Project met vier jonge choreografen teleurstellend dans

AMSTERDAM - Teleurstellend. Dat was in één woord het '4 jong choreografen/jong componisten'-programma dat Het Nationale Ballet op initiatief van de Holland Festival-dansprogrammeur Marc Jonkers uitbracht. De choreografen Itzik Galili, Paul Selwyn Norton, Bruno Barat en Johan Greben lieten het wonderlijk genoeg alle vier afweten.

Aan de opzet lag het niet. Jonkers bedacht bij zijn afscheid als dansprogrammeur van het Holland Festival een prikkelend afscheidscadeau, waarvoor hij samenwerking zocht met Het Nationale Ballet. De formule was helder. Vier jonge (lees opkomende) choreografen werken samen met vier jonge componisten. Als verbindende schakels dienen één decor- en kostuumontwerp, van Johan Greten, één ploeg NationaleBallet-dansers, èn een muzikale uitvoering door het Asko Ensemble onder leiding van Arie van Beek.

Logisch

Kleinschalig moest het programma zijn, niet pretentieus, met zo'n acht dansers op het podium van de Stadsschouwburg. Ook de keuze voor de choreografen was logisch. Galili en Selwyn Norton manifesteerden zich de afgelopen tijd in het moderne circuit, terwijl ook de Nationale-Ballet-dansers Greben en Barat al eerder de nodige verwachtingen schiepen.

Het werkproces verliep niet vlekkeloos. De choreografen kregen weinig ruimte van HNB, de dansers begrepen de 'taal' of werkwijze van de choreografen niet altijd, het budget voor het decor slonk sneller dan de ontwerper besefte en de compositie van Misha Hamel werd afgekeurd. Dat was allemaal vervelend, maar of dat ook de reden was dat de stukken zo vlak, bizar, anekdotisch werden?

Galili's sterke troef is vooral zijn danstaal. Die is bij hem krachtig, vloeiend en dynamisch. Puur abstract is zijn werk nooit, het wordt altijd gevoed door een idee, zoals ook nu in 'The irony of antimatter' dat hij zette op 'the Abyss' van Justin Billinger. Galili's materiaal was opnieuw fraai, en toch wilde de choreografie in zijn geheel maar niet spannend worden. Daarvoor was het te lang uitgesmeerd en te weinig gestructureerd. De muziek werkte ook niet mee, dat was geen 'anti', maar moeilijke materie voor Galili.

Barats 'Rocking widows' op muziek van Peter van Onna was erg anekdotisch. In een poging eigentijds te zijn, liet hij zeven danseressen op de pointes hectische passen uitvoeren die zo kort en afgeknepen waren, dat het niet alleen lelijk was maar ook geforceerd. Bovendien contrasteerde dat met de uitstraling van de gesluierde dames, die oogden als een mix van ondines, bayadères en wulps haremvolk à la Fokine, terwijl dit rituele vrouwenballet tot slot neigde naar Nijinsky's 'Lenteoffer', maar dan zonder die dwingende kracht ervan.

Bizar

Nortons 'Judy's Croon' was vooral bizar. Bij hem kwam het decor nog het best tot zijn recht. Dat bestond uit een groot beeld: een kikker met op zijn rug een grote aardbei. Dat kwam zo. Greten werkt gewoonlijk met keramiek en greep deze gelegenheid aan om eens op formaat te werken. Vandaar dus. Barat nam de aardbei, Greben de kikker, Galili geen van beide en Norton allebei. Ergens op slaan deed het in de verste verte niet, maar bij Norton had het nog wel wat. Met de dansers rond de kikker leek het dansstuk een futuristisch ritueel van een robotten-annex insektensamenleving die net een groepslid verstoten had. De verstotene lag op de grond en kroop aan het slot naar de microfoon om daar kreunend en steunend zijn zieleroerselen uit te storten. Een volkomen onbegrijpelijk stuk, waar Norton de greep op kwijt raakte.

Onevenwichtig

Grebens 'Plek' was wel aardig, al was het onevenwichtig doordat hij een anekdotisch begin en eindstuk maakte, daartoe verleid door die maffe kikker. Grebens dansers gingen bovendien gekleed in grasmatjes wat het lijnenspel niet echt ten goede kwam. Je zou het haast hilarisch vinden, als de avond iets meer reden tot opgewektheid had gegeven. Dat was niet zo, dit slotaccoord van Jonkers ging volledig de mist in. Dat is sneu, want het programma was op zich een loflijk initiatief, dat voor herhaling vatbaar is. Lichtpuntje was dat de dansers van dit gezelschap goed uit de voeten kunnen met andersoortige dans. Van Pierre Paradis was dat bekend, maar ook de anderen, Kevin Cregan en Aaron Watkin in het bijzonder, lieten zien dat ze krachtige en prachtige moderne dansers kunnen zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden