'Prometeo' van Luigi Nono voorbeeldig uitgevoerd in oude markthal

Nog op 8, 9 (matinee), 11, 12 en 13 maart. De Hallen liggen in noordelijk Brussel bij de dominante Sint Maria-kerk.

FRANZ STRAATMAN

De Nationale Opera van België heeft die woorden goed in de oren geknoopt. Want de acht uitvoeringen vinden niet plaats in de evenzeer 'één mogelijkheid' biedende Muntschouwburg, maar in de 'open' ruimte van de Hallen van Schaarbeek. De negentiende-eeuwse, met glas overdekte voormalige marktruimte, waarin de smalle balkons rusten op slanke gietijzeren classicistisch aandoende zuilen, is omgevormd tot een vlakke-vloertheater, geen zwarte doos, maar een crème-wit kleurige ruimte.

Vurenhouten banken (ik vermoed gekopieerd van ongenaakbare kloosterbanken voor een strenge blote-voeten- en harde-billenorde) in strakke opstellingen omsluiten een speelvlak waar tijdens de tweeënhalf uur durende muziek (zonder pauze) een bewegingsspel af en aan golft vanuit de diagonaal lopende gangpaden.

Boven de hoofden zweven witte zwaan-achtige vogels en hangen grote zilverkleurige ringen. De gehele ruimte ademt mythe, niet de mythe van een in heldere dialogen, tot verhalende opera uitgewerkte tragedie over de halfgod die het vuur uit de hemel stal en de mensen zo het leven schonk.

Weglopers

Neen, wie niet bedacht is op een 2,5 uur durend, langgerekt adagio van zeer in abstractie doorgevoerde verklanking en verbeelding van het scheppingsverhaal, zal een moeilijke avond doormaken. Of voortijdig weglopen, zoals woensdagavond flink gebeurde bij de tweede uitvoering. Die bezoekers zullen zich beter kunnen vinden bij de volgende productie van het Brusselse operahuis over een andere, antieke mythe, 'Orphée aux enfers', opéra comique van Jacques Offenbach.

Voor de bezoeker de hal betreedt, wordt hij door een witte voorhof geleid, waar vuur brandt in hoge bakken. Dat vuur wordt tegen het einde van de voorstelling in een fakkelprocessie binnengedragen, begeleid door uiterst zachte (tot zevenvoudig piano) instrumentale klanken. Dan volgt de afsluiting door een korale/instrumentale compositie, ter plekke elektronisch vertraagd en verstrooid, waarin een soort verrijzenis wordt bezongen:

'Velerlei wegen opent. Dat ons vraagt de gebrokene op te wekken. Stiltes te vernieuwen. Dat verandert en gedenkt, overtreedt en herstelt. Een flits uitzendt en in de woestijn onoverwinnelijk is.'

Het riep bij mij het gevoel op van een mythische Paaswake, een aaneenschakeling van teksten en zangen, en van rituele handelingen rond oeroude symbolen, ter beleving van het antieke scheppingsverhaal. Dat begint vanuit een proloog door een heel ver koor en twee solostemmen die zingen 'De Aarde baarde eerst de Hemel vol sterren...' Et cetera.

Rondtollen

Maar Nono laat het in het Grieks zingen, rekt klinkers en woorden dusdanig en laat ze ook vervormen en rondtollen door de ruimte (perfect gerealiseerd met een ideale rondom-geluidsversterking) zodat er geen letterlijk verstaan mogelijk is. Hij wil “aandacht voor het luisteren naar 'die allergrootste stilte die in het leven bestaat' en 'die zich steeds opnieuw verspreidt in de ruimte telkens als we op een of andere manier de grenzen van ons bestaan bereiken' (Rilke)”.

Wat dat betreft geloof ik niet dat het duidelijk verhalende bewegingsspel van regisseur Bob Wilson (in grote concentratie van langzaam verschuivende poses gedaan door studenten van de Brusselse academie voor nieuwe dans P.A.R.T.S.) spoorde met de opzet en mentaliteit die Nono bedoelt. Maar Wilsons toevoeging bood wel een houvast bij de luisteraar; hij kon zich inleven, mee fantaseren, proberen een hersentouw vast te knoppen aan de weefsels van Nono geordend in proloog, eiland (vijf stuks, nadrukkelijk geen scènes genoemd), tussenspel en stasimon (twee stuks).

Die werden muzikaal uitgewerkt door acht verspreid opgestelde vocale en instrumentale groepen, centraal gedirigeerd door Peter Eötvös. De meeste instrumentale musici waren gerekruteerd uit het opera-orkest; zij speelden bewonderenswaardig precies hun veel concentratie vergende muziek. De gespecialiseerde vocalisten (onder meer een Duitse koorgroep) zongen spatzuiver en verwerkelijkten (zeker in de elektronische versterking) indrukwekkende effecten.

Zij traden 'anoniem' op, want solisten, 'dramatische personen' kent deze opera niet. Zij zongen individuele, doch anonieme aria's zoals in de passies van Bach; zo zou ik zeker de alt-aria willen kenschetsen die Nono schreef met de tekst 'Laat die niet verloren gaan...deze zwakke Messiaanse kracht', omspeeld door fluit, klarinet en tuba in een wonderbaarlijk vijfvoudig piano gerealiseerd en samensmeltend in de ruimte van de soms 'Heilige Hallen' van Schaarbeek.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden