Opinie

Progressief blok tegen nationalisme en versplintering

De versplintering van het Nederlandse electoraat zet door en gaat ten koste van de traditionele volkspartijen CDA, PvdA en VVD. Voor het eerst kan er niet meer worden gesproken van de ’grote drie’. Bij de Europese verkiezingen behaalden ze samen nog niet de helft van de stemmen. Dertig jaar terug, bij de eerste rechtstreekse verkiezingen voor het Europese parlement, hadden zij nog meer dan tachtig procent van het electoraat achter zich, vijf jaar geleden nog ruim zestig procent. Wat zijn de oorzaken van deze versplintering en wat de gevolgen?

De winnaars bij de verkiezingen van afgelopen donderdag waren de partijen die zich als kristallisatiepunt presenteerden van vóór dan wel tegen Europa gerichte krachten. D66 en GroenLinks, vanouds sterk internationaal georiënteerd, verzamelden de voorstanders van de Europese samenwerking, de PVV de tegenstanders. De conclusie kan zijn dat de nuance in de politiek minder loont en dat behoefte toeneemt aan heldere keuzen. Als dat zo is, ziet het er slecht uit voor de toekomst van ons coalitiebestel, dat alleen op basis van het compromis kan bestaan.

Het beeld komt er iets anders uit te zien als de uitslag van deze verkiezingen wordt bezien als een directe reactie op het referendum over Europa in 2005. In dat referendum ging het om de vraag of de Europese Unie al dan niet een steviger constitutionele inbedding moest krijgen. Twee derde van de Nederlandse kiezers wees dat af. Die uitspraak is uitgelegd en ook in de lidstaten opgevat als een eenduidig votum tegen Europese samenwerking. Gezien de ruimte die het ’nee’ liet voor nuances en verschillende motieven was dat onzinnig, hetgeen een bewijs temeer is dat referenda niet deugen en alleen maar een schijnduidelijkheid opleveren.

Het kabinet-Balkenende/Bos had daarom sterke redenen zelf de nuances aan te brengen en een tweede referendum af te wijzen, al moest de premier dat in de ministerraad wel bij de PvdA-bewindslieden afdwingen met het machtswoord. Een nieuw referendum zou hij ’niet meemaken’. Kijkend naar de uitslag van donderdag was dat destijds een goed besluit. Het uitgesproken nee-kamp blijkt niet groter dan ongeveer een kwart van het electoraat, de opgetelde resultaten van de PVV en de SP.

Het is voorstelbaar dat nogal wat kiezers de behoefte hadden het beeld van Nederland als anti-Europees land krachtig te corrigeren. Dat konden ze dan ook doen door op D66 of GroenLinks te stemmen. Alleen al daarom is het bezwaarlijk deze verkiezingen als een votum over het kabinetsbeleid op te vatten. Voor zover de coalitiepartijen, vooral de verliezers PvdA en CDA, zich toch achter de oren moeten krabben, is het dat zij zich, naar het woord van de christen-democraat Frans Andriessen, lauw en te weinig uitgesproken hebben opgesteld. Dat verschijnsel blijft niet beperkt tot het Europa-debat.

In het debat over de integratie, de grote sociale kwestie van deze tijd, hebben de volkspartijen de neiging tegen de PVV aan te schurken of zich op de vlakte te houden. VVD-leider Rutte gaf daarvan in de campagne een sterk staaltje met zijn voorstel de uitingsvrijheid zo ver op te rekken dat zelfs haat zaaien is toegestaan als er geen directe geweldsdreiging is. Het CDA ging voor de anti-islamcampagne van Wilders door de knieën door tegen de aanstelling van de moslim Eddaoudi tot legeraalmoezenier te stemmen. Dit gebrek aan ruggegraat en ontrouw aan de eigen principes breekt de partijen in het midden op.

Pechtold (D66), Halsema (GroenLinks) en Slob (ChristenUnie) laten zien dat het wel degelijk mogelijk is vanuit het midden, ongeacht de plaats binnen of buiten de coalitie, principiële standpunten in te nemen. Zij waren dan ook, evenals Wilders, in staat in het Europa-debat hun kiezers te mobiliseren, zoals blijkt uit hun sterke resultaten in relatie tot de lage opkomst. Het moet de oude volkspartijen te denken geven dat Wilders de veronderstelling logenstrafte dat zijn kiezers bij deze ’verkiezingen van de tweede orde’ niet zouden opkomen.

Dat lukt dus wel als politici met overtuiging kunnen laten zien wat er op het spel staat. Het ontbreekt de partijen in het midden jammer genoeg aan dit vermogen. Ze zijn te veel bezig met het bedienen en behagen van de kiezers en te weinig met het trekken en doordenken van eigen lijnen in brandende kwesties. Mede daardoor is de opvatting van politiek als ideeënstrijd, die in zaken van betekenis vraagt om moed, onafhankelijkheid en overtuigingskracht, gaandeweg verloren gegaan. Het hoogst haalbare wordt zo het gezag van de handige verkoper.

Zet de trend van groeiende flanken en een krimpend midden door dan levert de formatie van een kabinet in 2011 grote problemen op. Hoezeer deze uitslag ook op eigen merites moet worden beoordeeld, de versplintering van het krachtenveld die steeds meer zichtbaar wordt, zal het moeilijk maken een stevige coalitie te vormen. In de jaren zeventig lanceerde VVD-leider Hans Wiegel het voorstel een nationaal kabinet te vormen van CDA, PvdA en zijn partij. Nu zou voor deze combinatie, gesteld al dat die een meerderheid haalt, het etiket ’nationaal’ misplaatst zijn.

In dezelfde periode sloten PvdA, D66 en GroenLinks een pact en speelden zelfs korte tijd met de gedachte aan een progressieve volkspartij. Misschien moeten zij overwegen die gedachte nieuw leven in te blazen om in 2011 een groter politiek gewicht in de schaal te leggen. De vorming van een progressief blok, dat een derde van het electoraat zou representeren, is allicht kansrijker nu de partijen elkaar in omvang dicht naderen. De uitslag laat de urgentie zien. Een nieuw kristallisatiepunt voor mensen met een open blik naar de wereld is nodig om stevig tegenwicht te bieden aan het benauwde nationalisme dat de PVV predikt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden