Promoveren ten koste van patiënt

De bestaande publicatiedrang in de geneeskunst brengt het slechtste in artsen naar boven. Negatieve onderzoeksresultaten worden weggemoffeld en de oogkleppen van jonge dokters worden alleen maar groter. Patiënten hebben meer aan communicatief vaardige medici.

Sinds ruim een eeuw wordt natuurwetenschappelijk onderzoek gebruikt om patiënten te helpen. In de geneeskunst wordt dat onderzoek steeds belangrijker gevonden.

Een behandeling wordt tegenwoordig pas als 'werkzaam' geaccepteerd, als de studie ernaar statistisch significante en objectieve resultaten oplevert. De term evidence based medicine heeft zijn intrede gedaan. Daaraan ligt de gedachte ten grondslag dat alle beslissingen over behandelingen slechts op rationele gronden genomen kunnen worden, dankzij een wetenschappelijke onderbouwing. Het inzicht in het functioneren van het menselijk lichaam neemt daardoor toe, maar de nadruk op wetenschappelijk onderzoek heeft ook nadelen.

Artsen stoppen steeds meer tijd in het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke prestaties komen in toenemende mate op de voorgrond te staan. De status van een vakgroep in een academisch ziekenhuis hangt niet meer samen met het aantal behandelde patiënten of de behandelresultaten, maar met de hoeveelheid publicaties die zij levert. Deze onderzoeken brengen geld op voor de vakgroep en dat brengt een aantal gevaren met zich mee.

Allereerst wordt de kwaliteit van het verrichte onderzoek zelf bedreigd. Omdat onderzoekers een groot belang hechten aan wetenschappelijke publicaties, is velen er alles aan gelegen zoveel mogelijk publicaties op hun naam te zetten. Hierdoor wordt menig onderzoek slecht opgezet. Daarnaast worden eventuele slechte resultaten, vanwege de publicatiedrang, maar al te vaak gemanipuleerd en weggemoffeld. Publicatiedrang brengt het slechtste in de arts naar boven. Alles lijkt geoorloofd. Artsen weigeren patiënten aan te leveren voor een studie, zolang zij niet als mede-auteur worden genoemd. Ook al is hun enige bijdrage één telefoontje naar de onderzoeker. De vakbladen proberen deze praktijk tegen te gaan door te eisen dat iedereen die als auteur staat vermeld ook echt een substantiële bijdrage aan het onderzoek moet hebben geleverd. Maar wat is een 'substantiële bijdrage'?

Een ander nadeel van de wetenschappelijke gekte is het verlies aan praktische vaardigheden. Het is doodzonde dat jonge artsen na vier jaar studie en twee jaar praktijkervaring (coschappen) hun vaardigheden tijdens een promotie-onderzoek laten wegzakken. Pas vier jaar later kunnen zij dan het vak van arts echt uitoefenen. Daar komt nog bij, dat een heleboel onderzoekstechnieken en -methoden tijdens de studie geneeskunde niet of nauwelijks aan bod komen. Toch zijn het steeds vaker de artsen zelf die het onderzoek verrichten, en niet de daarvoor opgeleide medisch biologen of vergelijkbaar opgeleiden.

Vaak is een promotie een vereiste voor de gewilde opleidingsplaats tot specialist. Een deel van de artsen wordt dus min of meer gedwongen te promoveren. Deze praktijk zou te verdedigen zijn als iemand tijdens de promotie echt vaardigheden zou leren die hem een beter arts maken. Wij vragen ons sterk af of dat ook zo is. Het is nuttig dat een arts een artikel kan schrijven en een wetenschappelijke blik misstaat niemand, al is het maar om het eigen handelen achteraf objectief te kunnen evalueren. Maar is het niet mogelijk deze vaardigheid op een minder tijdrovende manier aan te leren? Immers, zeker bij de 'verplichte promoties' ligt de opzet vaak vast, en is de evaluatie strikt gezien in handen van de statisticus. De promovendus verwordt dan tot een uitvoerder, wat geen duidelijke bijdrage levert aan zijn toekomstig functioneren als zelfstandig handelend specialist.

In de praktijk lijkt het erop dat publictaties belangrijker worden gevonden dan de communicatieve vaardigheden van de arts. De gevolgen hiervan zijn zichtbaar tijdens de studie. Steeds meer studenten steken veel tijd in een wetenschappelijke carrière, en werken bijvoorbeeld onbetaald mee aan (delen van) onderzoekjes, buiten hun studie om. Zij doen dat niet uit interesse, maar om hun toekomstige opleidingsplaats alvast zeker te stellen. Dat is laakbaar. Een studie moet ruimte bieden om zo breed mogelijk ervaring op te doen, ook buiten het ziekenhuis. De huidige tijdgeest dwingt studenten sowieso al tot het bewandelen van minder zijpaden en het aanwakkeren van de onderzoeksgeest zal alleen maar leiden tot nog grotere oogkleppen. Daar wordt niemand een betere dokter door.

Wij vinden dat het basale wetenschappelijk onderzoek zoveel mogelijk in handen van 'echte' natuurwetenschappers als biomedici moet liggen. Artsen moeten zich beperken tot de kliniek en tot de onderzoeken die zich dáár afspelen. Daarnaast pleiten wij voor een bezinning op de vraag of toekomstige artsen wel zo sterk op hun onderzoekskwaliteiten moeten worden beoordeeld. Onderzoek gaat ten koste van het klinisch handelen, en dat komt de patiënt niet ten goede.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden