Progressieven, het is tijd voor andere omgangsvormen

De eerste auteur is hoofdredacteur van De Helling, het tijdschrift van het wetenschappelijk bureau van GroenLinks; de tweede is voorzitter van deze partij.

D66 houdt het meeste afstand. De 'electorale strategen' achten het verstandig de deur naar progressieve samenwerking stevig op slot te houden. Een te links imago is dodelijk. GroenLinks ziet wel degelijk brood in samenwerking en nam daartoe enkele initiatieven. Deze werden overigens door PvdA en D66 niet onmiddellijk omarmd. Maar ook voor GroenLinks bestaat het dilemma tussen op zeker spelen of het aangaan van het ongewisse progressieve avontuur.

De PvdA bezette nog niet zo lang geleden in het progressieve kamp bijna een monopoliepositie. Uit tactische overwegingen gaf de partijleiding zich wel eens over aan een flirt met 'de progressieve samenwerking' (Den Uyl, Van der Louw, Van den Berg), maar in de praktijk van alledag probeerde men het kleine - na Jan Terlouw desolate - D66 en het wegkwijnende 'klein-links' van de electorale kaart te vegen. Veertig procent van de stemmen moest men hebben. Vijftien jaar later is de PvdA blij de helft te behalen.

Voor deze 'strategische misrekening' krijgt de partij nu ongezouten de rekening gepresenteerd: D66 herrees en 'klein-links' herleefde. Volgens een recente opiniepeiling van het bureau Inter/View komt de PvdA nu op de helft van het aantal Kamerzetels van GroenLinks en D66 samen!

Spagaat

De PvdA trachtte in een beweging zowel de politieke ruimte links van het CDA als de politieke ruimte links van zichzelf te bezetten. Die spagaat mislukte. Vervolgens trok de PvdA naar rechts. Hierdoor viel aan de linkerkant een gat. D66, in een aantal opzichten linkser dan de PvdA, en in mindere mate GroenLinks 'profiteren' hiervan.

Vanuit het oogpunt van de progressieve samenwerking gaat het hier echter om nepwinst. De stemmen binnen het progressieve kamp worden herverdeeld, maar van algehele electorale vooruitgang is geen sprake. Nog nooit kwamen de 'progressieve partijen' bij verkiezingen over de 45-procents-drempel heen. Dat zal ook in 1994 waarschijnlijk niet gebeuren.

In plaats van het gemeenschappelijk perspectief in de gaten te houden, worden de onderlinge verschillen kunstmatig aangedikt. De schade is groot. Niet alleen stokt de progressieve ideeenontwikkeling, ook geven PvdA en D66 zich over aan lege electorale spelletjes met de rechtse partijen. Het gedoe rond de paarse coalitie illustreert deze treurigheid. Door elkaar bovendien als melaatsen te behandelen, worden negatieve ressentimenten ten opzichte van elkaar versterkt.

Opmerkelijk

Dat is zeker jammer als men er de nieuwe verkiezingsprogramma's bij betrekt. Wie de moeite neemt deze te vergelijken, doet de onverwachte ontdekking dat de verschillen kleiner zijn dan de partijen meestal beweren. In woordkeuze maar zeker in doelstellingen en achterliggende idealen is een opmerkelijke overeenstemming. De ideologische gelijkenis is zo sterk dat sommige passages uit de programma's ongemerkt zouden kunnen worden verwisseld.

Een opvallende gelijkenis vertoont de analyse van het falen van de overheid. “Het overzicht is zoek geraakt. Voor de buitenstaander is de politiek een wereld apart geworden. (. . .) De maatschappij laat zich weinig gelegen liggen aan de Haagse knippatronen en modellen. (. . .) In werkelijkheid zijn het steeds meer de gesloten bolwerken van bureaucraten, belanghebbenden en betweters die de dienst uitmaken en zowel burgers als politici het nakijken geven.” GroenLinks? Nee, D66.

Verrassend is dat in alle drie verkiezingsprogramma's nu ook twee verregaande voorstellen worden gedaan voor politieke vernieuwing: het corrigerend referendum en het volksinitiatief. Met de VVD is hiervoor zelfs een parlementaire meerderheid!

Ook als het gaat om werk en zorg liggen de ideeen niet ver uiteen. Althans in algemene zin. Na jarenlange - vergeefse - pleidooien voor algemene arbeidstijdverkorting uit de hoek van PvdA en GroenLinks is nu voorgoed het leerstuk van de algemene, centraal geleide arbeidsduurverkorting losgelaten. Het verkiezingsprogramma van de PvdA spreekt nu over 'arbeid op maat': “In dat ideaal is iedere burger in de gelegenheid om gedurende haar of zijn leven zelfstandig beslissingen te nemen omtrent de gewenste combinatie van betaalde arbeid en onbetaalde arbeid.” En net als in de andere twee programma's worden ook in het programma van de PvdA concrete maatregelen opgesomd, maatregelen die erg op elkaar lijken: recht op deeltijdarbeid, uitbreiding en verbreding van de kinderopvang, verbeterd ouderschaps- en zorgverlof, ruimte voor flexibele en deeltijdpensionering.

We kunnen hier twee conclusies aan verbinden. De eerste is dat de discussie over algemene arbeidstijdverkorting en de discussie over de bevordering van deeltijdbanen elkaar naderen. Algemene arbeidsduurverkorting betekent voor progressief Nederland tegenwoordig: op gedifferentieerde wijze tot korter werken komen; en bevordering van deeltijdbanen komt neer op korter werken met inlevering van loon.

Natuurlijk zijn er accentverschillen. Waar D66 al geruime tijd zijn hoop vestigt op uitbreiding van het individuele recht op deeltijdarbeid, doet de PvdA dat sinds kort. GroenLinks ziet meer dan zij nog een rol voor de overheid. Deze moet het voor mensen aantrekkelijker maken om korter te werken door een fiscale bevordering van deeltijdarbeid. Dit ruggesteuntje is voor PvdA en D66 minder van belang.

Een tweede conclusie die getrokken kan worden, is dat bij alledrie - zeker onder invloed van het feminisme maar ook door de individualisering en demografische veranderingen - denkbeelden over het soepeler op elkaar afstemmen van zorg en arbeid wortel geschoten hebben. GroenLinks hecht hieraan het sterkst, maar het verschil met PvdA en D66 is gering.

Zelfs als het gaat om ecologische politiek ontlopen de uitgangspunten elkaar niet veel. Alle drie programma's zetten hun kaarten op een 'ecologisering' van de belastingen. Deze operatie moet een forse lastenverschuiving opleveren van arbeid naar kapitaal en grondstoffen. De markt moet daarbij het werk doen. Een actievere rol van de overheid wordt evenwel door geen van de partijen bestreden. Regulerende heffingen en scherpere wetgeving dienen te zorgen voor milieuvriendelijker produkten en er moeten meer financiele prikkels komen voor het gebruik van duurzame produktietechnieken.

In de praktijk van het milieubeleid worden de verschillen tussen GroenLinks en de twee andere partijen plotseling een stuk groter. De PvdA zingt weliswaar het lied van de 'ecologische modernisering', maar zodra het op geld aankomt, geeft men niet thuis. Voor deze partij mag het huidige kabinetsbeleid wel wat krachtiger pro milieu worden, als een en ander maar niet tot extra kosten leidt en als de conjunctuur meewerkt.

Bij de kwestie Schiphol wordt wel heel duidelijk waar het verschil ligt. PvdA en D66 kiezen voor uitbreiding, tenzij er in Europees verband gezamenlijk een andere koers ingeslagen wordt. Ook als het gaat om het goederenverkeer over de weg laten beide partijen het economisch belang van die sector prevaleren. De milieuschade wordt op de koop toe genomen. GroenLinks is uitgesproken tegenstander van de uitbreiding van Schiphol en pleit voor een trendbreuk: meer inzet van snelle treinen voor het continentale personenvervoer en uitbreiding van het goederenvervoer via water en rail.

Overigens, op milieuvlak liggen de programma's van D66 en GroenLinks het dichtst bij elkaar. GroenLinks mikt op een lastenverschuiving van twee procent van het nationaal inkomen voor de komende kabinetsperiode ten bedrage van 11,5 miljard gulden. D66 wil voor 5 miljard aan milieuheffingen invoeren.

Enorme kloof

Al met al zijn de programmatische verschillen niet verschrikkelijk groot. Desondanks gaapt er in de praktische politiek nog altijd een enorme kloof. Daar staat tegenover dat de progressieve partijen de verwerpelijke gewoonte hebben zich doorgaans een stuk forser tegen elkaar af te zetten dan de werkelijke politieke verschillen rechtvaardigen. Gevreesd moet worden dat dit met de verkiezingen in zicht alleen maar erger wordt.

Zo verweet Thijs Woltgens onlangs D66 de minima te laten vallen, wat gezien de inhoud van het verkiezingsprogramma van D66 een aperte leugen is. En ook Jos de Beus, de voorzitter van de PvdA-programmacommissie en meestal de genuanceerdheid zelve, doet mee aan dit onplezierige en duidelijk geregisseerde gezelschapsspel van elkaar zwartmaken. “Als politieke partij willen we een soberder levenswijze uitdragen, maar we willen dat niet tot overheidsbeleid maken. (. . .) We willen het burgers laten merken in de prijs, maar we halen het een beetje uit de sfeer van zondebesef, van symboolpolitiek. Dat is heel anders dan GroenLinks. Dat beweert: milieubeleid werkt pas als het ontzettend duur is en tot de knieen in het soberder leven staat.”

Ook dit is niet meer dan het ongeremd bevestigen van een vooroordeel. Nog een handvol van dit soort opmerkingen en de sfeer is weer voor geruime tijd bedorven. Het wordt tijd voor andere omgangsvormen.

In dit stadium moet direct onder de - door verkiezingskoorts bevangen - partijtoppen door een nieuwe politieke dynamiek op gang gebracht worden. Het hangslot moet van de deur. Wetenschappelijke bureaus en onafhankelijke partijgeesten moeten door hun partijbesturen klip en klaar op het spoor gezet worden van het onderling debat. Verscheidenheid, openhartigheid en tolerantie zijn daarbij vereist. De confrontatie moet niet geschuwd worden, hoewel voorkomen moet worden dat partijbestuurders en politici de discussie verzieken met geharnaste en strategische betogen pro of contra samenwerking.

Maar alles is beter dan een voortzetting van de huidige progressieve ijstijd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden