Programmeren in groep 5: leuk of bittere noodzaak?

In Engeland leren groep 2 en 3 al wat algoritmes zijn en hoe je 'errors' kunt voorkomen

"Hebben we eindelijk een keer bezoek, en dan gaat het mis jongens." Miriam Heijster, directeur van de Amsterdamse basisschool De Kleine Reus, krijgt het er een beetje warm van. De derde programmeerles van groep 5 dreigt in het water te vallen. Door opdrachten te geven aan vrolijke poppetjes en kleurige bouwstenen zou de klas zelf een spel in elkaar knutselen. Maar het bericht dat op het scherm van de 7-jarige Eline opdoemt, luidt: "Het programma Gamestudio is pas over twee weken weer beschikbaar." Na een half uur proberen steekt Heijster haar handen in de lucht: "Nou, dan gaan we improviseren."

Als het aan Remco Pijpers van Kennisnet ligt, staan er snel meer docenten als Heijster voor de klas om kinderen het ontwerpen van computerprogramma's spelenderwijs bij te brengen. Dat dat nu zo weinig gebeurt, wijt Pijpers aan de drempelvrees van docenten: "Ze denken vaak dat je alles moet beheersen om met programmeren aan de slag te gaan. Maar dan blijf je bezig. Morgen is de technologie al weer een stap verder."

Die faalangst probeert scheidend eurocommissaris Neelie Kroes met haar initiatief 'de Codeweek' weg te nemen. Met een reeks activiteiten en lezingen die morgen van start gaat, pogen Kroes en consorten leerlingen en docenten te enthousiasmeren voor programmeren. Belangrijk, vindt ze, want over krap zes jaar kampt Europa met een tekort van bijna een miljoen ICT'ers. Maar de economische gevolgen van een gebrek aan technologische kennis worden ook elders zichtbaar, zegt medeorganisator Pijpers. Technologie sijpelt door in alle beroepsvelden. Ook de buschauffeur, de automonteur en de chirurg hebben in hun werk met computergestuurde systemen te maken. "Niet iedereen hoeft te leren programmeren, maar begrijpen hoe het werkt komt later zeker van pas. En het kan helpen bij het vinden van een baan."

Mede-organisator Arie van Bellen van de Codeweek valt Pijpers op een stelligere toon bij: "Programmeren wordt net zo belangrijk als taal en rekenen. Kun je het niet, dan kun je niet deelnemen aan de samenleving." Anders dan Pijpers pleit Van Bellen ervoor dat het vak zo snel mogelijk verplicht wordt gesteld. Want, stelt hij, het is 'bijna slecht' voor de kinderen als dat niet gebeurt. "Ik verkoop geen computers hoor. Ik probeer alleen maar de wereld wakker te schudden", aldus de directeur van ECP, het platform voor de informatiesamenleving.

In Engeland zijn ze 'al wakker', zoals Van Bellen dat zou zeggen. Programmeren, een onderdeel van wat de Engelsen computational thinking noemen, heeft een permanente plek op het rooster. Sinds september leren vijf- en zesjarigen alles over algoritmen, het zelf ontwerpen van programma's en het oplossen van die hinderlijke 'errors'. Moet het al zo jong? Ja, zeggen de Engelsen. "Software wordt de taal van de wereld. Spreek je die niet, dan ben je analfabeet", stelde computerwetenschapper Dan Crow recent in The Guardian.

Ook op De Kleine Reus zijn ze zich daarvan bewust. Maar een aanpak zoals die van de Engelsen zal directeur Heijster niet zo snel invoeren. Veel liever maakt ze het programmeren onderdeel van andere vakken. "Ik kan me voorstellen dat leerlingen in de toekomst een website bouwen waarop ze aangereikte onderzoeksvragen beantwoorden."

Maar voorlopig zit Heijster nog in de uitprobeerfase: fouten maken, puzzelen en onderwezen worden door je eigen leerlingen. "Ik weet hoe het moet", verzekert de 8-jarige Noah als hij zijn juf te hulp schiet. "Vroeger toen ik zes was heb ik per ongeluk een spel geprogrammeerd", licht hij zijn expertise later toe. Toch ziet hij een toekomst als programmeur niet zitten. "Nee. Ik ben goed in programmeren, maar nog veel beter in voetballen."

Programmeren? Prachtig. Maar er is meer nodig voor de wereld van morgen.

Is het vak programmeren echt zo urgent? Gert Biesta, hoogleraar Theorie en Beleid van Opvoeding en Onderwijs aan de Universiteit van Luxemburg, vraagt het zich af. Dat bedrijven op zoek gaan naar nieuwe ICT'ers is allemaal mooi en aardig, maar verlies het doel van het onderwijs niet uit het oog, maant Biesta. "Voor je het weet blijf je het curriculum uitbreiden. Maar het belangrijkste is dat je kinderen op een volwassen manier in de wereld leert leven. Programmeren kan daar een onderdeel van zijn, maar dat moet dan wel zo dat ze technologie beter leren begrijpen. Als je tegen kinderen zegt dat programmeren de toekomst is, krijgen ze een heel beperkt verhaal voorgeschoteld over waar het in de wereld om gaat", aldus Biesta.

Met die stelling is universitair docent Anna Salomons het helemaal eens. Zij doet onderzoek naar de invloed van technologie op de werkgelegenheid. Inderdaad, technologie wordt steeds belangrijker voor de arbeidsmarkt. Maar er is wel meer nodig dan kennis van programmeren om je als toekomstig medewerker staande te houden: "Je moet ook oplossingsgericht kunnen denken, sociale vaardigheden bezitten en zorg kunnen dragen." Dat wordt vaak vergeten.

Stel programmeren niet verplicht, zeggen ze bij de PO-raad, de organisatie voor primair onderwijs. Dat zorgt voor paniek bij docenten. Scholen moeten al zoveel. Taal en rekenen moeten beter, gym wordt belangrijker en onze kinderen moeten ook cultureel onderlegd zijn. Programmeren aan het eisenlijstje toevoegen, is te veel van het goede. "Dan krijg je én én én. Laat scholen vooral zelf bepalen of programmeren binnen hun curriculum past", aldus woordvoerder Harm van Gerven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden