Project psychiatrische patiënten levert bescheiden resultaten op

AMSTERDAM - De man die een Turks meisje in de Amsterdamse Vrolikstraat doodde en de Surinaamse vrouw die onlangs nog in de Dapperstraat 's ochtends dood werd aangetroffen, waren beiden ex-psychiatrische patiënten, voor wie in de Amsterdamse samenleving geen begrip was.

ALDERT SCHIPPER

De vrouw, Lucie, was uit haar huis gezet, omdat ze de kunst van het wonen heel anders opvatte dan de woningbouwvereniging. De flat was flink vervuild. Ook was ze dikwijls in de war. Dan schreeuwde ze langdurig. Een enkele keer stond ze naakt voor het raam. Nadat ze uit haar huis was gezet, sliep ze nu eens hier, dan weer daar, totdat ze in een kille nacht, overmand door de kou, stierf.

Uit beide gebeurtenissen blijkt dat het terugbrengen in de samenleving van mensen die raar doen, meer vergt dan het sluiten van wat psychiatrische ziekenhuizen in bossen en duinen, zoals het 'Amsterdamse model' wilde.

Om de Amsterdamse samenleving voor ex-psychiatrische patiënten iets toegankelijker te maken, werd in 1992 in vier Amsterdamse stadsdelen begonnen met het 'IEP-project'. Eerste doel was de samenleving zo te helpen veranderen, dat er tenminste wat ruimte voor ex-cliënten van de psychiatrie zou komen.

Het IEP-project maakte gebruik van de technieken van het opbouwwerk. Het project wordt nu afgesloten. Het heeft enkele bescheiden, maar belangrijke resultaten opgeleverd, zoals een kunstenaarsvereniging en een vriendenclub. Gisteren discussieerde een volle Balie, om die afsluiting enige luister bij te zetten. Het project wordt voortgezet door de Stichting Pandorra.

“De postmoderne ziel laat aan de ene kant meer ruimte voor mensen die afwijken, maar die ziel kan door afwijkingen dieper worden gekwetst”, betoogde de hoogleraar praktische humanistiek, dr. Harry Kunneman. “Er is een gebrek aan solidariteit, mede doordat de regelingen en de maatschappelijke druk die in de weg staan. Het ontbreekt bijvoorbeeld aan zorgverlof voor degene die in zijn omgeving iemand heeft die zorg nodig heeft. Werken in deeltijd wordt in veel beroepen niet passend geacht.”

“In de vroegere cultuur werden mensen met een afwijkend gedrag afgestoten en opgesloten, maar in de huidige cultuur worden zij afgestoten en als een koude aardappel van de ene naar de andere professional doorgeschoven. De patiënt zoekt naar een menselijke verbinding, maar hij moet in de praktijk maar zien te passen in het zorgaanbod. Anders wordt hij als een boterham pasgesneden voor de professionele broodrooster.”

Samenlevingsopbouw is in verband met de huidige praktijk van de geestelijke gezondheidszorg, waarbinnen blijvend gestreefd wordt naar minder mensen in het psychiatrisch ziekenhuis, onmisbaar. Maar in Amsterdam bestaat weinig traditie in dat soort werk. Daarom was gisteren een Rotterdammer, Gerard Kleijn, bekend van het Opzoomerinitiatief, naar De Balie gekomen met een lijstje wensen waaraan een succesvolle opbouwwerker moet voldoen.

Kleijn had er begrip voor dat het IEP-project ondanks het succes toch in vergelijking met wat er in de totale geestelijke gezondheidszorg omgaat, heel bescheiden is gebleven. “De instituties op dit terrein zijn moeilijk in beweging te krijgen.”

De subsidie voor het IEP-project, drie jaar lang een ton per jaar plus een parttime begeleider van de Riagg, steekt schamel af bij de financiële winst die de sluiting van de psychiatrische ziekenhuizen opleverde. En de parttime projectleider, Kees Onderwater, was dan ook elk jaar druk met het formuleren van een nieuwe subsidie-aanvrage en het schrijven van verslagen.

De vier stadsdelen wilden door middel van het IEP-project af van de overlast. Ze wilden dat alle 'lastposten' van de straat zouden verdwijnen. Dat is maar gedeeltelijk gebeurd. Toch had het project niet te klagen over goodwill. “Maar de politici hebben een forse portie boter op hun hoofd”, concludeert Onderwater in het eindverslag van het IEP-project.

“Er is veel politiek opportunisme en korte-termijnbeleid. Investeren op lange termijn is er niet bij, werken naar degelijke oplossingen is kennelijk niet lonend.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden