelijk dat bleekscheterige staatssecretarissen als Gijs en Monique de Vries hoger staan dan spraakmakende of gedreven parlementariërs als Pieter Hofstra, Frans Weisglas, Jan te Veldhuis en Nelleke Verbugt. De PvdA heeft Kamervoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven op de tweede plaats gezet om, zoals partijvoorzitter Koole verklaarde, aan te geven dat de PvdA aan het instituut van de Kamer niet minder waarde hecht dan aan de regering. Maar erg overtuigend komt dat bij de overmacht aan bewindslieden bovenaan de lijst niet over. Na Van Nieuwenhoven volgt het eerste parlementslid pas weer op plaats tien. Weliswaar zijn de lijstaanvoerders kamerleden, maar doorgaans al dan niet uitgesproken premierkandidaten.

Het verontrustende van de bestuurlijke dominantie in de hiërarchie van de twee grootste partijen is dat hierdoor de zelfstandige positie van de Kamer verder wordt aangetast. De rangorde beklemtoont opzichtig dat de positie van kamerleden een ondergeschikte is. Zo'n hofhoudingscultuur moedigt parlementariërs niet aan tot een onafhankelijke en kritische opstelling, maar dwingt hen veel eerder tot gedwee in de pas lopen. Bovendien zal de neiging groeien kamerleden op braafheid te recruteren. In dat licht is de hoge plaats voor Van Nieuwenhoven allesbehalve een geruststelling, omdat zij nou net het enige kamerlid is dat zich vanwege haar functie niet in het politieke debat mag mengen.

Daar komt bij dat de bewindslieden die een hoge waardering hebben gekregen weliswaar degelijke bestuurders zijn, maar weinig oog hebben voor de publieke aspecten van hun functie. Van staatssecretarissen als Margo Vliegenthart en Dick Benschop, de nummers vier en zeven op de lijst, is bekend dat ze wat kunnen, dat ze ijverig en nauwgezet zijn, maar ze doen hun werk vrijwel volledig achter de schermen en zijn, in ruime zin genomen, weinig spraakzaam, laat staan spraakmakend en daardoor volslagen kleurloos. Je hebt daardoor geen idee wat deze politici drijft.

Jan Pronk is voor jonge politici een veel beter rolmodel, omdat hij voor de publieke kanten van zijn werk altijd net zoveel oog heeft gehad als voor de inhoudelijke. Pronk heeft er nooit van gehouden in de pas te lopen, hij heeft altijd de smalle marge van zijn positie als minister opgezocht en tot en met uitgebuit om politiek stelling te nemen, debat uit te lokken of zaken een stukje verder te helpen. Met die stijl heeft hij dikwijls irritatie opgeroepen, maar dat was niet zo erg. Hij maakte door zijn wijze van opereren de spanning zichtbaar tussen idealen en mogelijkheden. Zo hoort dat in een democratie, omdat daarin de wil tot publieke verantwoording tot uitdrukking komt. De man staat er, hij staat voor zijn zaken en hij is zich bewust van de democratische plicht het debat te zoeken. Eens een angry young man, nu een angry old man.

Het zegt iets over de PvdA dat ze hem op een dertiende plaats heeft gezet, tussen de vrijwel onzichtbaar gebleven staatssecretarissen Adelmund en Kalsbeek. Hoewel dat nog altijd een hoge plaats is, drukt de partijleiding er in feite mee uit dat ze Pronk moe is. Ze heeft het alleen niet aangedurfd hem daadwerkelijk buiten de deur te zetten of, wat nog erger zou zijn, geredeneerd dat hij in zijn eentje nog altijd goed is voor twee tot drie kamerzetels. Hoe dan ook gaat de partij weinig chicque met deze grote zoon om.

Dat is jammer, want de politiek heeft juist grote behoefte aan politici van het kaliber-Pronk. De naar binnen gerichte cultuur heeft tot gevolg dat er veel te gemakkelijk openingen worden geboden voor avonturiers als Pim Fortuyn, Jan Nagel en Henk Westbroek. Volhardende, toegewijde en democratisch bewogen politici als Jan Pronk zijn op deze praatjesmakers het beste antwoord. Helaas zijn partijen op deze politici doorgaans niet zuinig. Pronk had gewoon op twee moeten staan, dan had de PvdA ook nog met de hypocriete gewoonte (van vrijwel alle partijen) gebroken louter uit politieke correctheid op die plek een vrouw te zetten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden