Progressie blijft uit in nieuw titeljaar

analyse | Ajax heeft Nederland niets bijzonders te bieden, op de voorbeeldige en onverstoorbare Frank de Boer na

Bij de 33ste landstitel van Ajax kunnen de verhalen over de 32ste op het kopieerapparaat worden gelegd - of die over de 31ste of de 30ste, de eerste twee onder Frank de Boer, succescoach achter de dijken van onze voetbalpolder. Het is weer een kampioenschap van het collectief: Ajax heeft geen topschutter, geen bijzondere middenvelders en - als oerclub toch van het vleugelspel - prikkelende flankaanvallers al helemaal niet.

Als leerling van het eerste uur is De Boer alleen maar meer gaan lijken op Louis van Gaal, de teamdenker bij uitstek. Dat blijft tegen de achtergrond van de revolutie van Johan Cruijff een fijne vorm van ironie. Maar al langer is onmiskenbaar dat hij daarmee geen vooruitgang kan boeken, in punten in al die kampioensjaren niet. Meer nog dan de vorige titel is deze toe te schrijven aan het falen van de concurrenten, die alle onder (of misschien net op) het puntenaantal zullen eindigen van het vorige, al ontoereikende seizoen.

Even had De Boer kunnen wijzen op enige progressie in de Champions League, met een verdienstelijke score van acht punten in de groepsfase. Maar die werd subiet van zijn waarde ontdaan door de ontluisterende ondergang in de eerste knock-outronde van de Europa League tegen het bovenal fittere Oostenrijkse Salzburg. Die was pijnlijk voor Ajax en voor het gehele Nederlandse clubvoetbal, als teken van de karakteristieke weerloosheid. Daar kwam voor Ajax vorige week de blamage van de bekerfinale tegen PEC Zwolle (5-1) nog overheen: weerloosheid in een verbijsterende vorm.

Die ingrijpende nederlagen en, breder bezien, de stagnatie zo niet gevoelsmatige achteruitgang kunnen het er voor De Boer behoorlijk verwarrend op maken. Juist in het jaar waarin hij gerenommeerde voorgangers als Rinus Michels en Louis van Gaal overtrof - geen enkele trainer werd eerder in Nederland viermaal op rij kampioen - liep hij twee enorme littekens op. Nog verwarrender misschien: de prestatie van De Boer kan extra cachet worden toegedicht omdat het voor trainers in Nederland tegenwoordig met jonge ploegen vrijwel zonder routine moeilijker is, maar juist op dit vlak wrikte er iets.

In een gesprek over de beperkingen voor een trainer in het uitgeholde Nederland beaamde De Boer onlangs dat hier, zonder sturende spelers, nog slechts gemankeerd voetbal kan worden gespeeld. Maar op de keper beschouwd droeg hij daar dit seizoen aan bij door zijn enige routinier, de Deen Poulsen, op het middenveld meer en meer plaats te laten maken voor de twintiger Blind, die bij voornoemde afstraffingen bepaald nog niet zo ver bleek te zijn als alom alweer was verondersteld. Een puntje van kritiek op de goeddeels onberispelijke De Boer kan zijn dat hij Ajax met Poulsen als reserve ¿ en de neiging tot overschatting van jongere spelers ¿ onvoldoende heeft bewapend voor de zwartste wedstrijden: de eerste tegen Salzburg, waarvan hij de kracht kende, en later de bekerfinale, waarin argeloosheid tegen een kleine club op de loer lag.

Om in het onpeilbare Nederlandse voetballandschap nog enige lijn aan te brengen, wordt graag geanalyseerd dat De Boer met zijn vasthoudendheid een basis onder Ajax' spel heeft gelegd die de rest mist. Dat mag tot op bepaalde hoogte waar zijn, maar Ajax speelde ook enkele wedstrijden waarin het in de eerste helft op een ruime achterstand had kunnen staan. De Boer is de eerste om te erkennen dat dat met zo'n gesuggereerde basis moeilijk te rijmen valt. Hij schrijft het toe aan de grilligheid van de jeugd, waarmee het in het voor goede routiniers niet meer aantrekkelijke Nederland schier onoplosbaar mag heten.

De tijden zijn al lang voorbij dat uit een landstitel lessen zouden kunnen worden getrokken, of dat die de richting zou kunnen aangeven. Ajax heeft Nederland niets bijzonders te bieden, op de voorbeeldige en onverstoorbare Frank de Boer na dan. Hij houdt het vol, het werken in Nederland met zijn repeterende begrenzingen, en hij is het nog niet moe, juist omdat hij ook níet lijkt op Louis van Gaal. Zou die dat kunnen: stug doorgaan waar een blijvend stempel, anders dan in flatteuze cijfers in eigen land, niet kan worden gedrukt?

De Boer: Het collectief is de rode draad

Met veel pijn en moeite heeft Ajax gisteren de landstitel veiliggesteld. De club uit Amsterdam sleepte zich bij Heracles naar het benodigde puntje (1-1). De thuisclub mag door het gelijke spel ook volgend seizoen weer in de eredivisie uitkomen. In de slotfase was goed te zien dat beide ploegen gebaat waren bij een gelijkspel. Zowel Ajax als Heracles speelde de bal minuten lang rond.

Ajax kwam na dertien minuten op voorsprong na een verwoestende uithaal van Schöne. De Deen eiste een vrije trap op en knalde de bal snoeihard in het dak van het doel. Ajax was nog niet vergeten hoe het in de bekerfinale tegen PEC Zwolle werd weggespeeld. Vooral na de gelijkmaker van Cziommer, die na 22 minuten eveneens een vrije trap verzilverde, oogde het elftal van Frank de Boer nerveus.

De Boer gaat de boeken in als de eerste Ajax-trainer die zijn ploeg vier keer op rij kampioen heeft gemaakt. "We proberen met de staf altijd een goed elftal te smeden. Spelers bewust te maken dat het collectief het belangrijkst is", zo blikte De Boer terug. "Dat is eigenlijk de rode draad van de afgelopen vier jaren. Spelers spelen wedstrijden, teams worden kampioen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden